Ik fronste bedenkelijk toen ik hoorde dat presentatrice Nicolette van Dam haar dochtertje de naam Lola-Lily had gegeven. Ik ben niet de enige die de naam – zacht uitgedrukt – niet zo mooi vindt: op Twitter vlogen de tweets waarin de naam werd afgekraakt je om de oren. Boeiend dat jij de naam niet mooi vindt, zul je misschien denken. Maar de gevolgen van een lelijke naam kunnen verstrekkend zijn, zo bleek uit recent onderzoek.
Als je liever geen dierlijke producten op je boterhammen eet, blijft er niet veel hartig beleg voor je over. Avocado, sojakaas, en dan houdt het meestal wel een beetje op. Gelukkig opende een tijd geleden de midden-oosterse keuken mijn ogen.
Films mogen van mij wel een beetje rauw zijn. Niet te gepolijst, vooral niet te perfect en al helemaal niet te zoetsappig. Ik wil echte mensen zien, eventueel wat overdreven, maar in ieder geval wel met al hun ruwe randjes. Léon: The Professional (1994) is zo’n film.
Onlangs moest ik een visum aanvragen voor een reis naar Wit-Rusland. Om een visum aan te kunnen vragen, moet je ter plaatse iemand hebben die je een uitnodiging verstrekt. In mijn geval een vriend uit Minsk bij wie ik op bezoek ga. Die officiële uitnodiging breng je samen met een zooitje papieren in allerlei veelvouden, pasfoto’s en paspoort naar de ambassade, in de hoop dat ze daar zeggen: “Welkom, en leuk dat je naar Wit-Rusland wilt. Hier is je visum.” Vanzelfsprekend blijkt de praktijk altijd iets weerbarstiger.
Als ik een zwerver zie, wil ik hem vasthouden. Knuffelen. Lieve woordjes in zijn oor fluisteren. Het blikje Euroshopper-bier wegtrappen en zijn handen op mijn hart leggen. Zeggen dat alles goedkomt.
Na een verleden met eetstoornissen besloot Marjolein Orsel (1990) om haar ervaringen in te zetten om andere mensen te helpen bij het ontwikkelen van een gezonder eetpatroon. Ze schreef een boek en startte deze maand met haar eigen bedrijf: MijnLijfGezond.
O men. De wijsheid die je krijgt als je ouder wordt. Het zou verboden moeten worden.
Toegegeven: ik wist ook niet precies waar ik terecht zou komen, toen ik me in maart 2011 aanmeldde voor een exchange naar Taiwan. Sterker nog, eigenlijk wist ik helemaal niets over het eiland, behalve dat er vast een heleboel fabrieken zouden staan. Made in Taiwan, dat had ik immers weleens zien staan op spulletjes van Xenos of IKEA.
In de eerste week van januari kreeg ik van mijn ouders een nieuwjaarskaartje. Ze doen niet aan kerstkaarten, vandaar. De boodschap luidde: ‘Laat 2012 een overvloedig en smakelijk jaar worden (want voor de rest ziet het er toch niet goed uit).’ Gezien mijn liefde voor (lekker) eten, leek mij dat een uiterst strak plan.
Ik laat me nergens door afschrikken. Dit is wat ik wil, dit is mijn droom. Zolang ik me al kan herinneren, schrijf ik.
Ooit kwam ik een recept tegen voor havermoutkoekjes met walnoten. Toen ik die koekjes voor het eerst maakte dacht ik: dit is de hemel. Ze waren zo heerlijk krokant, een beetje ziltig, maar toch ook zoet. Het perfecte tussendoortje, dus.
Literaire vrouwen, gevangen in zenuwslopende huwelijken, vormden het onderwerp van de scriptie van Madeleine Hanna, hoofdpersoon van The Marriage Plot. Austen, James, Eliot, Dickens: Madeleine las ze, onderstreepte ze, citeerde ze. Had ze nu maar beter opgelet.
Florence goes pre-Raphaelite! Dat was een van de eerste dingen die me te binnen schoot toen ik de albumhoes van Ceremonials, de tweede plaat van Florence + the Machine, zag. De 19e-eeuwse Prerafaëlieten hebben Florence overduidelijk geïnspireerd.
Afgelopen jaar bezocht ik de mooie stad Maastricht. Je kunt er goed eten, goed winkelen en naar blijkt ook heel goed slapen. Overnachten deden we in het Townhouse Hotel en ik ben voorgoed verpest; ik wil niets anders meer. Het hotel geeft een nieuwe betekenis aan het woord gastvrijheid.
Op de flaptekst van The other hand staat: “We don’t want to tell you what happens in this book. It is a truly special story and we don’t want to spoil it.” Een boek dat zo weinig weggeeft, maakt nieuwsgierig.