Over Merel van Goch
- Merel (1986) is psycholinguïste. Als promovenda onderzoekt ze de beginnende geletterdheid van kleuters en doceert ze academische vaardigheden aan eerstejaarsstudenten. Hiervoor studeerde ze Nederlandse Taal en Cultuur en Theater-, Film- en Literatuurwetenschappen in Antwerpen en Cognitieve Neurowetenschappen in Nijmegen. Ze bedrijft wetenschap op pumps, schrijft over taalpathologie en kindertaal, loopt ‘hard’, naait rokken en reist regelmatig met de trein. Hierdoor komt ze vaak taal in het wild tegen, waar ze vervolgens uitgebreid over mijmert: voer voor haar wekelijkse Nadelunch-column. Ook schrijft ze voor Nadelunch over wetenschap en promoveren.
- Website
- http://www.merelvangoch.com
Auteursarchief
Taal in het wild – Fantomobilisme of voortbeleving: over het (motor)fietseffect
Ken je dat gevoel nog van vroeger, dat je je rolschaatsen uitdeed en weer op schoenen liep? Of dat je je ski’s uitdoet en er nog steeds op denkt te staan? Dat gevoel dat je nog voortbeweegt, terwijl dat niet zo is: hoe noemen we dat?
Taal in het wild – Bougie Wonderland
Een nieuwe hobby verruimt je vocabulaire. Zo ook motorrijden. Taal en motorrijden: het lijkt in eerste instantie misschien een wat vreemde combinatie. Het is nu eenmaal nogal lastig om door helm en tegenwind over mooie bochten te praten…
Taal in het wild – “Door ons zelf gesneden verse friet”
Deze week fietste ik langs een snackbar. Buiten stond zo’n krijtbord, je weet wel, zo eentje met de dagaanbieding, spatiefouten en een grappige slogan – en liefst nog alle drie ineen. Op dit bord stond ‘door ons zelf gesneden verse friet’. Wat?
Taal in het wild – Sap van Satan of de koffieverleidingen der Nederlandse maatschappij
Deadlines en een drukke week, dat vraagt om koffie. Weet je wat, dacht ik, schrijvend en espresso-drinkend in een koffiebarretje: ik schrijf een stukkie over de taal van koffie. Klinkt als een reclame van Douwe Egberts, niet? Dacht het wel.
Taal in het wild – Prijzen uit het gulden tijdperk
Elke week fiets ik langs een bedrijf met op de gevel een slogan over dat ze prijzen uit het gulden tijdperk hebben. Een oranje, niet te missen slogan, in koeienletters. En elke week vraag ik me af wat ermee bedoeld wordt.
Taal in het wild – Gangster Squat
Een Nederlander en een Brit zitten in de trein. Klinkt als een mop – en zo loopt het ook af. Want we dénken allemaal wel dat wij Nederlanders goed Engels spreken, maar ís dat ook zo?
Taal in het wild – Meid
In januari fietste ik op een avond in het donker naar huis, zo’n niet goed werkend Hema-ledlampje bungelend aan mijn jas. Op de stoep liepen twee jongens. “Meid!”, riepen ze naar me. “Verderop is een politiecontrole!” Merci, maar ‘meid’? Wat is dát voor aanspreekvorm?
Taal in het wild – Hé jammer…
Wij Nederlanders zijn best wel direct, hè. Als we onder elkaar zijn valt het niet zo op. Misschien klagen we zelfs over mede-Nederlanders, dat ze wel wat directer mogen zijn. Maar over het algemeen winden wij er geen doekjes om, nee.
Taal in het wild – Die van mijn
Vandaag, lieve mensen, wil ik het hebben over een zeer gevoelig onderwerp: Hoe noem je je geliefde als je het met anderen over hem/haar hebt? En hoe noem je elkaar als er anderen bij zijn?
Taal in het wild – Knapperd warme geit
Menukaarten, wie houdt er nou niet van? Zo’n gezellig bloemig of strak modern design, met een lettertype om je typografieliefhebbershart te bekoren, dat kan een mens toch gelukkig maken. En dan heb ik het nog niet eens over de inhoud.
Taal in het wild – Opstropen
Er zijn van die woorden die vrijwel alleen maar in vaste combinaties of uitdrukkingen voorkomen. Biggelen, bijvoorbeeld: biggelt er ooit iets anders dan een traan? Nog een voorbeeld: opstropen. Hoewel, 70 kleuters denken daar anders over.
Taal in het wild – It will help to remember I have an adorable accent
In een aflevering van The Big Bang Theory is Raj op texting date, waar zijn date en hij via sms met elkaar praten. “As you are reading, it will help to remember I have an adorable accent”, stuurt hij. Slim, want sms’jes hebben geen accent.
Taal in het wild – Moe
Moe. Dat zijn we allemaal wel eens. Van de winter bijvoorbeeld, zo hoor ik om me heen. Of van een jetlag, merk ik bij mezelf. Of, als je vrouw bent én een kind hebt, dan ben je niet alleen moeke, maar ook nog eens moe.
Taal in het Wild – Bij de draak rechtsaf
Dat iets voor de één iets anders kan betekenen dan voor de ander, dat wist ik natuurlijk allang. Maar het werd me nog eens mooi duidelijk gemaakt door een omroepbericht op een treinstation. Een omroepbericht met een raadsel?
Taal in het wild – “Mijn mama is behamster!”
Als de zon schijnt in maart lees je ineens overal over lentekriebels en lenteschoonmaak. Zo ook deze week. Of die lenteschoonmaak nu opgedrongen wordt door de media of niet, een beetje soppen kan natuurlijk nooit kwaad. Of een fris nieuw behangetje, misschien?
Taal in het wild – “Nu moet ik er om liegen”
Vorige week, op de motorbeurs. Ik vroeg: “Mag ik iets vragen?” en daarna niet alleen “Damesbroeken” (want daar had ik net een column over geschreven), maar “Heeft u ook leren motorbroeken voor dames?”, waarop de verkoper zei: “Nu moet ik er om liegen”.

Laatste reacties