Je bent hier: Home // Brein, Taal, Wetenschap // Augustijnken en de puzzel die middeleeuwen heet

Augustijnken en de puzzel die middeleeuwen heet

Sophie - Augustijnken - Glas-in-loodLang, lang geleden, in de tijd die we tegenwoordig de middeleeuwen noemen, was het nog niet vanzelfsprekend dat men boeken las. Sterker nog, het overgrote deel van de bevolking kon geen letter lezen. Gelukkig waren boeken volledig overbodig, en wel door de sprooksprekers.

Boeken waren in de veertiende eeuw voorbehouden aan de adel, rijke burgerij, geestelijken en geleerden. Voor de rest was literatuur niet echt een hooggeleerde bezigheid, dan wel een vermakelijke. Sterker nog, de middeleeuwen kennen een bloeiende literaire traditie. Men kwam met de hele familie of het hele dorp bijeen om te luisteren naar verhalenvertellers. De leukste en belangrijkste gedichten en liedjes werden verder verteld, wat literatuur een belangrijke vorm van sociaal contact maakte. Tegenwoordig leent men elkaar boeken of bezoekt men een lezing van schrijver, in de middeleeuwen luisterde men naar de sprookspreker of troubadour. Sommigen waren zó goed, dat ze er zelfs hun beroep van hadden weten te maken en zo door het hele land trokken om verhalen te verspreiden.

Sprooksprekers en troubadours
Versjes, liedjes en hele lange verhalen diepen de sprooksprekers en troubadours op, vaak erg moralistisch (je bent een middeleeuwer of je bent het niet), maar altijd vermakelijk. Zo kon iedereen, ook de analfabeten, genieten van spannende en grappige verhalen. Onder deze voorlopers van cabaretiers had je een zekere elite: zij werden tegen een behoorlijke vergoeding uitgenodigd door adel en koningen op om hoven te komen spreken ‘ter vermaak ende lering’. Soms werden ze zelfs door een koning of edelman meegenomen op reis om op ieder gewenst moment met een leerzaam dan wel grappige anekdote op de proppen te komen.

Een van die succesvolle sprooksprekers binnen de Middelnederlandse traditie is Augustijnken van Dordt, die leefde in de veertiende eeuw. Zoals met vrijwel alles dat uit de middeleeuwen afkomstig is, weten we veel te weinig om een compleet te kunnen beeld te vormen. Zo ook van deze beste man. Wat wel al langer duidelijk is, is dat Augustijnken geen ordinaire verhaaltjesverteller was, maar contacten had met de groten van Europa, waaronder Jan van Blois van Schoonhoven. Met deze hoge pief is Augustijnken zelfs mee naar Pruisen gegaan om als persoonlijke vermaker op te treden. Behalve Jan van Blois is Augustijnkens naam teruggekomen in tal van andere rekeningen van hoven in Holland en Brabant.

Behalve Holland en Brabant zijn er ook nog eens aanwijzingen dat Augustijnken in Pruisen is geweest, en ook in Duitsland. Zoals gewoon bij rondreizende lieden, bleef Augustijnken nooit lang op één plaats en is de kans groot dat hij meerdere talen en dialecten heeft gesproken. Er worden veel verschillende teksten aan hem toegedicht, enkele zeer moralistisch, andere vermakelijk en lichtvoetig. Hoe dan ook, Augustijnken is naar alle waarschijnlijkheid een bezig baasje geweest met veel kwaliteiten.

Augustijnken als vermeende Dordtenaar
Wat wellicht opvalt aan dit stuk is dat ik een enkele keer heb gesproken van Augustijnken van Dordt. Is dat zijn volledige naam? Nou, nee. Veel literatuurliefhebbers, historici, letterkundigen, wetenschappers en anderen hebben soms de neiging om aan een historisch figuur een herkomst op te hangen. Als de bronnen het toelaten, doen ze dit natuurlijk het liefst aan hun eigen geboortedorp of streek. Dit is ook het geval bij Augustijnken ‘van Dordt’, waar het achtervoegsel staat voor Dordrecht. Echter, hoe kunnen we weten dat Augustijnken uit Dordrecht kwam? Nu is dat best mogelijk: hij heeft een gedicht geschreven waarin hij rept over de rivier de Merwede in het gedicht Van den Scepene. Dit gedicht gaat over de nijverheid rond de scheepsbouw bij Dordrecht.

De letterkundige Willems werpt in 1837 een theorie op over Augustijnkens afkomst en noemt hem ‘Van Dordt’. Dit is vervolgens door andere wetenschappers jarenlang klakkeloos overgenomen. 

De geschiedenis van Dordrecht
Pikant detail is dat de stad Dordrecht Augustijnken al volledig als voormalig inwoner heeft omarmd: in De Geschiedenis van Dordrecht tot 1572 wordt verteld dat Augustijnken een uit Dordrecht afkomstige sprookspreker was. Iets dat niemand zeker weet: we kunnen hoogstens zeggen dat hij waarschijnlijk uit Holland kwam.Moeten we dit de stad Dordrecht kwalijk nemen? Nee hoor, het is volkomen normaal dat een stad die in de veertiende eeuw tot de welvarendste steden van Holland hoorde, er enig belang bij heeft een succesvolle dichter te adopteren. Het is niet alsof ‘de critici en kenners’ het allemaal wél weten: eigenlijk weet niemand iets. Wat mij betreft mag Dordrecht Augustijnken ‘hebben’.

Het onderzoek naar Augustijnken van Dordt is een voorbeeld van letterkundig onderzoek waar geen eind aan lijkt te komen. Waar de wetenschappers het nu na bijna twee eeuwen onderzoek over eens zijn, is dat het achtervoegsel ‘Van Dordt’ iets te optimistisch is. In moderne literatuur wordt dat vaak weggelaten.

Sophie - Augustijnken - Dordrecht

De puzzel die middeleeuwen heet
En dat is nu het vervelende, maar tegelijkertijd fascinerende aan letterkundig onderzoek dat zich toespitst op de middeleeuwen. Die tijd ligt zo ontzettend ver achter ons en er is nog maar zo weinig van over, dat het heel lastig is om een beeld te vormen dat enigszins recht doet aan de waarheid.

Daarnaast zijn we ook nog eens ‘verpest’ door wetenschappers en filosofen uit vorige eeuwen. De zeventiende- en achttiende-eeuwse geleerden schilderden de middeleeuwen af als ‘barbaars, duister en achterlijk’. In de negentiende eeuw ziet men in de middeleeuwer het voorbeeld van de ideale mens: romantisch, heldhaftig, nationalistisch en één met de natuur. Enerzijds heksenjachten en raddraaiers, anderzijds Game of Thrones en King Arthur. Wie moeten we nu geloven? Mijn idee, na het schrijven van twee scripties over middeleeuwse letterkunde, is dat we gewoon lekker moeten blijven onderzoeken. Laat het idee los dat je de geschiedenis kunt schetsen en probeer stukje bij beetje verder te komen in de puzzel die middeleeuwen heet. Misschien dat we over tweehonderd jaar weer net iets meer zeker weten over Augustijnken. Daar doen we het voor.

Beeld: stock.xchng/jlburgess en flickr.com/ArcoArdon.

Facebook Twitter Email Pinterest Tumblr Stumbleupon Linkedin

Sophie

Sophie

Sophie is geboren aan het eind van het mooie jaar 1987. Nu, bijna 25 jaar later, is ze een van de nieuwsjagers en wetenschappers bij Nadelunch. Daarvoor heeft ze Nederlandse taal & cultuur gestudeerd en is ze gespecialiseerd in heel erg oude boeken. Hoe meer ze stinken, hoe beter. Ze heeft tevens een eigen blog, desopheelste.blogspot.com, en schrijft over alles. Daarnaast leest ze graag, gaat ze hardlopen, koken en schilderen en heeft ze momenteel honderd verschillende baantjes: van huiswerkbegeleiding geven tot schoonmaken bij ouderen. Ze zal voor Nadelunch schrijven over actualiteiten rondom onderwijs en literatuur en over literatuur in wetenschappelijke zin.


Tags: , , ,



Gerelateerde artikelen


2 Reacties to " Augustijnken en de puzzel die middeleeuwen heet "

  1. Olga zegt:

    Weer een lesje Middelnederlandse letterkunde, leuk! En wat heb je een werk gemaakt van je artikel :)

  2. Sophie zegt:

    Dank je! Ja, ik ben gek op de middeleeuwen, je moet ergens in gespecialiseerd zijn toch. ;)

Laat een reactie achter

Copyright © 2012 Nadelunch.com. Alle rechten voorbehouden.
Ontworpen door Theme Junkie. Mede mogelijk gemaakt door WordPress.