Ik stond erbij en ik keek ernaar

Het bystandereffect (1)In 1964 werd Kitty Genovese verkracht en vermoord in Queens, New York, terwijl meerdere buren toekeken. Niemand greep in. Recenter, in 2009, werd Dominik Brunner door twee tieners vermoord op een Duits treinstation nadat hij had geprobeerd kinderen te helpen die door hen werden aangevallen. Meerdere omstanders zagen de moord gebeuren, maar niemand deed iets.

Het zijn slechts twee trieste voorbeelden van wat in de psychologische literatuur het bystandereffect heet: de aanwezigheid van andere mensen zorgt ervoor dat individuen minder geneigd zijn iemand in nood te helpen. Sinds de tragische dood van Kitty Genovese wordt er veel wetenschappelijk onderzoek verricht naar de vraag waarom mensen in bovengenoemde situaties niet ingrijpen. Een typisch bystanderonderzoek verloopt als volgt: deelnemers zijn alleen of in aanwezigheid van een of meer andere deelnemers (passieve omstanders) bezig met een ‘belangrijke’ taak (denk aan het invullen van vragenlijsten, wachten op de onderzoeker). Plotseling zijn ze getuige van een noodgeval: de onderzoeker raakt gewond, iemand wordt aangevallen of iemand steelt iets. De reacties op deze noodgevallen worden geregistreerd, meestal in termen van de waarschijnlijkheid dat iemand ingrijpt en hoelang het duurt tot iemand ingrijpt. De resultaten van het deelonderzoek met meerdere omstanders worden vervolgens vergeleken met het deelonderzoek waarin slechts één omstander aanwezig was.

Om overzicht te scheppen in de bulk onderzoeken die zich richten op het bystandereffect, voerden Fischer en collega’s een meta-analyse uit die in 2011 verscheen in het gerenommeerde tijdschrift Psychological Bulletin. Alle onderzoeken die sinds de jaren 60 tot 2010 naar het fenomeen zijn gedaan, werden geïdentificeerd. De onderzoekers bevestigden de conclusie die door veel wetenschappers al eerder werd getrokken: de aanwezigheid van passieve omstanders vermindert in noodsituaties de kans dat er door anderen hulp wordt geboden. Drie psychologische processen lijken verantwoordelijk voor het optreden van het bystandereffect. Het eerste proces betreft de verdeling van verantwoordelijkheid: hoe meer omstanders er aanwezig zijn, hoe minder persoonlijke verantwoordelijkheid om in te grijpen een individu zal ervaren. Het tweede proces heeft betrekking op de vrees door anderen in het openbaar te worden beoordeeld. Personen zijn bang fouten te maken of verkeerd te handelen wanneer ze door anderen worden geobserveerd, waardoor ze minder geneigd zijn in te grijpen. Het derde proces staat bekend onder de naam pluralistic ignorance, ‘laten we met zijn allen doen alsof we niks zien’, en is het gevolg van het afgaan op de openlijke reacties van anderen bij het interpreteren van een ambigue situatie. Het allergrootste bystandereffect vindt plaats wanneer niemand ingrijpt omdat iedereen denkt dat niemand het noodgeval heeft opgemerkt.

 

Een belangrijke bevinding uit de meta-analyse van Fischer en collega’s was dat het bystandereffect minder groot was in gevaarlijke situaties dan in ongevaarlijke situaties. Dat wil zeggen dat er bijvoorbeeld eerder hulp wordt geboden in een situatie waarin het slachtoffer gewond raakt als er niet wordt ingegrepen dan in situaties waarin een slachtoffer alleen geld kwijtraakt wanneer niemand iets doet. Dit zou kunnen komen doordat gevaarlijke situaties sneller worden herkend als echte noodgevallen of doordat omstanders aannemen dat sommige gevaarlijke noodgevallen alleen kunnen worden opgelost als veel toeschouwers tegelijk ingrijpen.

Het bystandereffect (2)
Een andere opvallende bevinding was dat het bystandereffect groter was in onderzoeken met vrouwelijke deelnemers dan in onderzoeken met mannelijke deelnemers. Dit lijkt logisch gezien het feit dat mannen doorgaans sterker zijn dan vrouwen, waardoor ingrijpen makkelijker is. Daarnaast bleek dat toename van het aantal omstanders leidde tot minder ingrijpen: hoe meer toeschouwers, hoe minder iemand zich verantwoordelijk voelt om hulp te bieden. Ook grepen omstanders minder snel in als zij vreemden van elkaar waren. Bovendien bleek dat deelnemers eerder besloten in te grijpen wanneer ze dachten zelf veel gevaar te lopen. Als deelnemers beseffen dat ze zelf gewond kunnen raken als ze ingrijpen, realiseren ze zich dat ze inderdaad met een gevaarlijke situatie (zowel voor zichzelf als voor het slachtoffer) worden geconfronteerd. Anders gezegd: als individuen waarnemen dat ze zelf in gevaar zijn, nemen ze ook sneller aan dat een slachtoffer hetzelfde risico loopt en grijpen ze sneller in.

Hoewel de meta-analyse aantoont dat de aanwezigheid van omstanders het aanbieden van hulp aan slachtoffers vermindert, is het beeld volgens de auteurs minder somber dan wordt aangenomen. Het feit dat mensen in gevaarlijke situaties eerder geneigd zijn elkaar te helpen, biedt hoop dat we hulp zullen ontvangen wanneer dat echt nodig is, zelf als meerdere mensen getuige zijn. Zullen we gewoon afspreken dat we elkaar altijd helpen? Dan behoren gevallen als die van Genovese en Brunner tot het verleden.

Beeld: Flickr.com; 1 & 2.

Share

Eline

Eline (1988) is orthopedagoge en werkt momenteel als promovenda bij de Universiteit van Amsterdam. Zij doet onderzoek naar de rol van de vader versus de moeder in het ontstaan en het overwinnen van angsten door kinderen. Deze wetenschapster in hart en nieren schrijft voor Nadelunch.com populairwetenschappelijke artikelen voor de categorie 'Wetenschap'. Haar expertise ligt op het terrein van de sociale wetenschappen. Zij verruilt daarnaast graag de ivoren toren van de wetenschap voor de digitale snelweg. Eline vindt het steeds weer een uitdaging complexe wetenschappelijke informatie voor een breed publiek toegankelijk te maken.