Je bent hier: Home // Brein, Wetenschap // Kletskabouters en fopprofessoren

Kletskabouters en fopprofessoren

Met een hard rapport over slodderwetenschap en een opmerkelijk snel verschenen boek van de sloddervos zelf is de affaire-Stapel afgerond. De academische wereld spreekt van een incident en gaat over tot de… Par-dón? Een incident? Echt? En dat boekje van Hermans dan?

Op 1 september 1973 verleende de Rijksuniversiteit Groningen eervol ontslag aan Willem Frederik Hermans, lector in de fysische geografie. Hermans, in 1955 cum laude gepromoveerd, zou te weinig tijd besteden aan zijn onderzoek. Over de slechte band met zijn Groningse collega’s schreef Hermans Onder professoren: een afrekening met zijn universitaire verleden.

Op 9 november 2011 leverde Diederik Stapel zijn doctorstitel (cum laude) in bij de Universiteit van Amsterdam. De Tilburgse hoogleraar in de sociale psychologie, tevens decaan, had grote delen van zijn onderzoeken gefingeerd. Over die fraude schreef Stapel Ontsporing : een afrekening met zijn universitaire verleden.

Martijn - Professoren - Hermans

Eenzaam en verheven
Vooropgesteld: Stapel en Hermans zijn afkomstig uit twee loodrecht tegenovergestelde wetenschapsgebieden. Ze hebben om twee totaal verschillende redenen afscheid moeten nemen van de wetenschap. Toch zijn er genoeg parallellen te trekken tussen de twee onderzoekers, en tussen de werelden waarin ze werkten. Schrikbarend veel parallellen, eigenlijk.

Professor Roef Dingelam, die in Onder professoren de Nobelprijs voor de Scheikunde wint, wordt vierhonderd pagina’s lang weggezet als een monomane onderzoeker, die geen van zijn studenten van gezicht kent. Dingelam ergert zich aan zijn vrouw, die niets snapt van zijn onderzoek. Hij ergert zich ook aan instituutsdirecteur Tamstra, een wetenschappelijke nul die hem uit zijn kamer met uitzicht heeft gezet. Dingelams collega’s hebben op hun beurt eigenlijk helemaal geen idee wie die kersverse Nobelprijswinnaar is. De professor voelt zich eenzaam en vereenzaamt zich.

Zou Stapel veel van zijn studenten bij naam hebben gekend? De oud-hoogleraar beantwoordt die vraag niet in zijn boek – zoals wel meer vragen zonder antwoord blijven. Wel lezen we in Ontsporing hoe de fraudeur zich het liefst opsluit op zijn eigen werkkamer, ’s avonds, om dan ongestoord databestanden te gaan vullen met verzonnen cijfers.

De hoogleraar-decaan gaat zelf data verzamelen, en sleutelt na elk overleg nog uren aan onderzoeksopzetten en –protocollen. Volgens het rapport-Levelt was Stapel een charismatische (intimiderende?) promotor: “Hij (Stapel – MK) was echt de baas”. Ook de autobiografie geeft de indruk van een man die zelf veel beter dan zijn studenten wist hoe het allemaal hoorde.

Eenzaam en alleen gelaten
Veel ingrijpender dan de overeenkomsten tussen de twee hoofdrolspelers zijn de overeenkomsten tussen de omgevingen waarin Hermans en Stapel hun werk deden. Zowel in Ontsporing als in Onder professoren is de universiteit een plek waar op macht beluste opscheppers hun gang kunnen gaan: de pestkop Tamstra staat boven de saaie onderzoeker Dingelam; de gewezen acteur Stapel levert proefschrift na proefschrift af zonder dat iemand er vraagtekens bij durft te zetten. De mediagenieke Andreas Ballingh (zie: De Jong, Lou) wordt beneden om zijn boekverkoop, niet om wat ie wetenschappelijk voorstelt. En president-curator Kaeckebeke, een bordkartonnen bestuursmarionet, heeft meer aanzien dan zijn secretaris Taets. Keeping up appearances.

Een cultuur, geen incident
Zowel de commissie-Levelt als Diederik Stapel zelf staan achteraf versteld van het gemak waarmee de gefingeerde cijfers werden geaccepteerd, ja, zelfs toegejuicht, door collega-onderzoekers, tijdschriftredacties, universiteiten en de media.

Na het lezen van Onder professoren sta ik van dat gemak iets minder versteld. Des te meer ben ik geschrokken van de sinds de jaren zeventig amper veranderde academische cultuur. Publiceren en populariseren, want dat levert geld op: dat is al bijna een halve eeuw, nee, langer nog dan een halve eeuw, het devies van elke universitaire gemeenschap.

Ja, professor Stapel was een fraudeur, en wat hij gedaan heeft valt niet goed te praten door te wijzen op de kritiekloze omgeving. En ja, lector Hermans zal bij vlagen zijn Groningse fictie hebben overdreven. De kern blijft niettemin: de (Nederlandse) universiteiten zijn te lief voor hun populairste onderzoekers, en werken daarmee fraude in de hand.

Wie zegt dat Stapel een incident was, houdt die verrotte cultuur mede in stand.

Beeld: Wikimedia Commons

Facebook Twitter Email Pinterest Tumblr Stumbleupon Linkedin

Martijn

Martijn

Martijn (Eindhoven, 1988) is afgestudeerd innovatiemanager. Omdat-i zelf óók niet precies weet wat of dat is, doet-i voorlopig maar wat-i leuk vindt. Schrijven, vooral, of beter nog: verhalen vertellen. Want Martijn (Marti, Tinus) is voor alles een man van taal, een man van woorden, een man van heel veel woorden – maar ook van mooie woorden en mooie taal, want, zo zegt-i zelf, “lelijke taal is er al genoeg”. Groot fan van: Godfried Bomans (dood), de Vliegende panters (opgeheven), Theo Maassen, Kees Torn (gestopt), de Beatles (gestopt), Theo Nijland, Nescio (dood), het Franse chanson, vrijwilligen op festivals (alleen met mooi weer) en lange, nutteloze laptopsessies. Via die sessies komt-i dan wel weer op artikelen voor de wetenschapsbijlage van uw lijfblog. Geeft training in zwemmen en tafeltennis. Geheelonthouder. Kleinkunstenaar.


Tags: , , ,



Gerelateerde artikelen


1 Reactie to " Kletskabouters en fopprofessoren "

  1. Merel Merel zegt:

    Goed stuk, Martijn!

Laat een reactie achter

Copyright © 2012 Nadelunch.com. Alle rechten voorbehouden.
Ontworpen door Theme Junkie. Mede mogelijk gemaakt door WordPress.