Komt een allochtoon bij de dokter

?Men neme een allochtone patiënt, een autochtone huisarts en alle bijbehorende culturele en talige verschillen. Gegarandeerd misverstanden, onbegrip, verkeerde verwachtingen en wederzijdse frustraties. Dat moet anders en beter kunnen, dacht ik. En wat kunnen wij Hollanders nu beter dan voorlichten?

Het multiculturele cliché
Hele boekenkasten zijn ermee gevuld: de zogenaamde multiculturele samenleving in Nederland, die leidt tot maatschappelijke uitdagingen en discussies. Denk aan meldpunten voor Moelanders, zwarte wijken, camera’s aan de grenzen, hogere werkloosheid en lagere opleidingsniveaus onder allochtonen en tot slot ministers die discussie voeren over het al dan niet afschaffen van de term ‘allochtoon’.

Maatschappelijke uitdagingen zijn ook in de gezondheidszorg terug te zien (Harmsen & Bruijnzeels, 2005). Huisartsen moeten werken in een interculturele setting die afwijkt van wat zij veelal geleerd hebben en allochtone patiënten krijgen hulp van iemand die ze niet altijd begrijpen. Veelgenoemde oorzaken voor problemen zijn culturele en demografische verschillen en specifieke zaken die tijdens consulten terugkomen, zoals het uitlopen van gesprekken en de hoge bezoekfrequentie.

Het probleem is duidelijker dan de oplossing
Over de oplossingen zijn onderzoekers echter minder helder. Ze spelen veelal op safe en richten zich daardoor vooral op de zorgverleners zelf (Kijlstra, Van Wieringen, & Schulpen, 2001). Huisartsen en assistentes worden via cursussen bewust gemaakt van de allochtone patiënten en de hulpverleners wordt verteld hoe ze op de juiste manier kunnen omgaan met culturele verschillen. Bovendien wordt van hulpverleners verwacht dat zij zich professioneel gedragen en aanpassen aan de patiënt, wat hen in feite eindverantwoordelijk maakt.

De aangedragen oplossingen zijn dus voornamelijk gericht op de zorgaanbieders. Dat is niet vreemd, aangezien allochtone patiënten lastig te betrekken zijn bij onderzoeken vanwege taalproblemen en zij bovendien een extreem heterogene groep vormen met verschillende talen, culturele achtergronden, kennisniveaus en verwachtingen. Aan de andere kant zijn er in een intercultureel gesprek minimaal twee gespreksdeelnemers, en wederzijdse inspanning en begrip zijn dan ook noodzakelijk voor een succesvolle afloop van een huisartsenconsult (Pinto, 2007).

Bij de dokter

Een veelgebruikt middel om inspanning en begrip onder autochtone patiënten te bereiken is voorlichting, en de vraag rijst dus of gemedieerde voorlichting speciaal gericht op allochtone patiënten ook een bijdrage kan leveren. Hoog tijd om de huisartsen, doktersassistentes en praktijkondersteuners het vuur aan de schenen te leggen!

Voorlichting aan allochtonen: deal or no deal?

“Islamitisch spreek ik niet, of hoe heet dat, Arabisch. In Katendrecht hoef je geen Nederlands te spreken voor je boodschappen bij de groenteboer. Maar volgens mij is er al een hoop in moslimtaal.”

In 24 interviews heb ik de zorgverleners gevraagd naar hun meningen en ideeën over voorlichting aan allochtone patiënten. En om maar meteen met het belangrijkste te beginnen… Specifieke gezondheidsvoorlichting aan allochtonen: doen! Een belangrijke reden om inderdaad specifieke voorlichting te maken is volgens de zorgverleners het feit dat aan deze problemen een andere oorzaak ten grondslag ligt dan bij autochtone patiënten, zoals de taalbarrière, een kenniskloof, een gebrek aan begrip, cultuurverschillen en andere wensen:

“Er is niks in het Turks over voeten en voetverzorging, en ook niet in het Arabisch, terwijl dat met zeven keer voeten wassen in de moskee toch wel heel praktisch is.”

“Nederlands voorlichtingsmateriaal gaat over aardappel en bruine bonen. Een Turk eet liever couscous.”

De vraag is natuurlijk of voorlichting aan allochtone patiënten wel een oplossing is. Jawel, zeggen sommigen, mits je het materiaal richt op bewustwording, acceptatie en kennis en minder op gedragsverandering:

“Dat honing overal voor kan werken, maar net niet voor suikerziekte. Hoe zuiver die ook is en hoe hoog die ook uit de bergen komt. Je hoopt dat je dat uit kunt leggen: donder geen suiker in je thee en eet geen drie Marsen.”

Voorlichting specifiek voor allochtone patiënten is dus gewenst, maar zal wel aan een aantal voorwaarden moeten voldoen. Deze voorwaarden zijn het gevolg van de heterogeniteit van ‘dé allochtoon’ (die niet bestaat, helaas – het had het geheel iets eenvoudiger gemaakt), culturele achtergronden en demografische kenmerken van allochtonen, en mogelijkheden en het gebruik van verschillende media.

An apple a day keeps the doctor away

De ene allochtoon is de andere niet
In een poging iets inzichtelijker te maken hoe het voorlichtingsmateriaal eruit zou moeten zien, ben ik gaan brainstormen met de artsen en assistentes. Wat managers dus in een hutje op de hei doen, maar dan in de wachtkamer.

Goed, stel: we gaan voorlichting maken voor allochtonen. De vraag is dan waar de voorlichting aan moet voldoen. Ga je bijvoorbeeld voor gemedieerde voorlichting, face-to-faceprojecten of een combinatie hiervan? Sommigen hebben hier wel een idee over:

“Ik roep gelijk ‘moskee’, want altijd als daar weer iets uitgelegd is, word ik helemaal gek.”

Dat is echter niet de enige afweging. In welke taal ga je het bijvoorbeeld aanbieden? Maak je het ze ‘wel erg makkelijk in hun eigen taal’, of is het ‘een illusie dat die mensen nog Nederlands leren’? En als je dan een taal gekozen hebt, moet je dan geschreven voorlichting aanbieden? Of plaatjes, die voor analfabeten ook ‘onleesbaar’ blijken te zijn:

“Een echte analfabeet die een torso ziet denkt: dat kan niet goed gaan, want ze hakken mijn benen eraf’.”

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Over een doelgroep (jongeren of ouderen?), het onderwerp (preventie of veelvoorkomende ziektes?), het medium (televisie of folders?) en de initiatiefnemer (wij of ‘zij’?). Het heeft me 540 minuten interview en veel discussie opgeleverd, die ik je verder zal besparen.

Het probleem is duidelijker dan de oplossing
Ondanks dat voorlichting dus niet de ‘ultieme’ of enige oplossing is, lijkt het wel degelijk mogelijkheden te hebben om de ervaren moeilijkheden in de interculturele gezondheidszorg aan te pakken, en het kan dus een goede aanvulling zijn naast de bestaande middelen. Er zijn veel opties, maar karakteristieken van allochtone patiënten beperken de mogelijkheden van de voorlichting. De huidige focus op de zorgverleners zal dus noodzakelijk blijven. Toch kan voorlichting specifiek voor allochtonen tot een betere wederzijdse inspanning leiden, wat de kans op een succesvol(ler) verloop van een consult vergroot.

Interculturele gezondheidszorg zal voorlopig een maatschappelijke uitdaging blijven en gemedieerde voorlichting aan allochtone patiënten zal dit niet eenvoudig veranderen. Toch stel ik voor de uitdaging aan te gaan! Ik heb alleen nog een financiële injectie nodig. Iemand interesse om samen met mij het avontuur aan te gaan?

Het complete afstudeeronderzoek is hier terug te lezen.

Beeld: Photl.com/1, 2 en 3.

Share

Michael

Michael Doove (1988) is geboren in en opgegroeid onder de rook van Rotterdam. Op zijn achttiende vertrokken om communicatie- en informatiewetenschappen te studeren aan toen de Universiteit van Tilburg en tegenwoordig Tilburg University. Inmiddels is de master zo goed als klaar, werkt hij op de universiteit als communicatiemedewerker en blogt hij voor het universiteitsmagazine. In de schaarse vrije tijd heeft hij het liefst zo druk mogelijk met mensen, muziek, sociale media, maar vooral ook (interculturele) communicatie en etnografie. Etnografie? Ja, etnografie. En daar schrijft hij dan ook over voor Nadelunch. Soms kritisch en ironisch, maar altijd met een glimlach.