Nu we weten wat promoveren inhoudt, rijst de vraag: waaróm promoveren promovendi? Wat drijft hen? Wat vinden zij van hun werk en van de wetenschap? Vijf promovendi aan het woord.
Waarom promoveren?
Ik vroeg vijf promovendi (Yoeri van de Burgt, Christine Liebrecht, Tom Marshall, Eline Möller en Barbara Wagensveld*) naar hun ervaringen. Hoe zijn de vijf promovendi eigenlijk in deze baan beland?
Barbara en Yoeri werden allebei aan het eind van hun afstudeerstage gevraagd voor hun promotieproject. Barbara: “Ik heb er dus eigenlijk niet zo heel lang over nagedacht, want wat ik tijdens mijn stage deed, vond ik leuk.” Yoeri ziet promoveren ook als een tussenstap tussen werken en studeren. Eline ziet dat anders: “Voor mij was dit na mijn onderzoeksstage een logische stap. Ik wilde helemaal niet de klinische praktijk in. Ik zie promoveren niet als een verlengstuk van mijn studie, maar echt als een baan.”
Tom besloot na in Groot-Brittannië in de bedrijfswereld te hebben gewerkt en na in Amsterdam zijn master te hebben behaald, in Nederland te blijven om te promoveren. “The Netherlands is just a brilliant place to do a PhD. The employment conditions are second to none, and I find the working culture here very pragmatic and horizontal: even as the junior member of a research team you feel valued and are given a lot of independence.”
Tom raadt aan niet te luchtig te denken over promoveren: “I think that applying for a PhD is something you have to think long and hard about, and certainly not something you should do without a very clear motivation. It’s an awful cliché, but that motivation will be the only thing you have to sustain you at times, so it has to be good. It’s also worth mentioning that right now – what with all the economic uncertainty – doing a PhD is relatively a very stable choice. There aren’t a lot of career options with four years of job security.”

Bedrijfswereld versus wetenschap
En de arbeidsmarkt, lonkt(e) die niet? Christine en Tom werkten beiden vóór hun promotieproject al een tijdje in de bedrijfswereld. Barbara heeft nadat haar promotiecontract afliep een half jaar buiten de universiteit gewerkt, waardoor ze besefte dat ze meer op haar plek was in de wetenschap dan ze dacht. Barbara: “Het meest miste ik dat je dagelijks uitgedaagd wordt je te ontwikkelen op meer dan één vlak. Dat laat in het bedrijfsleven soms te wensen over.”
Sommige promovendi weten voor de start van hun project al dat ze in de wetenschap willen blijven werken (“Wat zou ik anders moeten doen?”), anderen komen er gedurende hun project achter dat de wetenschap toch niet is wat ze zoeken.
Voor Yoeri speelde het arbeidsperspectief na de promotie een rol in de keuze te promoveren: “Het lijkt me ook wel dat je door te promoveren iets meer keuze hebt in de arbeidsmarkt. Alhoewel het voor technici natuurlijk sowieso niet al te moeilijk is om een baan te vinden.”
Nadelen
Natuurlijk horen er pieken en dalen bij het promovendi-bestaan. Barbara ziet bij collega-promovendi dat – onafhankelijk van de achtergrond of vakgebied – iedereen min of meer dezelfde stappen doorloopt. Over moeilijke periodes zegt ze: “Aan het eind van de rit zijn dit wel de zaken waar ik het meest van heb geleerd.”
Ergens op de helft van het promotieonderzoek komen veel promovendi in een zogenaamde ‘promovendi-dip’. Yoeri: “Vier jaar lang met eenzelfde onderzoek bezig zijn, kan soms wat saai en frustrerend zijn. Vooral in mijn tweede jaar toen ik een tijdje geen goed resultaten kreeg, was het erg moeilijk om me er toch toe te zetten weer iets nieuws uit te proberen. Uiteindelijk kom je ook over die dip wel heen.”
Bij veel promovendi speelt de gevreesde verdediging al vroeg door hun hoofd. Zo droomde ik anderhalve maand nadat ik aan mijn project begonnen was dat ik al moest verdedigen. Op mijn “Maar ik ben nog maar net bezig!”, werd gereageerd met: “Ach, dan is het alvast achter de rug.” Iemand die ik ken droomde ook over zijn verdediging: nadat hij een vraag niet kon beantwoorden, pakte zijn promotor een volautomatisch geweer van onder de tafel en … hij werd zwetend wakker.
Eline kan een aantal nadelen aan het promoveren noemen: “Zo is je werk nooit klaar, je kunt altijd wel meer doen. ‘Wetenschapper ben je 24/7’, zegt mijn professor. Artikelen kunnen altijd beter, je kunt altijd nog meer data verzamelen. Dat maakt het lastig om je werk los te laten en ook vrije tijd te nemen en te plannen. Verder is de wetenschappelijke wereld redelijk hard: er is veel publicatiedruk en daar moet je maar tegen kunnen.” Tom legt het mooi uit: “Although my colleagues like to grumble as much as anyone – mainly about being overworked – I do get impression that many of them really believe in what they’re doing and find it valuable, and being immersed in that really makes you think about your job as less of ‘the daily grind’, and more as something that has real worth.”

Academia
Wat is er eigenlijk zo leuk aan de wetenschap, aan ‘academia’? Eline is duidelijk: “Iets tot de bodem uitzoeken, in de literatuur duiken, je eigen data verzamelen: ik krijg er geen genoeg van.” Ook Tom vindt dat hij in een inspirerende omgeving werkt, met een fijne werksfeer. Christine vult dat nog aan: “Het is een genot om de tijd te hebben en te nemen om dingen écht uit te pluizen. Ik heb in het bedrijfsleven gewerkt, daar was er vaak niet voldoende tijd voor. Nu wel. Als promovenda werk je middenin een enorm interessante en inspirerende omgeving, ‘waar het gebeurt’ en waar je onderdeel vanuit maakt.”
Vrijheid
De vrijheid van de promovendus wordt ook als een positief punt gezien. Yoeri: “Je hebt veel vrijheid en bent zelfstandig bezig, wat goed is voor je ontwikkeling, maar je hoeft niet per se elke dag om 9 uur te beginnen. Het is jouw onderzoek, dus je moet zelf zorgen dat het allemaal op tijd af is. Hoe je dat doet is helemaal aan je zelf.” Barbara is het daar grondig mee eens: “De vrijheid die je hebt om je uren zelf in te delen, maken het voor mij mogelijk om een jong gezin met twee peuters draaiende te houden en daarnaast bijna full-time te werken. Ik denk dat ik, als ik aan reguliere werkuren vast zou zitten, allang minder was gaan werken. Nu kan ik ook een aantal avonden werken en er overdag meer voor mijn kinderen zijn.” Ook Tom vindt de vrijheid een voordeel. “For me one huge advantage of doing a PhD is the independence I have to pursue my own ideas. When I worked in the private sector I felt like a cog in a machine – although perhaps I just worked for the wrong people.”

Afwisseling
Ook het afwisselende karakter van deze baan wordt als een positief punt gezien. Eline: “Je kunt je drie of vier jaar volledig op een onderwerp storten en daar enorm veel nieuwe kennis over opdoen. Je mag naar de leukste congressen overal ter wereld. Je kunt onder werktijd allerlei leerzame en relevante cursussen volgen. Je kunt prachtige wetenschappelijke artikelen schrijven en zo de wereld van je bevindingen op de hoogte stellen.” Christine: “Dat de mogelijkheden aan je voeten liggen: onderwijs volgen en geven, congressen en contact en samenwerken met wetenschappers over de hele wereld, met reële zaken bezig zijn en dus de tijd hebben om tot de bodem te gaan. Dit alles maakt promoveren een uniek beroep met veel verschillende facetten. Tenminste, die kun je eruit halen als je wilt. Je bepaalt je eigen invulling van het promovendusbestaan. Vind ik leuk!”
Waarom niet promoveren?
De vijf door mij ondervraagde promovendi laten zich dus positief uit over promoveren en over de wetenschap. Maar niet iedereen ziet dat zo. Volgende keer: waarom zou je níét promoveren?
*Yoeri van de Burgt is promovendus in de onderzoeksgroep Micro- en nano-technologie van de Technische Universiteit Eindhoven. Christine Liebrecht is promovenda bij de afdeling Bedrijfscommunicatie van de Radboud Universiteit Nijmegen. Tom Marshall is promovendus bij het Donders Institute for Brain, Cognition, and Behaviour aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Eline Möller is promovenda bij de afdeling Pedagogiek en Onderwijskunde van de Universiteit van Amsterdam. Barbara Wagensveld promoveert begin december en werkt als post-doc bij de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling, van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Beeld: stock.xchng/leocub, stock.xchng/Col6085 en stock.xchng/picaland.
Merel
Merel (1986) is psycholinguïste. Als promovenda onderzoekt ze de beginnende geletterdheid van kleuters en doceert ze academische vaardigheden aan eerstejaarsstudenten. Hiervoor studeerde ze Nederlandse Taal en Cultuur en Theater-, Film- en Literatuurwetenschappen in Antwerpen en Cognitieve Neurowetenschappen in Nijmegen. Ze bedrijft wetenschap op pumps, schrijft over taalpathologie en kindertaal, loopt ‘hard’, naait rokken en reist regelmatig met de trein. Hierdoor komt ze vaak taal in het wild tegen, waar ze vervolgens uitgebreid over mijmert: voer voor haar wekelijkse Nadelunch-column. Ook schrijft ze voor Nadelunch over wetenschap en promoveren.

Ik vind het heel knap dat mensen deze ambities hebben :) wel moet ik eerlijk bekennen dat ik het mezelf niet zie doen. Maar ik ben ook heel gelukkig zonder die promotie hoor ;)