Het Hollandse meisje in Thailand: doe vrijwilligerswerk

Soms zijn er van die momenten dat je het land wilt verlaten en op zoek wilt gaan naar jezelf. Dit kan vanwege een studie die je net hebt afgerond, een relatie die zojuist is verbroken of simpelweg omdat je ruzie had met de buurvrouw (het belletje lellen tijdens je slaapwandelritueel kon zij niet waarderen).

Veel mensen kiezen, als een tijdje weg willen, voor een reis waarin ze de wereld ontdekken en iets kunnen betekenen voor hun medemens. Een voorbeeld hiervan is een stichting in Thailand waarbij vrijwilligers van over de hele wereld zich aanmelden; The Thai Child Development Foundation. Zelf kwam ik bij deze stichting terecht nadat ik voor het keuzevak van mijn studie een plek in het buitenland zocht om met kinderen te werken. Samen met drie andere studiegenoten plozen we internet uit en kwamen we er al snel achter dat de stichting zorgt voor educatie en medische hulp voor kinderen die dit nodig hebben. Hierbij moet je denken aan kinderen met bijvoorbeeld een leerachterstand of autisme.

School in Thailand

Ook kinderen uit de nabije omgeving kunnen in het weekend naar de school komen. Ze kunnen ervoor kiezen om samen met vrijwilligers sieraden van chipszakjes te maken, voor het ecologische winkeltje van de stichting, of lessen in Engels te volgen, die worden gegeven door de vrijwilligers. De stichting is tevens zelfvoorzienend. Ze bevinden zich in een natuuromgeving in Phato, een dorpje vlakbij Ranong in Zuid-Thailand, waar ze genoeg land hebben om eigen kruiden en groenten te kweken. Als vrijwilliger heb je vooral met dit ecologische deel te maken. Gasten verblijven hier ook en de hele dag door kun je samen met hen de verse maaltijden eten die de kokkin voor je zal bereiden.

Geen schoon vrijwilligerswerk
Eind augustus kwamen de vier Hollandse meisjes aan in Phato, om als vrijwilliger aan de slag te gaan. Door de paklijst, waar ‘kaplaarzen’ en ‘kleding dat vies mag worden’ op stond genoteerd, werd al snel duidelijk dat het geen ‘schoon’ vrijwilligerswerk zou worden. Nu ben ik zelf niet bepaald het type dat graag door de modder rolt of met twee vingers in mijn neus een kip achterna zit om hem vervolgens te slachten voor het diner. Deze weken zouden dus een flinke uitdaging worden.

Vrijwilligerswerk vieze handen

We warden hartelijk verwelkomd door de twee andere vrijwilligers, Grant en Bin. Een Engelse jongen van 21, die meerdere malen per jaar het thuisfront verlaat om ‘plotseling’ op reis te gaan, en een Chinese jongen van 22, die lacht om een scheet en ontzettend vriendelijk is. De verschillende vrijwilligers maken het werk gezellig en je leert elkaar na een paar dagen echt goed kennen. Zo hebben we gezamenlijk gewerkt aan een meditatie- en yogahuisje, dat al redelijk op poten stond, maar waarvan alle details nog afgewerkt moesten worden. We mengden verschillende natuurlijke producten met onze handen en voeten, tot een mengsel waar de muren mee gevoegd konden worden. Voor een meisje dat normaal graag haar nagels lakt en er enigszins normaal uit wil zien, was dit toch wel een grensoverschrijdende gebeurtenis.

Op zondag werkten we op school met de kinderen. Omdat mijn Thais niet optimaal is, was het nog best lastig om Engelse les te geven. Op ‘Sawadee ka’ (‘Hallo’) na, kwamen (en komen) Thaise woorden er bij mij niet bepaald vloeiend uit. Gelukkig waren de leerlingen gemotiveerd en kwamen ze niet voor niets op een zondag naar de school toe.

Rivier Thailand

Spelletjes en Thaise biertjes
Naast het harde werken was er ook genoeg tijd voor ontspanning. Zo kon je in het weekend verschillende activiteiten ondernemen, zoals raften over de nabije rivieren of een kookles volgen. Iedere avond werden er spelletjes gespeeld, onder het genot van een Thais biertje. Met de mix van verschillende culturen kon dit nog wel eens voor grappige taferelen zorgen. Zo liet de Chinees na iedere maaltijd of slok bier een flinke boer, zonder enige verbijstering op iemands gezicht, bleken de Engelsen nog fanatiekere kaartspelers dan mijn oom uit Nederland en lieten de Nederlandse meisjes de andere vrijwilligers kennismaken met zinnen als ‘lekker scheetje’ of representatieve Nederlandse muziek (lees: Jan Smit). Zo leek de afstand van verschillen even een stuk kleiner.

Ondanks dat je soms verlangt naar je eigen bed (de bedden hier zijn vergelijkbaar met die uit de prehistorische tijden), een warme douche en een boterham met pindakaas, is dit een ervaring die me nog lang bij zal blijven. Ik denk dat de vriendschappen die je hier maakt, zelfs voor eeuwig zijn.

Beeld: Francis.

Share

Francis

Francis (1989) is in het laatste jaar van de PABO beland. Naast het beroep van lerares, waarbij ze graag verhalen vertelt, heeft ze tig andere bezigheden. Zo spaart ze notitieboekjes, eet ze graag sushi, zou ze in een coverbandje willen zingen en heeft ze een liefde voor filmen en Man Bijt Hond. Deze zomer is ze met haar eigen filmproject begonnen, genaamd Asking the Dutch. Naast het blijven schrijven voor haar blog, zou ze later graag documentaires willen maken.