Een stuk kaas, een ei en wat spekjes. Deze ingrediënten doen misschien niet direct denken aan een culinair hoogstandje, maar dat is het wel. Spaghetti carbonara is voor mij de Italiaanse keuken op een bord.
Mijn eerste kennismaking met falafel een aantal jaren geleden verliep met een behoorlijke dosis argwaan van mijn kant. Ik was in die tijd nog vegetariër en ik was er heilig van overtuigd dat falafel simpelweg een midden-oosterse gehaktbal of, o gruwel, bitterbal zou zijn.
Ik heb een haat-liefdeverhouding met eieren. Ergens vind ik het idee van een ei eten een beetje… vreemd. En het zicht van een rauw ei stemt mij ook niet heel vrolijk: ik sta altijd panisch de chalaza uit de kom te scheppen (tot groot amusement van mijn geliefde).
Op een dag was ik flink verkouden en zei mijn geliefde: “Vanavond zal ik eens een scherpe, comfort food-waardige soep voor je maken, die je die vermaledijde verkoudheid zó zal doen vergeten.”
Ik ben geen wijndrinker en zal dat waarschijnlijk ook nooit worden. Een glas rood vind ik op zijn tijd heerlijk en met een glaasje ijskoude droge witte wijn op een zomeravond maak je mij ook wel blij, maar de keren per jaar dat ik wijn drink zijn letterlijk op één hand te tellen.
Er is iets met linzensoep. Namelijk: ik ken niemand die het niet lekker vindt. Het heeft denk ik te maken met de fluwelen meligheid die van gekookte linzen uitgaat. Ja, je zou zelfs kunnen zeggen dat de structuur van linzensoep iets troostends heeft. En in combinatie met de flauwe aanwezigheid van midden-oosterse kruiden zorgt een heet bord ervan voor een heel subtiel feestje in je mond.
Risotto maken is helemaal niet moeilijk. Zo, dat is eruit. Oké, ik geef toe dat mijn risotto waarschijnlijk niet de directe goedkeuring van l’uomo italiano zal krijgen, maar ik doe mijn best. Mijn geheim voor een goede risotto is niet het standaard devies: Blijf Roeren En Heb Geduld.
Omdat iedere dag brood ook maar zo saai is. Omdat we wel gezond willen, maar het vooral ook lekker moet zijn. Omdat vroeg opstaan om je eten te maken heus heel nobel is, maar we ook van slapen houden. Omdat we blij worden van variatie, maar niet van moeilijk doen. Omdat we de zomer best een handje mogen helpen, maar het voor waterijsjes toch nog net te koud is.
Als je liever geen dierlijke producten op je boterhammen eet, blijft er niet veel hartig beleg voor je over. Avocado, sojakaas, en dan houdt het meestal wel een beetje op. Gelukkig opende een tijd geleden de midden-oosterse keuken mijn ogen.
Ooit kwam ik een recept tegen voor havermoutkoekjes met walnoten. Toen ik die koekjes voor het eerst maakte dacht ik: dit is de hemel. Ze waren zo heerlijk krokant, een beetje ziltig, maar toch ook zoet. Het perfecte tussendoortje, dus.
Zo’n 26 jaar geleden werd ik geboren, zo’n 23 jaar geleden at ik voor het eerst pizza. Een Italiaanse vriendin van mijn moeder vertrouwde ons toen haar basisrecept voor pizzabodem toe. Zijzelf belegde de pizza vervolgens met rundvlees, eieren en ingelegde paprika. Heerlijk, maar heftig!
Bijna niets kan mij zo gelukkig maken als een huis dat naar eten ruikt. En een huis dat naar kippensoep ruikt, staat met stip op nummer 1 van plekken waar ik graag vertoef. Daarom hierbij een recept voor kippenbouillon.