Na een allesbehalve saaie eerste nacht, is het is tijd om Nanjing te gaan verkennen. Voor het eerst zie ik China bij daglicht. Ik weet niet wat ik zie. En dat is voor zo’n tweede dag maar goed ook.
De vorige keer schreven wij met allerlei nieuwe projecten bezig te zijn. Welnu, dat zijn wij nog steeds en het resultaat zul je snel zien. Heel snel.
Dikke gordijnen. Een houten bureau. Een kast waarvoor ik eerst het plaatselijke winkelcentrum moet plunderen wil ik ‘m helemaal gevuld te krijgen. Een spiegel waar ik de komende 4,5 maand nog weleens in zal kijken. Een toilet waar ik op kan zitten (!). Kortom: in China is een kamer. Met mij erin.
Om antwoord te geven op de vraag aan het eind van mijn vorige blogpost: nee, zo makkelijk is het toch niet, een boek schrijven.
“Dames en heren, dit is Shanghai Pudong Airport. Hartelijk dank dat u met KLM gevlogen heeft en graag tot ziens.” Als ik uitstap, vraagt de piloot wat ik in China ga doen. “Studeren!” antwoord ik opgetogen, en ik huppel het trappetje af. Onbekommerd. Dan nog wel.
Het is alweer even geleden dat de redactie van zich liet horen. Februari was dat, om precies te zijn. Hoog tijd voor een update! Hoe gaat het, what’s new en wat staat jullie bezoekers de komende tijd te wachten?
Ik ben gek geworden, denk ik, als ik de voordeur achter mij dichttrek. Ik rol mijn koffer naar de auto waarin mijn moeder op mij wacht en slaak een zucht. Ik stap vanavond in het vliegtuig. Naar China. En ik kom voorlopig niet terug.
In het kader van de boekenweek deelt de redactie haar favoriete boeken. Van gedenkwaardige en diepgaande jeugdliteratuur tot moderne klassiekers: bijna geen boek is te min om gelezen te worden.
Ik laat me nergens door afschrikken. Dit is wat ik wil, dit is mijn droom. Zolang ik me al kan herinneren, schrijf ik.
Naast het schrijven van artikelen, wordt er door de auteurs van Nadelunch regelmatig heftig gebrainstormd. Slechts een uur of drie, vier, vijf per keer vliegen de ideeën over en weer. Het resultaat hiervan na afgelopen week: meer actie op de site.
Afgelopen zomer. Met enigszins knikkende knieën loop ik de trap af, naar het kantoor van de grote baas. Enkele seconden daarvoor had hij mij gebeld en gezegd dat ik nu langs kon komen. Dit nadat ik hem vanmorgen had gemaild of hij straks tijd had om met mij te praten.