Paarden, geweren, brandy, mondharmonica’s, saloons, moord na moord en een hoog oplopende goudkoorts: de road trip te paard van The Sisters Brothers, de veelgeprezen roman van Patrick deWitt, voert door het Wilde Westen van de negentiende eeuw.
Nederlanders in Berlijn (correspondenten, journalisten) vertellen over hun stad. Per wijk zijn er ‘geheime tips’ voor de eigenwijze toerist, je vindt een fietstocht langs de muur en je leest commentaar en historie bij bijvoorbeeld een rondje met de Ringbahn.
Vergeet Plato, Nietzsche en Kant! Echte wijsheden vind je niet alleen bij de grootmeesters van de filosofie, maar zitten ook verstopt in gewone romans. Van Kafka tot Proust, van Huxley tot Kundera: literaire levenslessen zijn overal aanwezig.
Wat is de impact van een kind op het leven van een ouder, en andersom? Hoe is het om de moeder van een moordenaar te zijn? We moeten het even over Kevin hebben biedt antwoord op deze vragen. En meer.
Het had zo mooi kunnen zijn. Vol verwachting keken liefhebbers van het boek Extremely Loud & Incredibly Close uit naar de recent verschenen verfilming. Velen van hen kwamen echter van een koude kermis thuis. Hoe een bejubelde bestseller een tenenkrommende blockbuster werd.
Stephan Enter is geen bekende schrijver. Toch zou hij deze eer beslist verdienen, wat mij betreft – meer dan Kluun, Connie Palmen en Leon de Winter bij elkaar. Maar dat is een brede noemer, dus laat ik het anders formuleren: dit is een briljant boek.
Als groot boekenliefhebster en piepkleine neuroot heeft een potentiële nieuwe aanwinst vaak al een plek in mijn op kleur gesorteerde boekenkast, voordat het boek goed en wel is afgerekend. Ja, dat lees je goed: ik beoordeel een boek in de eerste plaats op het uiterlijk en kijk daarna pas naar de rest van het vlees dat nog meer in die spreekwoordelijke kuip op me ligt te wachten. Van kleur, en dan in het bijzonder ‘zijn’ kleur moet dit boek het eigenlijk niet hebben: saai en wit. Nee, het is de titel die het voor de koper interessant maakt.
“Ja, sorry, ik kan niet zo goed tekenen,” zeggen veel volwassenen verontschuldigend als ze iets op papier proberen uit te drukken. En dat is raar, want er was een tijd waarin je ongegeneerd koppoters maakte.
Als studente Engels krijg ik vaak de vraag welke Engelse klassiekers onmisbaar zijn in de collectie van de doorgewinterde boekenwurm. Hoog tijd voor een lijst met werken die ontroeren en beklijven.
Alles wat wij doen maakt ons ongelukkig. Althans, als we Michael Foley moeten geloven. Zijn The Age of Absurdity is een kritische observatie van onze maatschappij, gedomineerd door ongenoegen en rusteloosheid.
Never judge a book by its cover. Als aankomend literatuurwetenschapper zou ik inderdaad beter moeten weten, maar het prachtige omslag van Het verhaal van Mooi Meisje wist me toch te verleiden.
In het kader van de boekenweek deelt de redactie haar favoriete boeken. Van gedenkwaardige en diepgaande jeugdliteratuur tot moderne klassiekers: bijna geen boek is te min om gelezen te worden.
Je zou denken dat een strafadvocaat het werk van de duivel doet, want hij verdedigt misdadigers. En als we fictie mogen geloven, wil hij niet eens weten of zijn cliënt schuldig is. Dat leidt maar af…
“Zeg het met bloemen!” is een veelgehoorde uitspraak in de florawereld. Maar wat zeg je eigenlijk tegen iemand wanneer je hem of haar een bos orchideeën cadeau doet? Of irissen? En asters? Hoe zit het met een plantje als basilicum? En met onbekende bloemen zoals het mariëtteklokje? Vanessa Diffenbaugh geeft antwoord op al deze vragen in het prachtige De verborgen taal van bloemen en snijdt daarbij een aantal grote, serieuze thema’s aan.
Literaire vrouwen, gevangen in zenuwslopende huwelijken, vormden het onderwerp van de scriptie van Madeleine Hanna, hoofdpersoon van The Marriage Plot. Austen, James, Eliot, Dickens: Madeleine las ze, onderstreepte ze, citeerde ze. Had ze nu maar beter opgelet.