Laatst keek ik een aflevering van het tv-programma Debat op 2. Het thema was – weinig verrassend – de crisis en de financiële gevolgen daarvan voor de Nederlandse burger. “Wat gaan u en ik merken van die bezuinigingen?” vroeg Arie Boomsma. Het zette me aan het denken.
Met televisieseries heb ik een haat-liefdeverhouding. Trouwens, de relatie tussen mij en die eindeloze episodes heeft sowieso nog geen lang bestaan. Terwijl al mijn leeftijdsgenoten al jarenlang verslingerd waren aan House, Lost en Prison Break, moest ik maar niets hebben van dat snelle Amerikaanse gedoe.
Een aantal weken ben ik nu weer in Nederland. Ruim een maand, en alweer helemaal gesetteld. Mijn studentenkamer ziet er voor het grootste gedeelte uit alsof ik nooit ben weggeweest (nou ja, het is er wat netter en minder stoffig) en de afgelopen dagen liep ik rond op de uni of ik het laatste halfjaar niet anders heb gedaan. Tegelijkertijd gaat er geen dag voorbij zonder dat ik word herinnerd aan mijn uitwisseling.
Toegegeven: ik wist ook niet precies waar ik terecht zou komen, toen ik me in maart 2011 aanmeldde voor een exchange naar Taiwan. Sterker nog, eigenlijk wist ik helemaal niets over het eiland, behalve dat er vast een heleboel fabrieken zouden staan. Made in Taiwan, dat had ik immers weleens zien staan op spulletjes van Xenos of IKEA.
Vorige week was ik een rondje aan het hardlopen over de campus. De zon scheen, de lucht was helderblauw, ik rende op de maat van mijn lievelingsmuziek en voelde me ontspannen en tevreden. Zo nu en dan, als het te zwaar werd, wandelde ik een paar minuten om op adem te komen, en ik volgde geen schema om afstand- of snelheidsrecords te breken. Ik ging gewoon.