Kunst in tijden van reproductie

Hoewel de enige echte Mona Lisa alleen in Parijs te zien is, prijkt haar evenbeeld op vele T-shirts, tassen, mokken en sleutelhangers. De reproductie van bekende schilderijen is een voorbeeld van de stijgende consumptie van kunst – als koopwaar.

 

Reproductie Warhol’s Werelds beroemdste schilderij is niet het enige voorbeeld dat ten prooi is gevallen aan de massareproductie van kunst. Een poster van Van Gogh’s De Sterrennacht heeft dezelfde prijssticker als een poster van Justin Bieber en de omzet van een museum is grotendeels afhankelijk van de merchandise uit de museumwinkel. Blijkbaar is kunst dus geen ontastbaar heiligdom meer, maar behoort het tot het publieke domein. Als iedereen echter een replica van Monet in de huiskamer kan hangen, waarom zouden we dan nog naar het museum gaan?

Het verval van de kunst?
Al ver voordat kekke T-shirts in museumwinkels gemeengoed waren, schreven enkele cultuurcritici over het verval van de kunst. Belangrijke auteur hierbij was de Duitser Walter Benjamin, die in 1936 het invloedrijke artikel The Work of Art in the Age of Mechanical Reproduction schreef. Benjamin was bijzonder kritisch over mechanische reproductie, die – laten we eerlijk zijn – in zijn tijd nog niet eens zoveel voorstelde. Tv en internet bestonden immers nog niet, laat staan ketens als H&M die in groten getale T-shirts met culturele verwijzingen de wereld in pompen. Toch zag Benjamin al veel gevaar in media als film en fotografie. Waar kunst voorheen ongrijpbaar en uniek was, kan een foto eindeloos gekopieerd worden, waardoor de authenticiteit van het werk verloren gaat. Deze authenticiteit koppelde Benjamin aan het begrip ‘aura’, volgens Benjamin kenmerkend voor het echte kunstwerk. Mechanische reproductie reduceert het kunstwerk tot slechts een beeld, dat losstaat van enige vorm van waarde.

Nog veel verder dan dat gaat de filosoof Jean Baudrillard, die stelt dat een oneindige herhaling van beelden leidt tot een implosie van betekenis. Door bijvoorbeeld kunst om te zetten in een gebruiksgoed, wordt het kunstwerk teruggebracht tot een icoon. Een representatie van de Mona Lisa wordt dan niets meer dan een leeg omhulsel, wat Baudrillard een simulacrum noemt.

Vervaging van grenzenReproductie Warhol
Natuurlijk zijn er ook kunstenaars geweest die precies met dit idee van herhaling speelden – neem een Andy Warhol en zijn werk A Shot of Marilyn Monroe. Het werk van Warhol is een typisch voorbeeld van grensvervaging in de kunst. Door aspecten uit de consumptiemaatschappij te gebruiken in zijn werk, plaatst hij alledaagse dingen op een voetstuk. Tegelijkertijd wordt Warhols werk – toch wel algemeen erkend als kunst – weer omgezet in gebruiksartikelen. Deze interessante wisselwerking vervaagt de grenzen tussen hoge en lage kunst. Zo wordt een gerespecteerd kunstwerk opeens een draagbaar T-shirt en verschijnen er Barbiepoppen geïnspireerd door beroemde schilderijen.

Een eigen museum
Allemaal leuk en aardig, maar al snel rijst de vraag wat mensen in hemelsnaam drijft om kunstsouvenirs aan te schaffen. Zo hangt mijn kamer vol met ansichtkaarten die werken van Margritte, Renoir of Klimt representeren. En hoewel ik met mijn arme studentenloon uiteraard geen echte Picasso kan kopen, heeft een zielig ansichtkaartje natuurlijk geen enkele economische of artistieke waarde. Toch zegt de merchandise mania heel erg veel over onszelf en hoe we vormgeven aan onze identiteit. Zonder een echte Mondriaan bezitten, geeft een replica van Victory Boogie Woogie aan dat ik van kunst houd. Een kunstreproductie etaleert zodoende onze eigen kennis, status en smaak. Misschien is dat geen direct economisch kapitaal, maar prestige kan ons wel degelijk doen stijgen op de sociale ladder. Daarnaast is een T-shirt of mok dat een schilderij representeert, misschien wel meer een beleving dan het schilderij zelf. Merchandise uit zich immers vaak als toegepaste kunst. En zeg nou zelf: je hebt meer aan een schaal van Karel Appel dan aan het oorspronkelijke kunstwerk. Consumptiegoederen halen kunst derhalve uit haar ivoren toren en geven het terug aan de mensen.

Natuurlijk heeft de vercommercialisering van kunst vele keerzijden. Eerlijk is eerlijk: een beetje kitsch is het ook wel. Maar de reproductie van kunstwerken is niet uitsluitend een slechte ontwikkeling. De vraag naar kunstmerchandise duidt namelijk vooral op een toenemende interesse in kunst – wellicht zelfs onder mensen die zelden een museum bezoeken. En in deze barre tijden kunnen we mensen die de kunst een warm hart toedragen maar al te goed gebruiken.

Beeld: Kaboodle.com; 1, Marilynmonroeart.net; 2.

Share

Britt

Britt Broekhaus (1991) studeert Cultural Analysis (research master) in Amsterdam. Ze is een culturele alleseter en is dol op mooie woorden, dromerige beelden en melancholische muziek. Haar onderzoeksinteresse bevindt zich op het gebied van globalisatie, machtsrelaties en identiteit. Na haar studie wil Britt veel van de wereld zien – Japan staat daarbij bovenaan haar lijstje – en vooral blijven schrijven en onderzoeken. Verder is Britt een fanatieke yogi, een tikkeltje obsessed met lekker (vegetarisch) eten en gezonde voeding, heeft ze een zwak voor buschauffeurs en vindt ze honden maar overschat. Voor Nadelunch.com schrijft ze voor de rubrieken Kopstukken en Beeld, en is ze eindredacteur voor Kopstukken.