Klassieke concerten bezoek ik graag en vaak. De gemiddelde leeftijd daalt met rasse schreden als ik de zaal binnentreed, die voornamelijk gevuld wordt met grijze bolletjes. Toch is een klassiek concert voor jonge mensen ook aan te raden. In dit artikel wat tips en tricks voor een geslaagd concertbezoek.
1. Het hoeft niet duur te zijn
Misschien lijkt het alsof klassieke concerten alleen voor dure mensen zijn, maar een kaartje hoeft helemaal niet veel te kosten. Als student krijg je bijna altijd korting en kost een kaartje niet meer dan 10 euro. Dat is goedkoper dan een avondje bioscoop!

2. Waar ga je zitten?
Je zou denken: de eerste rang, dat zijn de voorste stoelen zo dicht mogelijk bij het podium. Maar misschien kun je zelf ook wel bedenken dat dat helemaal niet prettig is. Na afloop van het concert heb je last van je nek omdat je de hele tijd omhoog moest kijken. Bovendien had je drie uur lang uitzicht op de neusgaten van de sopraan. Wat betreft de akoestiek: niet al te best. Je zit zo dicht bij de geluidsbron, dat de muziek direct je oor in stormt, zonder dat het eerst tegen de muren weerkaatst. Juist dat tussenstapje, de weerkaatsing van het geluid, is belangrijk om de muziek tot zijn recht te laten komen. Helemaal achterin de zaal kan ook minder zijn, want dan zit je iets te ver weg om de kleine snelle nootjes te kunnen volgen. De beste plek is dus ergens bijna in het midden van de zaal. Maar zeer slechte plekken zijn er eigenlijk niet. Op de plattegrond van Het Concertgebouw zie je maar een paar gele plekken, dat is de tweede rang, en de rest is allemaal eerste rang! Een eersterangs kaartje is dus helemaal niet zo bijzonder. (Laat dat je er niet van weerhouden om toch terloops te vermelden dat je eerste rang zit hoor. Het blijft chic klinken.)
3. Welk stuk?
Stukken waar een orkest én een koor bij optreedt zijn leuk, dat is niet alleen interessant om naar te luisteren maar ook om naar te kijken. Kijk wel uit met solisten als je niet zo bekend bent met klassieke muziek. De manier van zingen is nogal wennen en kan bij beginnende luisteraars soms irritatie opwekken. Meestal horen er bij een koor ook solisten, maar die hebben de ene keer een grotere rol dan de andere keer.
Als je naar een opera gaat, is Mozart of Puccini altijd leuk. Lees van tevoren het verhaaltje even door, dat staat niet altijd in het programmaboekje. Wees niet bang dat je de tekst niet kunt volgen vanwege je slechte Italiaans of Duits: de tekst wordt altijd ‘boventiteld’, het verschijnt op een scherm boven het podium.

4. Fysieke ongemakken
Als je naar Het Concertgebouw in Amsterdam gaat, doe dan geen dikke trui aan. De Grote Zaal kan behoorlijk warm worden! In een kerk is het net andersom. Neem dan ook een kussentje mee. Harde kerkbankjes zitten helemaal niet lekker, namelijk.
Een kriebel in je keel moet je echt niet hebben als je naar Beethoven zit te luisteren en ze beginnen net met het adagio. Het gebeurt vaak dat mensen even weglopen als ze eenmaal rood aan beginnen te lopen. Als je weet dat het kan gebeuren, ga dan een beetje aan de zijkant zitten zodat je af en toe buiten de zaal even kan proesten. En zorg dat je een lading keelsnoepjes bij je hebt. Let op: géén Pottertjes of Tictac! Dat rammelt oorverdovend. Fishermans Friends is wel concert-vriendelijk.
5. Wanneer moet je klappen?
Terwijl je bij popconcerten om de haverklap mag joelen, fluiten en klappen gelden er bij klassieke concerten klapconventies waar menig luisteraar klamme handjes van krijgt. Let nu goed op, dan hoef jij lezer vanaf nu nooit meer te twijfelen.
Als er een dirigent of een solist binnenkomt: klappen. Dat is niet moeilijk. Als dan het stuk begint, níet klappen tussen de verschillende delen door! Dit geldt als een absolute faux pas! De stilte tussen de delen is er zodat je even kunt hoesten, en om even een nieuwe Fishermans Friend uit je tasje te grabbelen.
Bij een opera is het echter wel gebruikelijk om na een aria te applaudiseren.
Als de laatste noot is aangeslagen, wacht dan even tot het helemaal stil is in de zaal. Slaak een diepe zucht. Ik wens iedereen die dit gelezen heeft, een reuzeprettig concertbezoek toe.
Bij de Dr. Anton Philipszaal in Den Haag spelen de beste orkesten en heb je als je jonger bent dan 27 jaar, voor een tientje een kaartje op de eerste rang. Dat geldt ook voor het Muziekgebouw aan ‘t IJ in Amsterdam. In Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht kun je drie kwartier voor aanvang bij een niet-uitverkocht concert een kaartje voor 10 euro kopen. Zo ook bij de Stadsgehoorzaal in Leiden. In de Oosterpoort in Groningen kun je tot 29 jaar voor 8,50 naar de klassieke concerten.Op woensdagmiddag is er zelfs een gratis lunchconcert in Het Concertgebouw in Amsterdam. Kom wel vroeg, want ze zijn populair.
Beeld: Flickr.com/benoit.mortgat en Flickr.com/foilman.
Josefien
Josefien van Pelt studeert Literatuurwetenschap in Leiden met daarbij de praktijkstudie 'Journalistiek en Nieuwe Media'. Iedereen enthousiast maken over iets wat zij zelf ook interessant vindt, dat wil ze later als baan. Nu, als rondleidster bij de Heineken-brouwerij in Zoeterwoude, maakt ze mensen enthousiast voor bier. Bij Nadelunch hoopt ze zieltjes te winnen voor haar grootste passie: klassieke muziek. Het liefst zou ze de hele wereld overtuigen dat Mozart, Bach en Fauré de allermooiste muziek van de wereld hebben geschreven.

Nog nooit gedaan, maar staat nog wel op mijn lijstje. Vooral zo’n grote opera lijkt me heel mooi en overweldigend :)
Haha, super leuk stuk! De Pottertjes blijven thuis. ;)
En als je het wat toegankelijker wil: kijk eens naar amateur ensembles, orkesten en koren.
Wat geluid betreft: ga zo dicht mogelijk zitten bij waar het geluid geregeld wordt. Het helpt ook als je wat kennis hebt van de werking van akoestiek. Het kan ook too much zijn (in een kerk bijvoorbeeld).
En vooral: Ga gewoon een keertje!