Christiaan Weijts zet de toon met Euforie. Helder en bedreven beschrijft hij een verhaal waar je al lezend in opgaat. Het is een boek dat bevestigt dat Weijts nakomt wat hem is opgespeld: een toonaangevende schrijver van zijn generatie.
Een terroristische aanslag op een metrostation in Den Haag. Johannes Vermeer, architect en ‘nazaat van’, raakt toevallig betrokken bij de reddingsactie. De aanslag blijkt het begin van een grote omslag. Enkele weken na de betreffende zomerdag dingt Vermeer mee voor het ontwerp van de herinrichting van het verwoeste terrein. Zijn rol als onopzettelijk aanwezige hulpverlener bij de aanslag houdt hij lange tijd voor zich.
Heden en verleden
In Euforie hebben toevalligheden grote gevolgen voor het werk en leven van de hoofdpersonage. Weijts begeeft zich tussen heden en verleden en laat twee verhalen door elkaar lopen. Vermeer meent tijdens de aanslag in de tunnel Isa te zien, een oud-klasgenote van hem.
Het is de aanloop van een serie terugblikken, waarbij teruggekeken wordt naar de geschiedenis van de hoofdpersoon. Weijts beschouwt daarbij de herkenbare gevoelens van het jong zijn:
Er was een onverbiddelijk besef dat je erbij moest zijn, dat jij ook op vrijdagmiddag op het terras van Meneer Jansen bier moest drinken, dat jij ook in die cirkels, groepen, stammen moest verkeren, er gezien moest zijn, dat jij ook met achteloos gemak de namen kende van de tofste gasten.
Weijts beschrijft hoe de jonge Vermeer, een scholier van het Stedelijk Gymnasium in Leiden, een stille verliefdheid koestert voor zijn intrigerende klasgenote Isa. In het boek is zij een schakel tussen beide verhalen. Na de aanslag blijft zij zowel in gedachte als in de werkelijkheid terugkomen in het leven en werk van Vermeer.
Intussen wordt bekend dat Vermeer, die als architect grote kanshebber is in competitie, betrokken was bij de reddingsactie na de aanslag. Een heldenstatus, die zich tegen hem gaat keren. Weijts trekt beheerst een vloeiende verhaallijn en geeft de lezer de ruimte om zich te verbeelden: ongemerkt lees je verder, je vergeet de tijd of ontdekt net op het allerlaatste moment dat je al bij het juiste treinstation bent aangekomen, omdat je zo verwikkeld bent in zijn verhaal.
Toonaangevend voor een nieuwe generatie
Weijts lijkt zichzelf inmiddels volmaats te hebben bewezen als schrijver: ooit jong en veelbelovend met zijn debuutroman Art 285b, maar inmiddels deelgenoot van de gevestigde orde met boeken als Via Capello 23 en de novelle De etaleur. Ook met Euforie toont hij zich een bezadigd schrijver. Het verhaal, maar ook de interactie tussen personages en de gedachtes van Vermeer – veelal cursief opspringend in de tekst – zijn realistisch en niet overtrokken. Weijts schrijft evenwichtig, een verhaal zonder dat er omslachtige proza aan te pas komt. Hij houdt de lezer in zijn greep.
Euforie is een boek “over de generatie die in de jaren negentig opgroeide in de explosieve bloei van technologie, welvaart,” et cetera. Weijts is bij het schrijven van het boek waarschijnlijk dicht bij zichzelf gebleven. Behalve dat hij zelf onderdeel is van de betreffende generatie, zouden ook de terugblikken naar de jonge jaren van Vermeer net zo goed opgediepte herinneringen kunnen zijn. Hij schetst steeds een heldere en natuurgetrouwe toestand die hem uiteindelijk tot analyse en beschouwing aanzet en de hoofdpersoon tot zelfinzichten brengt.
Weijts wordt een van de meest getalenteerde auteurs van zijn generatie genoemd, ‘de nieuwe Mulisch’ zelfs, volgens sommige literaire critici. Een succesvolle schrijver kan in Nederland namelijk niet bestaan zonder vergeleken te worden met één van de Grote Drie. Het zijn Weijts’ overzichtelijkheid en zijn vermogen om zo’n evenwichtig verhaal te schrijven, waarvoor hij zeker lof toegerekend krijgt. Hij is modern en schrijft zonder opsmuk; wie vergelijkingen wil trekken, is vrij om dit te doen, maar Weijts is misschien eerder toonaangevend voor de nieuwe generatie in de Republiek der Letteren.
Christiaan Weijts – Euforie
Arbeiderspers | ISBN 978 90 295 8627 6
Koop ‘m voor € 21,95 in de lokale boekhandel of bestel hier.
Anika
Anika (1989) heeft uit gewoonte altijd een boek in haar tas zitten. Ze studeerde geschiedenis in Leiden en werkte daarnaast bij de lokale krant en Historisch Nieuwsblad, maar liever zette ze haar eigen bedenksels op papier. Behalve dat ze schrijft, leest ze graag Nederlandse klassiekers, biografieën en kookboeken. Het liefst leest ze in de trein of – in de zomer – op het strand. Voor Nadelunch schrijft ze, het zal niemand verbazen, over de nieuwste romans en de klassiekers die je moet lezen. Daarnaast deelt ze hier haar dagelijkse wereld als columniste.

[...] Na de lunch; [...]