De dichter is dood, leve de dichter

Het zal u allen niet ontgaan zijn. Binnen anderhalve week zijn twee grote dichters van Nederlandse bodem heengegaan: Gerrit Komrij en Rutger Kopland. Een zwarte week voor de Nederlandse literaire wereld, een beetje naoorlogse generatiedenkers minder, een beetje minder mooie woorden in de boekenkast.

Een bekende dichters- en schrijversgeneratie is langzaam aan het uitsterven. Toen ik nog op de middelbare school zat en mijn mondeling literatuur over onder andere De Avonden van Reve voorbereidde, stierf de beste man na een bewogen leven. Mijn leraar Nederlands, ‘Reviaan’ van het eerste uur, werd door al mijn klasgenoten persoonlijk gecondoleerd. Enkele jaren terug, toen ik een mastervak volgde over het schrijven van recensies, overleed de lieveling van menig criticus. De laatste van onze ‘grote drie’, Harry Mulisch, wellicht de bekendste naoorlogse schrijver in ons land, ging naar het hiernamaals. De kranten stonden beide keren vol met odes en lofzangen van andere schrijvers, literatuurcritici en random BN’ers die ineens ook een boek hadden gelezen.

Jaar van de stervende dichters
Het jaar 2012 is blijkbaar het jaar van de stervende dichters. Namen die voor de volgende generaties slechts schimmen in een donker literatuurboek zijn met woorden vol naoorlogse pijn die steeds minder mensen kunnen begrijpen.

Een beetje dichter heeft het eeuwige leven en voorlopig zijn deze twee grote namen nog springlevend. Ik zie de verkoopcijfers al voor me: opnieuw uitgebrachte dichtbundels, zoals Alles op de fiets van Kopland en Komrij’s bloemlezing De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in 1000 en enige gedichten, met gouden randjes in hoge stapels bij de plaatselijke boekwinkel. Enkele weken zullen ze op nummer één staan in de Nederlandse boekenlijsten. De makers van de literatuurpagina’s in de kranten zullen overuren moeten draaien in hun langverwachte vakantieperiode.

Hopelijk weten de dichters nog één keer weer de toppen van de verkoopcijfers te bereiken en slaan ze hypeboeken als Vijftig Tinten Donkerder naar de lagere plaatsen. Voor een laatste keer mogen ze laten zien wie de bazen van de boekwinkels zijn. De koningen, de hooggeëerde, meermalen onderscheiden generaals van de Nederlandse boekenwereld, de pioniers van de postmoderne dichtkunst.
YouTube voorvertoningsafbeelding

Jonge en oude blaadjes sla
Kopland zal altijd geassocieerd worden met het beroemde gedicht Jonge Sla. Hij is geen jong blaadje; hij is, gelukkig, maar een man op eerbiedwaardige leeftijd. Zichzelf zou hij vast, net als in zijn gedicht, vergelijken met verdorrende bonen, gerooide aardappels en een stervende bloem. Zijn leeftijd was hoog, zijn carrière prijzenswaardig, zijn leven roerig, zijn dichtersleven waardevol. Het is goed zo.

Gerrit Komrij mag zichzelf bij zijn beroemde bloemlezing schrijven, als hekkensluiter van een generatie. Zelf was hij behalve dichter professioneel cynicus, vertaler, columnist, een oproerkraaier onder recensenten en schrijvers, gevreesd door vijanden en geliefd door lezers en media. In 2011 en 2012, tot vlak voor zijn dood, heeft Komrij nog een columnreeks gehad bij de onlineversie van het NRC, genaamd Komrij 2.0.
YouTube voorvertoningsafbeelding

Komrij 2.0: Komrij versus Het Internet
Buitengewoon scherpzinnig en hilarisch is de zestiger Komrij, terwijl hij zich probeert te redden in de woelige internetwereld die hem lang vreemd is gebleven. Zijn columns zijn nog allemaal terug te lezen via nrc.nl/komrij. Een aanrader op een druilerige zomerdag.

Vaak kritisch en ontnuchterend, en af en toe zeker positief en hoopvol. Zo wil hij zijn lezerspubliek de lichtpuntjes die op het internet zijn te vinden tonen. Hij schreef in de column Alles €0,79 van 11 augustus 2011 het volgende over medeschrijvers en creatievelingen:

“Op internet wordt geschreven, gedacht, ontworpen en getekend, door genieën, artistiekelingen en fröbelaars. Ze maken en bedenken. Ze vertegenwoordigen met z’n allen de – schrik niet van het woord – creativiteit.”

Met zulke wijze woorden kun je het moeilijk oneens zijn. Laten we onze vaderlandse dichters blijven eren en op een waardige manier afscheid van ze nemen. Of we dat nu op internet doen of, in traditie van deze dichters, nog ouderwets via een boek of via een dichtbundel. En laten we vooral creatief blijven, met of zonder interne – zo had Komrij het graag gewild.

Een stukje generatie, een stukje historie is weg en klaar om in de geschiedenis- en literatuurboeken te verdwijnen. Klaar om vergeten te worden, zoals heel veel andere schrijvers en dichters die ooit bekend waren bij bepaalde generaties. Laten we dit bij deze grootheden niet toestaan; desnoods brengen we de gehele oeuvres weer opnieuw uit. Of stellen we scholieren verplicht om Jonge Sla uit hun hoofd te leren. Of we maken hun bundels gratis voor de e-readers. Toegegeven, Komrij’s bloemlezing is een behoorlijk dikke pil; die zou niet misstaan in een lichtgewicht digitaal etuitje.

Share

Sophie

Sophie is geboren aan het eind van het mooie jaar 1987. Nu, bijna 25 jaar later, is ze een van de nieuwsjagers en wetenschappers bij Nadelunch. Daarvoor heeft ze Nederlandse taal & cultuur gestudeerd en is ze gespecialiseerd in heel erg oude boeken. Hoe meer ze stinken, hoe beter. Ze heeft tevens een eigen blog, desopheelste.blogspot.com, en schrijft over alles. Daarnaast leest ze graag, gaat ze hardlopen, koken en schilderen en heeft ze momenteel honderd verschillende baantjes: van huiswerkbegeleiding geven tot schoonmaken bij ouderen. Ze zal voor Nadelunch schrijven over actualiteiten rondom onderwijs en literatuur en over literatuur in wetenschappelijke zin.