Het boek was beter

Boekverfilming ExtremelyHet had zo mooi kunnen zijn. Vol verwachting keken liefhebbers van het boek Extremely Loud & Incredibly Close uit naar de recent verschenen verfilming. Velen van hen kwamen echter van een koude kermis thuis. Hoe een bejubelde bestseller een tenenkrommende blockbuster werd.

Kritiek op de film, geregisseerd door Stephen Daldry, was over het algemeen uitermate hard en ongelooflijk negatief – critici spraken van een ‘verschrikkelijke adaptatie’, ‘stroperige sentimentaliteit’ en ‘oppervlakkig 9/11-drama’. Men sprak zelfs van ‘de slechtste film die ooit een Oscar-nominatie voor Beste Film ontving’. Hoewel het begeerde beeldje dit jaar naar de film The Artist ging, wint Extremely Loud & Incredibly Close de prijs voor meest gehekelde film van 2012. Dat terwijl de film gebaseerd is op het alom geprezen boek van Jonathan Safran Foer. Er is dus iets met die boekverfilming aan de hand, maar wat?

De gevoelige snaar geraakt
De oplettende lezer weet dat Foers in 2005 verschenen meesterwerkje tot mijn favorieten behoort, waardoor mijn objectiviteit enigszins discutabel wordt. Het is namelijk wel míjn geliefde boek dat verfilmd werd. Precies om die reden probeerde ik mijn vooroordelen en partijdigheid opzij te zetten en te achterhalen wáárom de film Extremely Loud & Incredibly Close precies zo slecht ontvangen werd.

Extremely Loud & Incredibly Close werd al snel de ‘definitieve 9/11-roman’ genoemd, hoewel de rampdag zelf nauwelijks een rol speelt in het boek. Protagonist Oskar Schell – een eigenzinnig negenjarig jongetje – kampt weliswaar met het verlies van zijn vader, maar in Foers roman zijn de gebeurtenissen op 9/11 slechts een klein en subtiel onderdeel van het hele verhaal. Meer dan een 9/11-roman, is Extremely Loud & Incredibly Close een roman over het leven, over liefde, dood, familie, individueel leed en collectieve catastrofes. Foer snijdt al deze thema’s aan doordat zijn roman letterlijk gelaagd en gefragmenteerd is: we lezen niet alleen Oskars verhaal, maar ook dat van zijn opa en oma. Daldry verkoos in zijn verfilming echter alleen het perspectief van Oskar Schell, waardoor de andere verhaallijnen verdwijnen. Gevolg van deze keuze is dat de aanslagen van 9/11 een nog grotere rol spelen in de film. Waar Foer in zijn boek bijna zwijgt over de ‘ergste dag’ zelf, brengt Daldry het expliciet in beeld. Precies dat was voor veel critici too much: volgens hen buit de film de gebeurtenissen op 9/11 uit in plaats van dat het Amerika’s leed verzacht. Tien jaar na dato heeft de tijd blijkbaar nog niet alle wonden geheeld.

Woorden zeggen meer dan beelden! Boekverfilming Foer
Ik moet toegeven dat ik niet echt te paaien ben met de welbekende trucjes van Hollywood – flashbacks, overdreven close-ups en sentimentele muziek – maar Extremely Loud & Incredibly Close vond ik niet eens zo zoetsappig als verwacht. De casting van de personages was hetgeen waar ik me met name aan stoorde. Buiten het feit dat ik Oskar Schell in de film nauwelijks witte kleding heb zien dragen, vond ik hem veel te brutaal, te volwassen en te stoer. En bij Oskars vader Thomas had ik me geenszins Tom Hanks voorgesteld – eerder een vlotte, jonge vader die verdacht veel lijkt op mister Jonathan Safran Foer himself. Misschien zijn dit slechts afspiegelingen van mijn fantasie, maar het dunkt mij dat ik niet de enige ben wiens voorstelling van het boek geen enkele overeenkomst vertoont met de verfilming.

Het is dan ook een struikelblok voor veel filmmakers: recht doen aan het originele boek. In hoeverre moet een film een eigen kunstuiting zijn, volledig autonoom ten opzichte van het oorspronkelijke werk? Hoe vaak ik in mijn studie ook heb moeten aanhoren dat ‘verschillende kunstvormen niet met elkaar vergeleken kunnen worden’, zit het toch in de aard van de mens om de film met het boek te vergelijken. En als je de roman geweldig vond, dan moet de film wel van héél goede huize komen wil deze het boek overtreffen.

Verfilming GraffitiEen nachtmerrie voor de zintuigen?
Men zegt dat een beeld meer zegt dan honderd woorden, maar woorden spreken wellicht meer tot de verbeelding. Vaak is het de taak van een regisseur om de open plekken van een boek in te vullen. Deze invulling is echter altijd maar een interpretatie, een kant van het verhaal die wellicht afwijkt van de voorstelling van lezers. Daar komt bij dat film – nog meer dan een boek – een echt gesamtkunstwerk is. Film kijken doe je met al je zintuigen en filmmakers maken dan ook gretig gebruik van allerlei foefjes om deze zintuigen bij iedereen op schep te zetten. Niet iedere lezer is daar echter zo gevoelig voor en een overdaad aan visuele pracht en praal kan bij een enkeling tot weerzin leiden. Helaas was dat in het geval van Extremely Loud & Incredibly Close geen enkeling, maar de meerderheid van de kijkers.

Oké, Extremely Loud & Incredibly Close heeft als film weinig lof geoogst, maar waarom wagen regisseurs zich eigenlijk aan de verfilming van boeken? Het antwoord is heel simpel: een goed verkocht boek trekt ook veel nieuwsgierige filmbezoekers. De meeste mensen zijn toch wel benieuwd naar wat een regisseur met het boek gedaan heeft. Gelukkig zijn boekverfilmingen lang niet altijd gedoemd te mislukken – kijk maar naar Harry Potter en Lord of the Rings of culthits als A Clockwork Orange en Fight Club. Deze films zijn inmiddels zo bekend dat ze de vloek der vergelijking ontstegen zijn, hoewel er natuurlijk altijd een handjevol puristen resteert dat eeuwig het originele boek zal verdedigen.

Ik ben allang blij dat ik al die jaren naar mijn docenten geluisterd heb en beide creaties tot op zekere hoogte los van elkaar kan beschouwen. Eerlijk is eerlijk, Extremely Loud & Incredibly Close is heus niet zo’n verschrikkelijke film. Echt goed is ‘ie ook weer niet – daarvoor is de film net iets te chaotisch en versplinterd. Ach, het boek is hoe dan ook beter.

Beeld: Literatuurplein.nl; 1, Wikipedia.org; 2.

Share

Britt

Britt Broekhaus (1991) studeert Cultural Analysis (research master) in Amsterdam. Ze is een culturele alleseter en is dol op mooie woorden, dromerige beelden en melancholische muziek. Haar onderzoeksinteresse bevindt zich op het gebied van globalisatie, machtsrelaties en identiteit. Na haar studie wil Britt veel van de wereld zien – Japan staat daarbij bovenaan haar lijstje – en vooral blijven schrijven en onderzoeken. Verder is Britt een fanatieke yogi, een tikkeltje obsessed met lekker (vegetarisch) eten en gezonde voeding, heeft ze een zwak voor buschauffeurs en vindt ze honden maar overschat. Voor Nadelunch.com schrijft ze voor de rubrieken Kopstukken en Beeld, en is ze eindredacteur voor Kopstukken.