Kinderboekenweek: favorieten van de redactie II

De redactie is de kinderleeftijd al even voorbij, maar kinderboekenweek houdt een speciaal plekje in ons hart. Daarom delen we deze week onze favoriete kinderboeken: om nooit te vergeten en nog regelmatig weer te lezen. Het eerste deel vind je hier, vandaag deel twee.

Leonie
Een favoriet jeugdboek heb ik niet. In mijn boekenkast staan nog een stuk of twintig boeken die ik als kind kapot heb gelezen en die bestempel ik eigenlijk allemaal wel als lievelings. Als ik echter toch moet kiezen, ga ik voor Achtste-groepers huilen niet, waarin Jacques Vriens het dappere verhaal vertelt van Akkie en haar strijd tegen leuke- eh, pardon, stommemie. Waarom? Omdat ik nog precies weet waar ik was toen ik las over Akkies beenmergpunctie. Omdat ik het verhaal over de lange lijn in haar borst niet durfde te lezen van viezigheid. Omdat ik Brammetje zo grappig vond, want hij was klein, net als ik. Omdat ik het Limburgse accent van Akkies vriendinnetje zo graag na wilde doen, maar dat helemaal niet kon. Omdat Joep zo irritant was (want alle jongens waren toen nog stom), maar stiekem toch ook best leuk. Omdat Achtste-groepers het eerste boek was dat me meesleepte, waar ik écht verdrietig van werd — omdat het het eerste boek was dat me raakte. Omdat Akkie de beste is. De dapperste. De leukste. En omdat haar verhaal gelezen moet blijven worden. Vooral nu, nu het relevanter is dan ooit. Lieve, stoere Akkie.

Zara
Jaren geleden kreeg ik Minoes van Annie M.G. Schmidt als cadeau in mijn handen gedrukt. Op de cover stond een ietwat beduusd kijkende vrouw met in haar hand de overblijfselen van een vis. Moest dit nou een kinderboek voorstellen? Geen plaatjes of tekeningen? Niet geheel onbelangrijk te noemen is dat mijn keuze destijds vooral werd beïnvloed door de cover van het boek. Tja, toentertijd wist ik niet dat dit boek een succes was, laat staan dat het verfilmd was en ik de filmeditie in mijn handen hield. Ik waagde een poging en begon te lezen. Tot mijn verbazing werd ik meegesleurd in een wereld van pratende katten die allemaal actief waren bij een ‘kattenpersdienst’ onder leiding van een zekere juffrouw Minoes, die voorheen een poes was. Vandaag de dag kan ik mijn grijns nog steeds niet bedwingen als ik het boek in mijn boekenkast zie staan en terugdenk aan hoe ik voorheen een boek op zijn kaft beoordeelde. Gelukkig ben ik deze fase inmiddels gepasseerd en heb ik geleerd om boeken zonder plaatjes evengoed te waarderen.

Lindsey
Mijn lievelingskinderboek was Geef me de ruimte van Thea Beckman. Ik heb het werkelijk waar verslonden, het was zo spannend. Marije uit Brugge ontsnapt aan het burgerbestaan en vlucht te paard naar Frankrijk om aan een huwelijk te ontkomen. Ze wordt verliefd op een troubadour en reist met hem het land door. Het is een spannend verhaal tegen de historische achtergrond van de honderdjarige oorlog.

Susanne
Als ik denk aan mijn favoriete kinderboek, dan denk ik vooral aan de boekenplank vroeger bij ons thuis, waar al mijn lievelingswerken op stonden: over de vis Regenboog, Rupsje Nooitgenoeg en natuurlijk Kleine Beer en Grote Beer. Maar als ik naga wat de meeste invloed op me heeft gehad, kies ik Francine Oomen. Haar Hoe overleef ik…-serie heb ik als twaalfjarig meisje werkelijk verslonden en ik was zo’n groot fan dat ik Francine destijds een e-mail schreef. Ik wilde immers schrijfster worden en dus vroeg ik haar om tips. Ik kreeg zelfs persoonlijk antwoord, met een hoop wijze woorden. “Wat belangrijk is, is dat je van iets houdt en dingen met liefde doet.” Maar het belangrijkste was dat ik rond die tijd in een interview met Francine las dat je als schrijver het best een dagboek kunt beginnen. Zo leer je immers om je gedachten op papier te zetten. Ik begon toen met bloggen – en ben nooit meer opgehouden met schrijven. Dank je wel, Francine!

Eva F.
Er zijn zo veel boeken die ik als favoriet zou kunnen bestempelen. De boeken van Michael Morpurgo, Matilda van Roald Dahl, Olle van Guus Kuijer en alle verhalen waarvan ik de naam en auteur niet meer weet, maar die soms ineens komen bovendrijven: ik koester ze allemaal. Als ik dan toch één boek aan moet wijzen als mijn ‘allerlievelings’, dan kies ik voor Het Oneindige Verhaal van Michael Ende. Het is het verhaal van Bastiaan, die net zijn moeder is verloren, een moeizame relatie heeft met zijn vader en gepest wordt door zijn klasgenoten. Op een dag steelt hij een boek, Het Oneindige verhaal, verschuilt zich op de zolder van school en begint te lezen. Daar leest hij het verhaal van Fantásia, een magisch land dat door de ziekte van de Kleine Keizerin langzaam wordt opgeslokt door het ‘Niets’. Het is het verhaal van Atréjoe, die op zoek moet naar een manier om Fantásia te redden, van de geluksdraak Foechoer en weerwolf Gmork, maar bovenal het verhaal van Bastiaan. De jongen die op zolder een boek zit te lezen waar hij langzaam zelf deel van uit begint te maken en die uiteindelijk de enige is die Fantásia kan redden.

Het gaat over de kracht van boeken en het belang van fantasie, dat verhalen meer zijn dan letters op papier:

“Ik zou best weleens willen weten,’ zei hij hardop, ‘wat er eigenlijk in een boek gebeurt zolang het nog dicht is. Natuurlijk zijn er alleen maar letters in die op papier zijn gedrukt, maar toch – iets moet er toch gebeuren, want als ik het opendoe dan is er opeens een heel verhaal.”

Magie, Bastiaan. Magie. En dankzij die magie blijf ik lezen. Oneindig.

 

Beeld: Flickr.com/Daehyun Park en Flickr.com/slightly everything.

Share

Redactie

De Nadelunch.com-redactie bestaat uit een team van veelzijdige auteurs die werken aan aansprekende artikelen die niet vanzelfsprekend zijn. Kennismaken? Dat kan hier.