Literaire levenslessen

Vergeet Plato, Nietzsche en Kant! Echte wijsheden vind je niet alleen bij de grootmeesters van de filosofie, maar zitten ook verstopt in gewone romans. Van Kafka tot Proust, van Huxley tot Kundera: literaire levenslessen zijn overal aanwezig.

Lezen doen we over het algemeen voor de ontspanning, – tenzij het een verplichting voor school of studie is – maar dat hoeft niet te betekenen dat romans slechts hersenloos vermaak zijn. Sterker nog, veel boeken die op het eerste gezicht louter amuserend zijn, bevatten wel degelijk filosofische wijsheden – zij het soms minder aan de oppervlakte.

Le Petit Prince

Wie de jeugd heeft…
De meeste jongeren zijn hoogstwaarschijnlijk opgegroeid met de welbekende sprookjes of verhalen van Guus Kuijer en Carry Slee. Veel van dit soort jeugdliteratuur bevat een duidelijke moraal of opvoedkundige boodschap: vertrouw niet zomaar vreemdelingen, pas op met drugs. Er zijn echter ook boeken die nog diepgaander zijn en zelfs hele filosofische boodschappen herbergen. Neem het bekende kinderboek Le Petit Prince (1943) van Antoine de Saint-Exupéry. Dit verhaal gaat over een kleine prins die woont op een planeet met drie vulkaantjes, maar op een dag besluit hij het heelal te verkennen en andere planeten te bezoeken. Tijdens zijn reis ontmoet hij verschillende bijzondere figuren, die stuk voor stuk iets heel wezenlijks zeggen over de manier waarop mensen leven en liefhebben. Belangrijkste opvatting uit Le Petit Prince is dan ook: kijk met je hart, want het essentiële is onzichtbaar voor de ogen.

Le Petit Prince vormde een bron van inspiratie voor Paulo Coelho’s De Alchemist (1988), een soortgelijk boek met een andere levensles. De jonge herdersjongen Santiago droomt al op vroege leeftijd over verre reizen. Wanneer een zigeunerin hem vertelt dat zijn dromen voorspellend zijn en dat hij op zoek moet gaan naar een verborgen schat, besluit de jongen op reis te gaan. Onderweg kampt hij met verschillende hindernissen die zijn dromen dwarsbomen, maar Santiago zet door en ontmoet uiteindelijk een alchemist die over grote spirituele wijsheid beschikt. Coelho’s korte roman gaat feitelijk over onze levensweg: de keuzes die we maken en de dromen die we najagen. Santiago reist letterlijk zijn dromen achterna en vindt zo rijkdom die het stoffelijke ontstijgt.

Reizen is het doel, niet de bestemming
De kleine prins en Santiago zijn niet de enige romanpersonages die tijdens hun reizen tot grote inzichten komen. Ook Candide, de hoofdpersoon uit het gelijknamige boek van Voltaire, reist de hele wereld rond om tot een belangrijke ontdekking te komen: onze wereld is zo geweldig nog niet. Dit klinkt misschien als een vrij deprimerende uitspraak, maar je moet begrijpen dat Candide eigenlijk een satirische roman is, die het zogenaamde optimisme van filosoof Leibniz op de hak neemt. De jongen Candide krijgt op een Duits kasteel onderwijs van Dr. Pangloss, die de ideeën van Leibniz vertolkt en beweert dat de wereld door God geschapen is en daarom de beste van alle mogelijke werelden is. Als Candide na het zoenen van de dochter van de baron uit het kasteel verjaagd wordt, moet hij noodgedwongen rondzwerven. Tijdens zijn tochten door onder andere Nederland, Portugal, Suriname en Turkije ontmoet Candide mensen met verschrikkelijke levensverhalen, waarbij hij zelf ook nog eens vreselijke dingen meemaakt. Hierdoor komt Candide langzamerhand tot de conclusie dat de filosofie van Pangloss niet kan kloppen: onze wereld is niet ideaal, maar het is wel mogelijk om de wereld te veranderen. Voltaires roman mag dan wel uit 1759 stammen, Candide blijft heel leesbaar voor een modern publiek en is zelfs buitengewoon geestig.

“Life is so beautiful that death has fallen in love with it, a jealous, possessive love that grabs at what it can. But life leaps over oblivion lightly, losing only a thing or two of no importance, and gloom is but the passing shadow of a cloud.”

- Life of Pi

Net als Candide is ook Life of Pi (2001) een avonturenroman met ontzettend veel diepgang. Yann Martels bekroonde roman heeft alle elementen van een spannend boek, maar bevat tevens prachtige oneliners die als lijfspreuk kunnen dienen. Het verhaal gaat over de Indiase jongen Pi, die met zijn ouders emigreert naar Canada. Zijn vader bezit de plaatselijke dierentuin en dus worden ook alle dieren op het schip naar Canada vervoerd. Na enkele dagen zinkt de boot en Pi komt op een kleine reddingsboot terecht, samen met de tijger Richard Parker, een hyena, een zebra en een orang-oetan. Vanaf dit moment wordt het boek niet alleen reuzespannend, maar ook nog eens bijster boeiend. Pi moet voorkomen dat hij wordt opgegeten door de tijger en tegelijkertijd moet Pi zijn eigen vegetarische principes opzij zetten om te overleven. Uiteindelijk neemt het verhaal een opmerkelijke wending. Hoewel Life of Pi grotendeels over religie gaat – Pi is hindoe, islamiet en katholiek – wordt het boek nergens prekerig en zou je zelfs kunnen stellen dat de roman eigenlijk gaat over de literatuur zelf, de kunst van verhalen vertellen.

Life of Pi (1) Life of Pi (2)

Een realistisch toekomstbeeld
De boeken die ik hierboven heb besproken gaan allemaal op de een of andere manier over het leven zelf en de manier waarop we de wereld begrijpen. Nog verder dan dat gaan Aldous Huxley en George Orwell, die in hun boeken sterke kritiek leveren op onze maatschappij en zelfs donkere toekomstbeelden schetsen. 1984 (1949) is Orwells scherpe visie op de totalitaire regimes die halverwege de twintigste eeuw in opmars waren. Protagonist Winston Smith leeft in Oceanië, een land met een totalitair bewind dat wordt geleid door de almachtige leider Big Brother, die nooit gezien wordt, maar wel iedereen constant in de gaten houdt. Bij sommige mensen zal nu misschien een belletje gaan rinkelen: dit lijkt wel heel erg op het panopticisme van de Franse filosoof/historicus Michel Foucault. Foucaults theorie gaat ervan uit dat disciplinering de belangrijkste vorm van macht is: je weet nooit wanneer je vanuit het panopticum wordt gecontroleerd, dus gedraag je je altijd zoals het hoort. Hierdoor wordt gedrag in feite afgedwongen en voorgeprogrammeerd, zoals ook in 1984 het geval is. Daarnaast worden de woorden in Orwells Oceanië van hun betekenis ontdaan – oorlog is vrede, liefde is controle – waardoor het boek tegelijkertijd reflecteert op taal en betekenisgeving.

Recht tegenover Orwells 1984 staat het boek Brave New World (1932) van Aldous Huxley, waarin oorlog en armoede niet bestaan. Consumptie is het grootste goed en mensen worden eeuwig tevreden gehouden door de drug Soma, die het gevoel geeft van een gelukzalige vakantie. De wereld van Brave New World lijkt daarom een ideale wereld, maar schijn bedriegt. Vrije wil of keuze bestaan niet – men is geconditioneerd om te doen waarvoor men geboren is – en eventuele opstandige personen worden naar IJsland gestuurd. In zekere zin lijkt het alsof Huxley met Brave New World een voorspellende blik heeft gehad. We lijken tegenwoordig vrij en gelukkig, maar worden we eigenlijk niet gedisciplineerd door verschillende nieuwe media? Waar Orwell met 1984 vooral een maatschappij beschrijft waarin angst regeert, schrijft Huxley over een wereld waarin plezier en verlangen onze ondergang worden.

Kafka Kafka's Lessen

Het leven is wat je overkomt
Er wordt weleens gezegd dat het leven je overkomt terwijl je op iets anders wacht. Deze spreuk is perfect van toepassing op het absurdistische toneelstuk Wachten op Godot (1952) van Samuel Beckett. In dit inmiddels klassieke stuk wachten de twee vrienden Estragon en Vladimir tevergeefs op Godot, een persoon van wie ze beweren hem te kennen, maar niet weten hoe hij eruitziet. Tijdens het wachten voeren ze allerlei gesprekken, doen ze spelletjes en ontmoeten ze Pozzo en zijn slaaf Lucky. Godot komt nooit opdagen en we komen nooit te weten wie hij eigenlijk is. Een veelvoorkomende interpretatie is dat Godot gebaseerd is op God, maar helemaal zeker is dit niet. Hoe dan ook is Godot een symbool van de zingeving waar Estragon en Vladimir op wachten. Daarom is Wachten op Godot bijna een pleidooi voor een zinloos leven: Godot komt niet, dus laten we er maar het beste van maken.

Even absurd en bizar is Kafka’s meesterwerk Het Proces (1925). De hoofdpersoon K. wordt op een morgen gearresteerd, zonder dat hij enig idee heeft wat hij heeft gedaan. Wat volgt is een ellenlang, vreemd en vermoeiend proces, waarbij de nodige bureaucratie en verwarring komt kijken. Kafka’s stijl is redelijk zakelijk, waardoor het voor sommige lezers misschien niet zo toegankelijk is, maar het is juist die stijl die ontzettend bijdraagt aan de ongemakkelijke sfeer van het boek.

Bovengenoemde romans zijn slechts enkele voorbeelden van literaire werken die bijzonder veel filosofische diepgang bevatten. Wat dacht je bijvoorbeeld van Proust, die met zijn À la recherche du temps perdu voer is voor menig filosoof? Of de beroemde toneelstukken van Shakespeare, die zelfs tegenwoordig nog actueel en relevant zijn. Er is dus nog veel leesvoer dat meer te bieden heeft dan pure ontspanning.

Welke romans hebben jou aan het denken gezet?

Beeld: ReadLiterature.com; 1, Wikimedia Commons; 2 (door H.-P. Haack) & 3.

Share

Britt

Britt Broekhaus (1991) studeert Cultural Analysis (research master) in Amsterdam. Ze is een culturele alleseter en is dol op mooie woorden, dromerige beelden en melancholische muziek. Haar onderzoeksinteresse bevindt zich op het gebied van globalisatie, machtsrelaties en identiteit. Na haar studie wil Britt veel van de wereld zien – Japan staat daarbij bovenaan haar lijstje – en vooral blijven schrijven en onderzoeken. Verder is Britt een fanatieke yogi, een tikkeltje obsessed met lekker (vegetarisch) eten en gezonde voeding, heeft ze een zwak voor buschauffeurs en vindt ze honden maar overschat. Voor Nadelunch.com schrijft ze voor de rubrieken Kopstukken en Beeld, en is ze eindredacteur voor Kopstukken.