Alles wat wij doen maakt ons ongelukkig. Althans, als we Michael Foley moeten geloven. Zijn The Age of Absurdity is een kritische observatie van onze maatschappij, gedomineerd door ongenoegen en rusteloosheid.
Het lijkt erop dat de grote luxes van de Westerse maatschappij – democratie, welvaart, keuzevrijheid en technologische vernieuwingen – uiteindelijk niet leiden tot meer geluk, maar tot een onvoldaan gevoel. Zoals de ondertitel (Why Modern Life Makes It Hard to Be Happy) van Foleys boek aangeeft, is geluk steeds moeilijker te vinden in een wereld waar succes juist meer een plicht wordt. Onze maatschappij wordt gedomineerd door de misvatting dat geluk een constante ervaring van tevredenheid is. Eerder is geluk iets wat je overvalt, het plotselinge besef dat alles eigenlijk is zoals het zou moeten zijn.
Alles wat we willen is alles
Foley schrijft over de problematiek van een door consumptie gedomineerde cultuur, waarin likes op Facebook belangrijker worden geacht dan dingen die er volgens Foley wel toe doen: leven in het hier en nu, tijd voor jezelf en het loslaten van wensen en begeertes. Zo kenmerkt onze maatschappij zich door een fetisjering van verlangen. Niet de bevrediging van verlangens is de drijvende kracht achter ons handelen, maar het verlangen zelf. Foley schrijft over onze koopzucht, maar ook onze drang om zo veel mogelijk exotische bestemmingen van onze bucket list af te strepen. Al deze dingen zijn niet aantrekkelijk van zichzelf, maar zijn zo aanlokkelijk omdat ze een veelheid aan mogelijkheden representeren. Dit verklaart waarom nieuwe kleren, een reisje naar Thailand en de nieuwste iPhone altijd een beetje teleurstellen zodra we ze hebben. “Meer, meer, meer,” is het mantra van de moderne maatschappij. Het is de lege maag die zeurt om snacks. De overvolle kledingkast, maar niets hebben om te dragen.
Absurdisme is het nieuwe sublieme
Foley pleit voor het besef van de absurditeit van het leven: volgens hem is dat de enige manier waarop we het leven volledig kunnen accepteren zoals het is. Hij treedt met dit idee in de voetsporen van de filosoof Albert Camus, een van de grondleggers van de absurdistische filosofie – een afsplitsing van het meer bekende existentialisme. Het absurdisme stelt dat het leven in wezen zinloos is en dat al het menselijk leed voortkomt uit de zoektocht naar zingeving. Volgens Camus zijn er verschillende manieren om de zinloosheid van het leven op te lossen: zelfmoord en religieuze overtuiging zijn de twee meest voorkomende. De beste oplossing is echter volledige acceptatie van de zinloosheid van het leven. Foley impliceert met The Age of Absurdity dat mensen tegenwoordig te veel op zoek zijn naar zingeving: niet alleen middels religie, maar ook door het geloof in de potentie van het leven en daarmee de drang om er zoveel mogelijk uit te halen.
“The talent for self-justification is surely the finest flower of human evolution, the greatest achievement of the human brain. When it comes to justifying actions, every human being acquires the intelligence of an Einstein, the imagination of a Shakespeare, and the subtlety of a Jesuit.”
Hoewel de kritische toon van het boek doet vermoeden dat we hier te maken hebben met zware en betuttelende kost, is Foley allerminst negatief over de maatschappij waar ook hijzelf deel van uitmaakt. Foleys boek is een rake observatie van het hier en nu en is daardoor in geen enkel opzicht een uitgekauwd zelfhulpboek. Sterker nog, degenen die op zoek zijn naar concrete handvatten voor een beter leven zullen met dit boek niet aan hun trekken komen. Eerder is The Age of Absurdity een inleiding in de filosofie en biedt het inzichten voor een mogelijk meer bevredigend leven. Door middel van treffende – maar vooral ook confronterende – beschrijvingen van onze gehaaste maatschappij, filosofische theorieën van onder andere Sartre, Freud, Schopenhauer en Nietzsche, wetenschappelijke experimenten en zelfs persoonlijke anekdotes toont Foley aan dat de manier waarop wij leven misschien niet ideaal is, maar dat het tevens onmogelijk is de tijd terug te draaien. Eerder wil hij, in navolging van boeddhistisch gedachtegoed en de stoïcijnse filosofie, laten zien dat het ook anders kan. We zijn zelf verantwoordelijk voor het constante en overheersende gevoel van ontevredenheid, maar kunnen dit gevoel ook omschakelen. De absurditeit van het leven is een feit. Nu is het aan ons dit te omarmen.
Michael Foley – The Age of Absurdity
Simon & Schuster | ISBN 978 1847375247
Haal ‘m voor €11,99 in de lokale boekhandel of bestel hier.
Britt
Britt Broekhaus (1991) studeert Cultural Analysis (research master) in Amsterdam. Ze is een culturele alleseter en is dol op mooie woorden, dromerige beelden en melancholische muziek. Haar onderzoeksinteresse bevindt zich op het gebied van globalisatie, machtsrelaties en identiteit. Na haar studie wil Britt veel van de wereld zien – Japan staat daarbij bovenaan haar lijstje – en vooral blijven schrijven en onderzoeken. Verder is Britt een fanatieke yogi, een tikkeltje obsessed met lekker (vegetarisch) eten en gezonde voeding, heeft ze een zwak voor buschauffeurs en vindt ze honden maar overschat. Voor Nadelunch.com schrijft ze voor de rubrieken Kopstukken en Beeld, en is ze eindredacteur voor Kopstukken.

Fijne recensie, klinkt als een interessant en inspirerend boek. Gaat op m’n ‘to read’-lijstje!
Ik denk dat hij gelijk heeft en toch blijft het moeilijk om te accepteren. Vooral omdat ik zelf zo veel wil – en met mij veel mensen, denk ik.
Wat me hierin treft, en dat had ik ook al met de documentaire die ik een tijd geleden zag over ambities (http://weblogs.vpro.nl/nieuws/2010/08/03/3doc-alles-wat-we-wilden/) is dat de schrijver zelf wél iets bereikt. Een boek schrijven is een manier om iets uit het leven te halen. Iets achter te laten. Wat dan ook. Ik kom niet zo goed uit mijn woorden merk ik, maar de kern is dat iedereen een impact wil hebben.
Ik snap heel goed wat je bedoelt Petra. Foley schrijft in zijn boek ook juist dat de moderne maatschappij het zo moeilijk maakt om dit te accepteren. Alles wat we doen is gericht op presteren, doelen stellen, verlangens etc., waardoor het erg lastig wordt om te accepteren dat iets ‘zinloos’ is. Desalniettemin denk ik wel dat productie, zoals je zegt, kan helpen. Die documentaire die je noemt heeft mij ook bijzonder gegrepen en vond ik erg herkenbaar!
Maar maakt de maatschappij het zo moeilijk of zijn we het zelf? Ik kan me niet voorstellen wat je moet met een zinloos leven. Het minste wat je ‘moet’ doen is ervan genieten, al is het maar voor jezelf dus. Het wil er bij mij niet in dat het hele leven zinloos is. Wat zegt Foley daarover? Sorry voor alle vragen, maar het onderwerp boeit me mateloos, zoals je kunt merken. :)
Dit boek lijkt mij heel interessant. Vroeger (tot twee, drie jaar geleden) wilde ik ook altijd alles. Gaandeweg heb ik met steeds minder genoegen leren nemen, en ik ben gelukkiger dan ooit. Ik kan me dus wel vinden in de observaties van Foley. Ja, dit boek ga ik lezen, dank voor de tip! :)
het boek lijkt me erg interessant! al vind k ht idee van: steeds meer willen kopen, bucketlists en meer leven in het nu iets te achterhaald. of misschien komt het omdat ik de laatste tijd veel blogs tegenkom van mensen inderdaad minder uitgeven, en meer leven in het nu. het is een soort van levenstijl geworden. niet alleen bij mij, maar ook in mijn omgeving.
maar natuurlijk zijn er vast genoeg mensen die dit nog niet inzien. ik denk dat dit boek dan wel een goede eye-opener is
Ik denk dat je wel gelijk hebt Des, maar toch vermoed ik dat slechts een klein deel van de mensen echt heel erg bewust bezig is met consuminderen en leven in het nu. Het is wel steeds meer een ‘hype’, je ziet het bijv. ook in de tijdschriftenmarkt. Maar het blijft wel lastig om het echt in de praktijk toe te passen, ook ik heb daar zelf last van af en toe..
Het boek ‘Statusangst’ van Alain de Botton gaat over soortgelijke onderwerpen. Wat ik interessant vond, is dat hij zegt dat als je vroeger weinig had, dat vaak aan de omstandigheden lag en je er in feite weinig aan kon doen. Als je in de Middeleeuwen als eenvoudige boer werd geboren, was het onmogelijk om op te klimmen naar een hogere klasse. Daarom lukte het mensen beter om te accepteren wat ze wel en niet hadden. Het was nu eenmaal zo. Tegenwoordig lijkt succes maakbaar. Als het niet lukt, kun je enkel jezelf er de schuld van geven. Daardoor komt er grote druk op mensen te liggen om iets te bereiken en voelen ze zich ongelukkig als het niet lukt.