De Facebook-moord: een uit de hand gelopen vorm van eigenrichting

De gruwelijke Facebook-moord op de vijftienjarige Joyce ‘Winsie’ Hau ontsiert al enkele dagen het nieuws. Het is een duidelijk voorbeeld van hoe het recht in eigen hand nemen – in de juridische wereld bekend onder de term ‘eigenrichting’ – volledig mis kan gaan.

De feiten
Voor degenen die de laatste dagen onder een steen hebben geleefd of andere dingen aan hun hoofd hadden dan het volgen van de Facebook-moord, hier even kort de feiten. De vijftienjarige Winsie zou op Facebook geroddeld hebben over haar zestienjarige hartsvriendin Polly. Deze wilde wraak en klaagde over het gedrag van haar vriendin tegen vriendje Wesley. Deze zou vervolgens de veertienjarige Jinhua ingeschakeld hebben om Winsie te vermoorden. Zo geschiedde. Jinhua ging op 14 januari 2012 met een mes naar het huis van Winsie en stak haar dood. Ook haar vader raakte hierbij gewond.

Het lugubere aspect in deze zaak is nu dat niet alleen de daders allen een zeer jeugdige leeftijd hebben, maar ook dat de moord zo tot in de details werd gepland.

Recht vs. rechtvaardigheid
Het recht heeft als doel een samenleving bij elkaar te houden en waar nodig te corrigeren. Het veroordelen van een dader heeft dan ook meerdere doelen: het straffen van de dader voor zijn gedraging, het gevoel van vergelding bij het slachtoffer en een duidelijk signaal afgeven aan de maatschappij. Vooral het laatste schijnt bij deze zaak het geval te zijn; niet voor niets worden de schokkende feiten van de Facebook-moord en de verontwaardigde reacties hierop zo veel in het nieuws gebracht.

Roddelen
Eigenrichting in het kort

Laat ik vooropstellen dat ons rechtssysteem niet altijd op gelijke voet staat met rechtvaardigheid. Regelmatig leiden beslissingen van rechters tot fronsende wenkbrauwen en opgestoken vingers. Toch ben ik maar al te blij dat we een rechtssysteem hebben. De Facebook-moord is namelijk een duidelijk voorbeeld van hoe gevaarlijk het is als burgers het recht in eigen hand nemen en voor eigen rechter gaan spelen. De hoogste tijd dus om uit te leggen wat we nu onder eigenrichting verstaan.

Bij eigenrichting kan de ingrijper zowel slachtoffer als omstander zijn. Deze wil een bepaalde situatie of bepaald feit voorkomen, herstellen of onderdrukken. Een veelgebruikt voorbeeld is de winkeldief die er met de inhoud van de kassa’s vandoor wil gaan. Een moedige klant gaat de dief achterna en werkt hem tegen de grond. Vervolgens wordt de politie gebeld en wordt de winkeldief aangehouden. Tot zover is er dus niets aan de hand.

Het wordt echter een ander verhaal als de moedige klant de winkeldief nog enkele onnodige klappen of schoppen geeft als deze al machteloos op de grond ligt. Op dat moment spreken we juridisch gezien van eigenrichting, ofwel: wanneer er meer wordt gedaan dan noodzakelijk (proportioneel) is.

Echter hoeft het bij eigenrichting niet altijd te gaan om een strafbaar feit, zoals bij het bovengenoemde voorbeeld van diefstal. Je kunt bijvoorbeeld denken aan de takken van de appelboom van de buurman die jij – zonder toestemming van de buurman – afknipt omdat ze over jouw schutting hangen. En wat dacht je van het langdurig sarren van een buurman, of pesterijen op school waarbij het slachtoffer of een omstander uiteindelijk zelf op buitensporige wijze ingrijpt? Een goed voorbeeld hiervan is de zaak van de ‘hakbijl-buurman’. De man in kwestie werd al vijftien jaar lang gepest door buurtkinderen en uiteindelijk was hij het zo beu dat hij de kinderen bedreigde met een hakbijl. Dergelijke situaties – hoe begrijpelijk misschien ook – kunnen we als samenleving maar beter vermijden.

Wetboeken
Eigenrichting – soms toch toegestaan

Eigenrichting is niet iets van onze moderne tijd; het komt al vanaf het ontstaan van de mensheid voor. We hebben allemaal weleens gehoord van het oog-om-oog-tand-om-tand-principe, dat stamt uit de tijd van de Germanen. Langzaamaan mocht dit principe alleen nog voor zware delicten als moord en doodslag, nachtelijke inbraak en verminking worden gebruikt (dit ontstond in de tijd van de Romeinen). Nog wat later werd de bevoegdheid van de burger tot eigenrichting meer en meer ingeperkt tot het systeem dat we vandaag de dag kennen.

Tegenwoordig is eigenrichting in principe niet toegestaan. Toch zijn er bepaalde gevallen in de wet opgenomen waarin het als het ware door de vingers wordt gezien. In het strafrecht bestaan namelijk bepaalde strafuitsluitingsgronden, zoals overmacht (‘Niet strafbaar is hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is gedrongen,’ artikel 40 Wetboek van Strafrecht), noodweer (‘Niet strafbaar is hij, die een feit begaat, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed, tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding,’ artikel 41 lid 1 Wetboek van Strafrecht) en noodweerexces (‘Niet strafbaar is de overschrijding van de grenzen van de noodzakelijke verdediging, indien zij het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging, door de aanranding veroorzaakt,’ artikel 41 lid 2 Wetboek van Strafrecht). In deze gevallen is eigenrichting dus toegestaan, maar dit is lang niet altijd even gemakkelijk om aan te tonen.

Hoe nu verder met de Facebook-moord-zaak?
Zoals reeds bekend is, kreeg Jinhua één jaar gevangenisstraf en twee jaar TBS opgelegd voor de moord op Winsie. De strafzaak van de twee anderen – Polly en Wesley – is een maand uitgesteld vanwege het nog moeten horen van enkele getuigen in de zaak. Zowel verdachten als slachtoffers zitten dus nog een tijd in spanning. Ook ik, want ik zal de zaak op de voet blijven volgen. Of ik het eens ben met deze straf laat ik even in het midden. Ik ben namelijk benieuwd naar jouw mening: wat is in dergelijke gevallen een gewenste straf?

 

Beeld: stock.xchng/lusi en stock.xchng/gabetarian.

Share

Sylvia

Sylvia (1990) is een rechtenstudente aan Tilburg University met een voorliefde voor strafrecht, forensische psychiatrie en cybercrime. Ze is studentredacteur bij universiteitsblad Univers, (eind)redacteur van rechtenfaculteitsblad SecJure, blogger, schrijver en freelance copywriter & tekstcorrector. Ze publiceerde eerder al een columnbundel, maar droomt van de uitgave van haar eerste roman. Ze kan niet zonder haar gitaar, zingt en danst wanneer niemand het ziet, is verslaafd aan social media en theater, adoreert de Mexicaanse, Italiaanse en Griekse keuken, heeft een fascinatie voor tuinkabouters en minions en woont samen met de leukste man op aarde: kater Chuck. Voor Nadelunch schrijft ze maandelijks voor ‘De Rechtbank’ en nam in het verleden de columnserie ‘Wild Terrein’ en een enkele bijdrage voor 'Ook dat Nog' voor haar rekening.