De rechter en het opleggen van straffen, hoe zit dat nou?

In januari 2012 werd het Wetsvoorstel minimumstraffen ingediend. Rechters zouden in gevallen van recidive (herhaling) van misdrijven waarop acht jaar of meer gevangenisstraf wordt gesteld, gehouden worden aan een bepaalde minimumstraf. Dit leidde tot grote weerstand vanuit onder meer de rechterlijke macht.

Controversieel wetsvoorstel
Het wetsvoorstel werd uiteindelijk in juni 2012 als controversieel beschouwd. “Niet alleen mist het voorstel zijn doel om daders af te schrikken (aangetoond is dat zwaardere straffen niet leiden tot minder misdrijven), maar ook werd het daardoor moeilijker voor de rechter om per zaak de straf zo goed mogelijk te kunnen toespitsen op de betreffende verdachte”, aldus Nico Kwakman, Universitair docent aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen, in een opiniestuk in Trouw. Het wetsvoorstel werd dan ook niet meer in de Tweede Kamer behandeld, maar wel rees de vraag hoe ver de beoordelingsbevoegdheid van de rechter nu eigenlijk gaat. Aan welke regels is een rechter gebonden en welke straffen kan hij opleggen? Dit artikel zal dit en meer vragen behandelen.

Gebondenheid rechter
Een straf wordt gevormd door drie componenten, te weten de strafsoort (gevangenisstraf, taakstraf, etc.), de strafmaat (hoogte van de straf) en de strafmodaliteit (voorwaardelijke, gedeeltelijk voorwaardelijke of onvoorwaardelijke straf). De wetgever kan ten opzichte van deze componenten de rechter volledig, gedeeltelijk of niet binden.

Als voorbeeld gebruik ik hier het delict doodslag (Artikel 287 Wetboek van Strafrecht). In het geval dat de rechter volledig zou worden vrijgelaten in zijn beslissing zou de omschrijving hiervan in het wetboek als volgt luiden: “Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag, bestraft.” Klinkt goed toch? Ja, in principe wel, maar zo krijgt de rechter wel érg veel vrijheid. Dit leidt niet alleen tot rechtsonzekerheid, maar ook tot rechtsongelijkheid, omdat verschillende rechters tot verschillende uitkomsten kunnen komen. Geen wenselijke situatie dus.

Bij het andere uiterste krijgt de rechter juist helemaal geen vrijheid, maar zijn de drie componenten al door de wetgever bepaald. Je krijgt dan het volgende: “Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag, gestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijftien jaren.” Hoewel nu heel duidelijk is wat de rechter moet doen, heeft hij geen vrijheid meer om per zaak te bekijken wat nu een passende straf zou zijn. Ook dit is dus geen oplossing. Als ik namelijk de afgelopen jaren iets geleerd heb van mijn rechtenstudie is het dat vrijwel geen enkele zaak gelijk is. Of zoals ons al bij het allereerste college werd ingepeperd: er is veel afhankelijk van de ‘omstandigheden van het geval’.

De wetgever heeft dan ook gekozen voor een gulden middenweg en daarom luidt de omschrijving van doodslag in ons huidige Wetboek van Strafrecht als volgt: “Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vijftien of geldboete van de vijfde categorie.” Op deze manier heeft de rechter genoeg houvast om de rechtszekerheid te kunnen dienen, maar blijft er toch nog voldoende ruimte over voor eigen interpretatie waardoor elke individuele zaak goed bekeken kan worden.

Soorten straffen
In artikel 9 van het wetboek van Strafrecht worden de straffen opgesomd die het Nederlandse rechtssysteem kent. Deze zijn te verdelen in hoofdstraffen (gevangenisstraf, hechtenis, geldboete) en bijkomende straffen. Bij die laatste valt te denken aan het ontzeggen van bepaalde rechten, verbeurdverklaring van bepaalde voorwerpen of de openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. De hoofdstraffen kunnen afzonderlijk worden opgelegd, de bijkomende straffen alleen bij een hoofdstraf.

Rechter & maatschappij
Uit onderzoek door Stijn Ruiter en Jochem Tolsma blijkt dat sinds de jaren negentig ongeveer 70% van de Nederlandse bevolking het eens met de stelling dat de rechter te licht straft. Dit is toe te kennen aan het feit dat er zorg bestaat over de stijging van criminaliteit, maar is dat terecht? Het doorspitten van nieuwsberichten en literatuur levert de conclusie op dat hogere straffen niet werken, net zo min als het invoeren van minimumstraffen. Wat wél werkt is de pakkans verhogen, maar dat is wellicht iets voor een toekomstig artikel.

Schone handen
Het wetsvoorstel minimumstraffen haalde de eindstreep dus uiteindelijk niet. Ik verwacht ook niet dat een dergelijk systeem er in Nederland zal komen. Te veel gedoe, te veel verandering, te veel weerstand. De rechter behoudt dus zijn vrijheid en kan naar eer en geweten zijn beslissingen nemen. Zo’n twee jaar geleden kwam ik een tekst tegen van een voormalig raadsheer van het Gerechtshof Arnhem, N. van Raalte. Zijn column Schone handen, vuile handen is me altijd bijgebleven. Zo zei hij, and I quote: “Een van de aantrekkelijke kanten van het rechtersvak bestaat eruit dat je in de uitoefening ervan schone handen houdt. Rechters laten zich immers – zo is de basisgedachte – bij het nemen van hun beslissingen zuiver leiden door wat naar hun overtuiging eerlijk en rechtvaardig is.”

Op ironische manier vertelt Van Raalte vervolgens dat rechters ook zo hun trekjes hebben, waardoor je aan het eind van het artikel het idee krijgt dat rechters toch net mensen zijn, met al hun gebreken en eigenaardigheden. Als afsluiting weet hij wederom een quote-waardige zin te formuleren: “Dit alles verklaart waarom men rechters aan het einde van hun werkdag doorgaans met opgeheven hoofd huiswaarts ziet fietsen, zich niet schamend de hand uit te steken wanneer zij afslaan.” Als ik dat elke keer kan doen – werkdag na werkdag met opgeheven hoofd huiswaarts keren – dan is dat alles wat ik van mijn toekomstige beroep kan wensen.

Beeld: stock.xchng/creationc en stock.xchng/Georgio40.
Share

Sylvia

Sylvia (1990) is een rechtenstudente aan Tilburg University met een voorliefde voor strafrecht, forensische psychiatrie en cybercrime. Ze is studentredacteur bij universiteitsblad Univers, (eind)redacteur van rechtenfaculteitsblad SecJure, blogger, schrijver en freelance copywriter & tekstcorrector. Ze publiceerde eerder al een columnbundel, maar droomt van de uitgave van haar eerste roman. Ze kan niet zonder haar gitaar, zingt en danst wanneer niemand het ziet, is verslaafd aan social media en theater, adoreert de Mexicaanse, Italiaanse en Griekse keuken, heeft een fascinatie voor tuinkabouters en minions en woont samen met de leukste man op aarde: kater Chuck. Voor Nadelunch schrijft ze maandelijks voor ‘De Rechtbank’ en nam in het verleden de columnserie ‘Wild Terrein’ en een enkele bijdrage voor 'Ook dat Nog' voor haar rekening.