Dyslexie lijkt steeds meer voor te komen onder scholieren. Scholen besteden veel aandacht aan dyslectici en ook de politiek laat het niet ongemoeid. Dyslexie lijkt de toekomst van schoolgaand en studerend Nederland deels te gaan bepalen. Is er iets om bang voor te zijn?
Wat is dyslexie? Stichting Dyslexie Fonds (SDF) omschrijft dyslexie als een onzichtbare handicap die ernstige en hardnekkige problemen bij de automatisering van het lezen en/of de spelling veroorzaakt. Tegenwoordig rust er op dyslexie nauwelijks meer een maatschappelijk taboe. Dat was vroeger wel anders. Ik hoor het mijn vader zo zeggen: “In mijn tijd had je geen dyslexie, dan was je gewoon dom.” Tijden veranderen.
Iedereen die iets met het onderwijs te maken heeft zal het opvallen dat dyslexie hot is. Komt het nu vaker voor dan vroeger, of wordt de diagnose eerder gesteld? En gaan we er op een goede manier mee om? Volgens het SDF is er geen duidelijke oorzaak aan te wijzen. Wel stellen ze dat veel dyslectici met de juiste begeleiding een prima niveau van geletterdheid kunnen bereiken. Een hoopgevende boodschap.
Resultaten Kohnstamm-onderzoek
Uit onderzoek van het Kohnstamm Instituut in 2011 bleek dat 9% van de vmbo-leerlingen dyslectisch is, tegenover 10% van de havisten en 5% van de vwo’ers. Opvallend was dat deze cijfers een stuk hoger waren dan het daarvoor gestelde landelijk percentage van 4%. Uit onderzoek bleek ook dat de hoeveelheid dyslectici sterk schommelt per school. Zo zijn er scholen waar slechts 4% van de leerlingen het etiketje krijgt opgeplakt en op andere scholen is dit 30%. Met deze verwarrende resultaten als uitgangspunt rijst de vraag: wat weten we dan wél over dyslexie? Naar mijn mening nog lang niet genoeg.
Het moge duidelijk zijn dat de nog relatief jonge aandacht voor dyslexie – Stichting Dyslexie Fonds bestaat pas sinds 1985 – al veel voeten in de aarde heeft gekregen binnen het vaderlandse onderwijs, maar dat hier nog veel aan schort. Sterker nog, we weten nog steeds niet hoe dyslexie veroorzaakt wordt en wat de beste manier is om ermee om te gaan.
Kinderen met ‘rugzakjes’
Zelf heb ik een tijdje meegedraaid in het onderwijs. Te kort om een alwetend oordeel te vellen, lang genoeg om een indruk te krijgen van het ‘kinderen met rugzakjes’-beleid op de desbetreffende school. Zo zat ik eens een docentenvergadering bij waar een brugklas besproken werd. Bij veel leerlingen die wat dromeriger oogden, de boel op stelten zetten of die wat slechtere cijfers haalden, werd snel een mogelijk labeltje geopperd: ADD? ADHD? Psychologische hulp? PDD-NOS? Dyslexie? Ik stond te klapperen met mijn oren terwijl ik dacht aan mijn eigen schooltijd. Waarom moeten kinderen zo snel in een hokje worden gestopt? Wat is er mis met een dromerig kind? Welke prepuber is dat nu niet?
Bestaat niet het gevaar dat dyslexie, net als andere aandoeningen, misschien te snel wordt opgehangen aan een kind? Alleen een orthopedagoog of psycholoog kan een verklaring voor dyslexie geven en deze is onbeperkt geldig. Het kan dus gebeuren dat een kind een leesachterstand ontwikkelt door bepaalde problemen en door deze verklaring de rest van zijn leven een dyslecticus wordt genoemd, ook al heeft het kind allang geen achterstand meer.

De dikke vette ‘D’
Toen ik zelf voor de klas stond, zag ik vooral het verschil tussen de dyslectici en de andere leerlingen, omdat de dyslectici hun toetsen begonnen met een dikke vette ‘D’, zelfs nog voordat ze hun naam opschreven. Ook merkte ik het weer doordat ze tot mijn grote ergernis bij iedere spelfout die ik gewoontegetrouw had aangestreept riepen: “O, ik ben dyslectisch.” Is dyslectisch zijn dan een reden om gewoon niet meer mee te hoeven doen met de rest van de klas? Om niet meer op je spelling te letten? Omdat je het zogenaamd niet kunt? Ik vind dit onzin.
In mijn prille bestaan als onderwijzeres zag ik dat dyslectische kinderen een grotere afkeer hebben van teksten. Logisch, want ze hebben er moeite mee en door teksten worden ze eraan herinnerd dat ze een ‘aandoening’ hebben. Toch is het belangrijk om niet te denken: “Och, laat maar zitten, die heeft toch dyslexie.” Nee, dyslectici moeten juist uitgedaagd worden. Laat ze teksten meelezen met de andere kinderen: een groter lettertype is prima, een lager leestempo ook, maar een lager niveau niet. Dyslexie is nu eenmaal een beperking die meer concentratie van de leerling vergt en tevens meer aandacht en begrip van de ouders en leraren. Als we de dyslectici op een goed niveau van geletterdheid willen krijgen, zullen alle betrokkenen daar hard aan moeten werken.
Geen smoesjes meer, maar zelfvertrouwen kweken
Dyslexie negeren is het domste wat we kunnen doen. Belangrijk is wel dat leerlingen niet aanleren het als een excuus te gebruiken. Dit zal niet alleen hun werkhouding ten goede komen, maar tevens hun zelfvertrouwen. Ik heb gezien en zie nog steeds dat dit regelmatig gebeurt; een kind heeft een dyslexieverklaring op zak en dit wordt gebruikt om iedere onvoldoende, poging tot klieren en spelfout te verklaren. Op de middelbare school wordt dat soms gedoogd, af en toe ook nog in het hoger onderwijs, maar in het bedrijfsleven niet meer. Hoe moeilijk zal een kind dat dyslexie altijd als een excuus heeft kunnen gebruiken het krijgen in de harde wereld der volwassenen?
Ik heb gemerkt dat kinderen met dyslexie grote sprongen vooruit kunnen maken als ze daarvoor de kans krijgen. Met wat meer aandacht van de leraar, ouder of bijlesdocent moeten ze leren omgaan met hun aandoening, in plaats van zich erachter te verschuilen. Focus op wat de kinderen wél kunnen en laat geen talent verloren gaan. En laat dyslectici vooral niet een nóg grotere hekel aan taal en teksten krijgen. Als ik minister van Onderwijs mocht zijn, zou ik het wel weten.
Beeld: stock.xchng/mokra en stock.xchng/ywel.
Sophie
Sophie is geboren aan het eind van het mooie jaar 1987. Nu, bijna 25 jaar later, is ze een van de nieuwsjagers en wetenschappers bij Nadelunch. Daarvoor heeft ze Nederlandse taal & cultuur gestudeerd en is ze gespecialiseerd in heel erg oude boeken. Hoe meer ze stinken, hoe beter. Ze heeft tevens een eigen blog, desopheelste.blogspot.com, en schrijft over alles. Daarnaast leest ze graag, gaat ze hardlopen, koken en schilderen en heeft ze momenteel honderd verschillende baantjes: van huiswerkbegeleiding geven tot schoonmaken bij ouderen. Ze zal voor Nadelunch schrijven over actualiteiten rondom onderwijs en literatuur en over literatuur in wetenschappelijke zin.

Goed stuk, Sophie.
Dan maken we jou minister van Onderwijs ;-)
Je hebt vertrouwen in de dyslectici! Dat is mooi.
Dank jullie wel! Haha, ja ik wil best minister worden. Ik heb zeker vertrouwen in dyslectici, het zijn vaak creatieve, praktijkgerichte kinderen. Toch zonde van talent als die groep ‘lui’ wordt gehouden.