De geschiedenis is tot haar einde gekomen en ik heb het gemist. Zal je altijd zien, zoiets heb ik weer.
Francis Fukuyama schreef in 1989 het artikel Have we reached the end of history? in het blad The National Interest. In het jaar dat de Berlijnse muur viel en het communisme definitief ten gronde ging, vroeg Fukuyama zich af of we met het bereiken van een liberale democratie het eindpunt bereikt hadden in onze ontwikkeling. Was dit dan de finish? Voor eens en altijd een liberale democratie met een kapitalistische markt? Dit klinkt vaag, en zonder uitleg is dat het ook. Maar de vraag die Fukuyama zich stelde in 1989 is zo gek nog niet. In 1992 volgde dan ook het boek The End of History and the Last Man, waarin Fukuyama zijn theorie verder uiteenzette en filosofisch onderbouwde.

Francis Fukuyama
Het idee, legitimiteit en het falen
Geschiedenis moet allereerst gezien worden als een gemeenschappelijke geschiedenis van alle mensen en volken uit alle tijden. Geschiedenis betekent hier: het samenhangende en evolutionaire proces van de gehele mensheid. Dit betekent dus dat het einde van de geschiedenis niet het einde van grote gebeurtenissen is; oorlogen en criminaliteit zullen er blijven. Wat het wel betekent is dat het idee ‘liberale democratie’, en dit is belangrijk, dat het idee, ik onderstreep het nog maar eens, dat dus het idee ‘liberale democratie’ het beste is wat we kunnen bereiken.
Fukuyama laat zien dat het falen van de grootste tegenhanger van liberale democratie, het communisme, niet alleen een praktisch falen is. Het communisme wilde niet alleen zijn burgers controleren (onderdrukken), maar compleet beheersen. Door middel van propaganda probeerde de Sovjetregering haar burgers bang te maken voor de vrijheid die in het Westen zo normaal was, en afhankelijk te maken van het systeem. Maar hier lag ook meteen de interne tegenstelling die de ondergang van het communisme werd. Het is namelijk niet mogelijk om de gedachten van mensen te beheersen. Burgers krijgen door dat een systeem niet werkt, dat ze niet krijgen wat hun beloofd is en dat er leugens verspreid worden. En op het moment dat mensen doorkrijgen dat het idee, de ideologie, niet klopt en/of zichzelf tegenspreekt, zal het systeem snel vallen. Wat ook gebeurde. Uiteraard heeft liberale democratie tot nu toe nog steeds niet zo’n interne tegenstelling gehad dat men het systeem verlaat en iets nieuws verzint.
Natuurwetenschappen
Dat we in een kapitalistisch systeem terecht zijn gekomen is niet gek. De natuurwetenschappen staan model voor de richting van onze geschiedenis: vooruit. Want de natuurwetenschappen bouwen voort op eerdere kennis en vormen zo nieuwe theorieën. Dankzij deze wetenschap zijn er nieuwe machines gemaakt en zijn er nieuwe productieprocessen ontstaan. Daarna was de stap naar de fabrieken, bureaucratie en loondienst snel gemaakt. De geschiedenis is niet alleen collectief (want de natuurschappen zijn voor iedereen), maar heeft ook nog eens een richting (teleologisch): vooruit.
Fukuyama weet leuk neer te zetten hoe we een gemeenschappelijke geschiedenis hebben en hoe we bij het kapitalisme zijn gekomen, maar hoe verklaart hij de stap naar een democratie? Dankzij het verlangende deel van de mens (méér en sneller) ontstaat er immers wel een kapitalistisch systeem, maar dit is geen verklaring voor een democratie.
Meester en slaaf
Voor de stap naar een liberale democratie wendt Fukuyama zich tot de filosofie van Georg Wilhelm Friedrich Hegel. Hegel was overtuigd van de gemeenschappelijke geschiedenis van de mens. Volgens hem bestond de geschiedenis uit steeds nieuwe vormen van bewustzijn bij de mens. De gehele geschiedenis bestaat uit conflicten en na zo’n conflict komt men tot een nieuw bewustzijn. In andere woorden: stel je voor dat je naar de deur loopt met de intentie om hem open te doen. Eenmaal bij de deur blijkt dit niet te lukken. Nadat je wat probeert, merk je dat hij op slot zit. Je draait het slot om en loopt alsnog door de deuropening. Voordat je de deur open wilde maken had je een bewustzijn en door het ‘conflict met de deur’ heb je een nieuw bewustzijn, namelijk dat de deur op slot zat.
De mens krijgt dus steeds een nieuw bewustzijn. Voordat er bijvoorbeeld een samenleving was, zat de mens in een natuurstaat. In deze staat gingen mensen een gevecht aan met elkaar om niets anders dan erkenning, een struggle for recognition. De winnaar van dit gevecht werd de meester, de verliezer de slaaf. En die slaaf moest werken voor de meester. Juist door deze arbeid kreeg de slaaf zijn erkenning. Hij leerde immers gereedschap te maken en de natuur te beheersen.
Thymos
Het deel van de ziel dat verlangt naar erkenning wordt door Fukuyama het thymotische deel genoemd. Die kan zich op twee manieren uiten: beter zijn dan de ander (megalothymia) of gelijk zijn aan de ander (isothymia). Juist de angst voor megalothymia, de angst voor overheersing, in combinatie met isothymia, zorgde voor het ontstaan van een volksregering. Hier kon men erkenning krijgen door de ideeën die men had, niet door iemands afkomst. Toen de christelijke moraal van naastenliefde en gelijkheid van de mens om de hoek kwam kijken, bereikte men het einde van de geschiedenis; de meester-slaaf tegenstelling werd opgeheven (alle mensen waren immers gelijk) en het idee ‘liberale democratie’ was geboren.

Belang en context
De bovenstaande theorie van Fukuyama kan nu alsnog vaag voor u zijn, of misschien een ver-van-mijn-bed-show. Ik heb helaas erg moeten generaliseren. Ook Fukuyama zelf is er, als ik me niet vergis, deels op teruggekomen. Toch moet het belang van de vraagstelling niet onderschat worden. Want is liberale democratie echt het beste wat we kunnen bereiken? Wordt het rationale, verlangende en thymotische deel van onze ziel volledig bevredigd?
In een periode van een wereldwijde economische en politieke crisis, van revoluties en van een mens die steeds individueler gecentreerd is lijkt de vraag actueler dan ooit. Voor nu kan ik alleen maar kritisch blijven; mijn erkenning haal ik wel uit dat kleine beetje kennis dat ik tot nu toe vergaard heb.
Beeld: Flickr.com/apesphere, Flickr.com/Ben Husmann en Flickr.com/ItzaFineDay.
Mitchel
Mitchel van der Geest (1989) studeert taal- en cultuurstudies en heeft zich aangemeld voor de researchmaster philosophy aan de Universiteit Utrecht. Naast zijn liefde voor slapen en een videospel op zijn tijd, is muziek belangrijk voor hem. Verwoede pogingen tot gitaarspelen daargelaten, zorgen bepaalde nummers voor gedachtensprongen over dagelijkse dingen in een filosofisch sausje. Voor Nadelunch.com schrijft hij stukken over hoe filosofie in het dagelijks leven terugkomt en hoe dat helemaal niet zo stoffig is als mensen denken. Van Ghandi tot Kant en van mooi weer tot een boterham met kaas, alles is filosofie.


Lekker stuk Mitchel! Ik heb zelfs nog een gesigneerd boek van Fukuyama van toen hij vorig jaar in Leiden was. Al heeft hij wel wat van zijn glans verloren door de conservatieve kant van Bush Jr. te kiezen in zijn presidentschap.
Robert, bedankt!
Ja, ik denk vooral dat zijn originele stuk gewoon het juiste stuk op het juiste moment was. Daarna is het gevoed door misverstanden en foute kritiek. Toch ben ik wel jaloers op je gesigneerde boek.
Al met al interessant om over na te denken.