Lie to me – alles over leugens herkennen

In de serie Lie to Me herkent Dr. Cal Lightman elke leugen in een handomdraai. Een trillend handje, te vaak knipperen met de ogen, een zenuwtic… Dr. Cal heeft je door. Is het nu echt zo gemakkelijk om leugens te herkennen?

Overtuigingen over misleidende signalen
Zowel professionals als leken lijken het erover eens te zijn dat bepaalde indicatoren wijzen op leugens en bedrog. Een hele duidelijke is nerveus gedrag, zoals het vermijden van oogcontact, rood aanlopen, stotteren, zweten, het praten met een hogere stem dan normaal of juist het vertonen van een gebrek aan emoties. Verder is een duidelijke toe- of afname van lichaamsbewegingen een indicator, zoals het friemelen aan kleding of het verstarren van het lichaam.

Ook uit de verklaringen zelf kun je een aantal dingen afleiden. Zo zijn waarheidsgetrouwe verklaringen voorzien van meer details en zijn ze gedurende het verstrijken van de tijd meer consistent.

Maakt ‘Lie to Me’ je een leugenexpert?
In 2010 werd er een onderzoek(1) uitgevoerd waarin werd nagegaan of het kijken van series als Lie to Me en N3mbers leidde tot het beter kunnen herkennen van bedrog. Hierbij moesten 108 proefpersonen 12 interviews bekijken en aangeven in hoeverre er sprake was van leugens. Een derde van die proefpersonen bekeek vóór aanvang van de interviews een aflevering van Lie to Me, een derde bekeek een aflevering van de serie N3mbers en de laatste een derde bekeek niets. Vervolgens werden de proefpersonen getest op ‘overall accuracy’, ‘lie accuracy’ en ‘truth accuracy’. Met name die laatste was van belang, want wat bleek: degenen die voorafgaand aan het bekijken van de interviews geen series hadden gekeken, scoorden het best. In deze groep was er een truth accuracy van 74,3%, in de N3mbers-groep was dit 69,6% en bij degenen die Lie to Me hadden gekeken, was dit maar 60,1%.

Helaas, het kijken van series over misdaad en bedrog helpt ons dus blijkbaar niet om beter leugens te herkennen. Toch denken we nog steeds dat we leugenaars kunnen ontmaskeren. Zo is er zelf een heuse opleiding voor het herkennen van leugens.

Help! Hoe achterhalen we de waarheid?
Het zou zo makkelijk zijn: je stelt de verdachte in een strafzaak een vraag, de man knippert een keer te veel met zijn ogen en de misdaad is opgelost. Helaas is de werkelijkheid anders en kost het in het gros van de gevallen bloed, zweet en tranen om de waarheid te achterhalen.

In 1920 werd een manier bedacht om leugens te detecteren. John Larson, Amerikaanse politieagent en psycholoog, kwam met de eerste polygraaf die iemands bloeddruk, hartslag en ademfrequentie tegelijkertijd kon registreren. Tien jaar later kwam er een draagbare versie bij die ook nog de veranderingen in huidweerstand kon vastleggen. Deze werd ontwikkeld door Larsons collega Leonarde Keeler.

Hoe werkt de leugendetector?
Volgens polygrafisten levert liegen vrijwel altijd een niet of nauwelijks te onderdrukken fysiologische reactie op, die meestal te danken is aan de angst om ontmaskerd te worden. Tijdens een polygraaftest worden er aan de betreffende proefpersoon vragen gesteld die met ‘ja’ of ‘nee’ beantwoord dienen te worden. Er zijn de zogenaamde controlevragen als ‘Woont u in de Leliestraat?’ en de echt relevante vragen als ‘Was u op dag X op plaats Y aanwezig?’. Door middel van het vergelijken van de fysiologische resultaten van de controle- en relevante vragen kan worden bepaald of iemand de waarheid spreekt. Het is gebruikelijk om de verdachte duidelijk uit te leggen hoe het apparaat werkt en hem drie keer dezelfde reeks vragen te laten beantwoorden om zo de beste resultaten te kunnen vergelijken.

Met name in Amerika wordt er veelvuldig gebruikgemaakt van de leugendetector. In de meeste staten is het echter niet toegestaan om de resultaten van de test in de rechtszitting naar voren te brengen, dit omdat de jury geneigd is veel waarde toe te kennen aan de resultaten daarvan. Een berucht voorbeeld is de zaak van Floyd Fay, die in 1978 werd gearresteerd voor de roofmoord of Fred Ery, die vlak voor zijn dood beweerde dat hij de gemaskerde Fay had herkend. Er waren verder geen bewijzen, dus de aanklager zou de zaak laten rusten als Fay bereid was een polygraaftest te doen. Deze stemde toe, maar in de twee achtereenvolgende tests werd hij als leugenaar aangewezen. Het leverde hem een levenslange gevangenisstraf op. Fay zat al ruim twee jaar vast toen de politie bij toeval de echte dader ontmaskerde.(2)

Welk percentage is goed genoeg?
Situaties als die van Floyd Fay leiden tot de hamvraag van dit stuk: wanneer zien we de leugendetector als betrouwbaar genoeg? Stel dat het apparaat een betrouwbaarheidsgarantie van 90% kan geven. Dat betekent dat van de tien personen er negen op de juiste manier beoordeeld worden, maar wat doen we dan met die ene persoon? Stel dat deze op vrije voeten komt, maar de misdaad wel degelijk op zijn of haar geweten heeft. Of juist de omgekeerde situatie: wat als een verdachte door medetoedoen van de leugendetector wordt veroordeeld, maar in werkelijkheid onschuldig blijkt te zijn? Nemen we dat dan voor lief? Met andere woorden: gaat het algemeen belang hier boven het individu?

Het moge duidelijk zijn dat er in de rechtspraktijk vaker fouten worden gemaakt, dus het onterecht veroordelen van de verdachten is in die zin niets nieuws. Ook met DNA-onderzoek en de nieuwste technologieën is het niet mogelijk om met 100% zekerheid uitsluitsel te bieden, maar de leugendetector lijkt altijd meer omstreden dan dergelijke middelen.

Aan jou dus de vraag: streven we naar een betrouwbaarheid van 100% of nemen we genoegen met minder? Ik ben benieuwd naar je antwoord!

 


(1) Levine et al. ‘The Impact of Lie to Me on Viewers’ Actual Ability to Detect Deception’, Communication Research, Volume 37, issue 6 (December 2010), p. 847-856.

(2) http://www.skepsis.nl/leugen.html.

Beeld: Flickr.com/3oheme, Flickr.com/rosmary en Flickr.com/ kevindooley.

Share

Sylvia

Sylvia (1990) is een rechtenstudente aan Tilburg University met een voorliefde voor strafrecht, forensische psychiatrie en cybercrime. Ze is studentredacteur bij universiteitsblad Univers, (eind)redacteur van rechtenfaculteitsblad SecJure, blogger, schrijver en freelance copywriter & tekstcorrector. Ze publiceerde eerder al een columnbundel, maar droomt van de uitgave van haar eerste roman. Ze kan niet zonder haar gitaar, zingt en danst wanneer niemand het ziet, is verslaafd aan social media en theater, adoreert de Mexicaanse, Italiaanse en Griekse keuken, heeft een fascinatie voor tuinkabouters en minions en woont samen met de leukste man op aarde: kater Chuck. Voor Nadelunch schrijft ze maandelijks voor ‘De Rechtbank’ en nam in het verleden de columnserie ‘Wild Terrein’ en een enkele bijdrage voor 'Ook dat Nog' voor haar rekening.