Live action role-playing: knokken om een drakenei

The Lord of the Rings, Harry Potter en een vleugje Efteling: zo voelt de magische wereld van LARP, live action role-playing. Voor een dag betrad Mirjam de wereld waar mythische wezens en rubberen zwaarden de dienst uitmaken. “Sterf, jij duivelsgedrocht!”

Drie jongens lopen over het bospad mijn kant op. Ze zijn gehuld in lange gewaden met kappen en dragen zwaarden in hun hand. Een van hen heeft een pijl en boog. “Hé,” zegt de voorste als ze bijna bij me zijn, “ik zou mijn hand maar omhoog houden als ik jou was. Straks word je nog verkracht door een bende Orks.” “Mijn hand omhoog?”, vraag ik. “Dat betekent dat je uit het spel bent.” Ze lopen verder. Aarzelend houd ik mijn hand naast mijn gezicht; ik ben bang dat er elk moment iets uit de bosjes kan springen. Waar ben ik in godsnaam beland?

Ridderpakken en engelenvleugels
Ik heb afgesproken met Arie, een jongen van negentien die ik ken als een colbertdragende economiestudent. Een aantal keer per jaar verruilt hij die degelijke outfit voor een maliënkolder met rubberen zwaard om zich eens flink uit te kunnen leven op vijandige fantasiefiguren. Arie doet namelijk aan LARP, ook wel live action role-playing. Wat dit precies inhoudt weet ik niet, behalve dat er een hoop geschreeuw en wapengekletter aan te pas komt.

Plotseling sta ik op een open plek waar tenten zijn opgesteld. Er staan houten banken, tafels met eten en overal liggen wapens en kleurige doeken. Ik ben in de middeleeuwen. Ik zie vrouwen met lange satijnen jurken en engelenvleugels en mannen met bontkragen en ridderpakken. Links van me staat een groepje jongens met groengeverfde gezichten, vermoedelijk de bende Orks. Hoewel ik niet verwacht dat ze me onmiddellijk zullen bespringen, houd ik lachend en zenuwachtig mijn hand in de lucht. Iedereen kijkt naar me. Mijn normaal zo geaccepteerde spijkerbroek zit opeens een stuk minder lekker.

De rituele cirkel
“Arie!” Dolblij dat ik een bekende zie in deze vreemde wereld, ren ik op hem af. “Ik herkende je bijna niet!” Hij draagt een lang, rood met zwart gewaad en zijn gezicht is volledig geschminkt. “Nestor! Even tussendoor.” Een meisje in een lange jurk klampt Arie aan. “We willen een necromancer in de pan hakken in de rituele cirkel. Moeten we daar nog belasting voor betalen?” “Nee, dat is prima zo”, antwoordt Arie. “Nestor?”, vraag ik hem. Een beetje opgelaten kijkt hij me aan. “Nestor Patrocolus. Zo heet ik hier.”

Iedereen heeft een eigen personage bedacht en zit het hele LARP-weekend in die rol. Er is een script, geschreven door een groep spelleiders, maar dat laat veel ruimte over voor improvisatie van de spelers. “Wij hebben bijvoorbeeld bedacht dat een stel bandieten een drakenei gaat proberen te stelen”, vertelt een van de leiders me. “We weten van tevoren alleen niet of dat ze gaat lukken.” Die bandieten, necromancers en ander tuig worden gespeeld door vrijwilligers. Vaak volwassenen die zelf ook gelarpt hebben, soms nieuwsgierige bezoekers. Ik ben nog geen halfuur binnen of er sjort al iemand een pij over mijn hoofd.

“Wij gaan ze dat drakenei wel eventjes afhandig maken!”, zegt een jongen die Floris heet. Vervolgens duwt hij me een schild en een rubberen zwaard in mijn handen. “Niet te hard slaan hè! Het zijn kinderen.” “Wat moet ik precies doen dan?”, vraag ik in paniek. Ondanks mijn bandietenoutfit voel ik me nog niet helemaal klaar om op een stel twaalfjarigen te gaan inhakken. “Doe maar gewoon wat wij doen”, zegt Arne, mijn andere medebandiet. “En als je een keer of tien geraakt bent laat je je op de grond vallen. Dood.”

Niet lachen
Terwijl de jongens me verhalen vertellen over uit de hand gelopen gevechten (“Er breekt weleens iemand een arm, ja. Maar verkeerd terechtkomen kan bij voetbal ook.”) lopen we richting de afgesproken plek. Een groepje bewapende jongeren komt ons tegemoet en een van hen heeft een reusachtig ei van plastic onder zijn arm. Er volgt een woordenwisseling tussen hun leider en de onze, doorspekt met zwaarwichtige zinnen als “Ik achtervolg je tot aan de brandende poorten van de hel!”. Ik bijt op mijn lip om niet te hoeven lachen.

Plotseling is de discussie over. “Aaargh!” De groep rent onder luid geschreeuw op ons af. Ik zie een rubberen zwaard mijn kant opkomen, gevolgd door een rubberen bijl. Allebei de wapens raken me vol. Leef ik nog? Pijn doet het niet, maar ik word toch overvallen door een soort paniekerige overlevingsdrang. Terugslaan! Niet doodgaan! We blijken niet tegen de kinderen opgewassen. Om me heen storten mijn kameraden met dramatische keelgeluiden ter aarde, maar ik geloof niet dat ik al klaar ben voor zo veel acteerwerk. Geluidloos laat ik me in elkaar zakken. Game over.

Een verhaal dat nooit af is
Larpen is een bizarre ervaring. Ik krijg toegang tot een sprookjeswereld waarvan ik niet wist dat die buiten de boeken van Tolkien bestond. Het is zo veel meer dan een veldslag tussen twee kampen, wat ik van tevoren had gedacht.

“Ik kom hier vooral voor het politieke spelletje”, vertelt Arie me. “Voor het mooie taalgebruik en het overtuigen van elkaar. Anderen larpen bijvoorbeeld voor het toneelspel, het maken van de kostuums of het schrijven aan een verhaal dat eigenlijk nooit af is.”

Wat ik zelf het mooist vind aan LARP is dat iedereen volledig zichzelf kan zijn. Je wordt geaccepteerd om wie je bent, of dat nu een blond meisje op merkschoenen is of een bebrilde computernerd van vijfenveertig. Dit staat in schril contrast met de buitenwereld, die vaak minder tolerant tegenover larpers staat. “Mijn studievrienden vertel ik niet wat ik gedaan heb dit weekend”, zegt Arie. Ridderpak uit, Ray Ban op. “Ik weet niet of ze het zouden begrijpen.”

Beeld: Mirjam Brouwer.

Share

Mirjam

Mirjam Brouwer (1990) heeft na enige omzwervingen eindelijk de studie gevonden die helemaal bij haar past: journalistiek. Ze is het gelukkigst wanneer ze vreemde landen kan doorkruisen met haar notitieblok in de hand, maar ook in Nederland heeft ze altijd stof om over te schrijven. Voor Nadelunch maakt ze elke maand een reportage over iets dat compleet buiten haar comfortzone ligt. Van koeien melken tot een moskeebezoek: ze is extreem nieuwsgierig en wil alles uitproberen.