Mooi weer betekent ‘jogkriebels’. Met frisse moed en volle tegenwind ging ik met mijn huisgenoot op pad. Waar we beiden geen rekening mee hadden gehouden, was dat ook beestjes op mooi weer afkomen. Ach, niets is gratis.
Cold case
Toen ik na onze jogtocht onder de douche stond, begon ik te denken. De douche is de ideale plek om te denken, trouwens. Vroeger dacht ik dat het door het ‘watervaleffect’ kwam (de sereniteit dat vallend water met zich mee brengt), maar sinds ik een iPhone heb, blèren Acda en de Munnik, Ray Charles of The Beatles constant door mijn badkamer. Van sereniteit is er geen sprake, zeker niet door mijn tot op heden nog onontdekte zwaluwzang. Misschien komt het gewoon omdat ik onder de douche de tijd neem om na te denken.
Ik was aan het denken. Blijkbaar had ik tijdens het joggen een koutje opgelopen. Maar waar komt een koutje vandaan? Het laatste wat ik er over gelezen had, was dat het van mens op mens gaat en dat je het niet krijgt doordat het koud is of doordat je met je natte hoofd buiten loopt. Na wat googelen bleek dat vooral een slechte weerstand en contact met een slachtoffer van de verkoudheid funest zijn voor je eigen gezondheid. Een ‘leuk’ feitje tussendoor is dat een verkoudheid onmogelijk te voorkomen is. Fijn.
Maar ik was dus aan het denken. Dat koutje, dat moet ergens vandaan komen. Ergens, toen de mensen elkaar nog met gebaren duidelijk maakten dat ze honger hadden, is dit virus ontstaan. Aangezien ik geen arts ben, stel ik me dan voor dat er een celletje is geweest dat is gaan muteren, met uiteindelijk het virus van verkoudheid als gevolg. Maar ja, waar komt dan dat ene celletje vandaan? Wie zo doorredeneert, komt uiteindelijk bij atomen en het ontstaan van het heelal uit. Het ontstaan van alles dus. Want cellen bestaan uit atomen, die atomen komen uit het heelal en dat heelal komt waarschijnlijk uit de oerknal.
Heel fijn om te weten: wij zijn gemaakt van sterren. Al onze bouwstoffen, net als alles op aarde, komt van stervende sterren. Dat is altijd goed voor het zelfvertrouwen: je bent een ster!
Oorsprong in de filosofie
Terug naar mijn gedachtegang. Waar komt alles vandaan? Dit is een kwestie waar tot nu toe natuurlijk nog niemand een antwoord op heeft gevonden. (Tenzij er iemand is die het wel weet, maar het niet wil vertellen. Maar dat klinkt meer als een nieuwe Monty Python-film en ik ga er voor het gemak maar vanuit dat diegene niet bestaat.)
Filosofisch gezien is de discussie over het begin van alles zo oud als de filosofie zelf en (voor mij in ieder geval) zo vervelend als eindeloze ethische discussies. Want als we ervan uitgaan dat het leven en het heelal dat we nu kennen niet een droom is (en dat is niet zo vanzelfsprekend als je zou verwachten), dan moet er dus ergens een begin zijn. Het antwoord is er, wij beleven het, maar kunnen er niet bij. Probeer maar eens aan iets zonder begin te denken. Of iets dat oneindig is. Dat gaat niet! (Dit is overigens geen waterdicht argument, want het feit dat wij ons zoiets niet voor kunnen stellen, wil niet zeggen dat het niet bestaat. Maar dat is een idee van de filosoof Immanuel Kant en dat is een heel ander verhaal.)
Het kosmische kwaad
Net als ik, dachten filosofen (toen de tijd nog gewoon denkers) uit de oudheid al over het ontstaan van alles. Die traditie begint met Thales uit Milete (ca. 585 v. Chr.), die de kosmos verklaarde vanuit een bepaald godsbeeld. Goden vertolkten elk een element uit de wereld die wij om ons heen zien. Dit wordt een kosmogonie genoemd, waarbij de goden erg menselijke trekjes hadden (‘antropomorf’ waren). Na deze ‘presocratici’ kwamen de echte filosofen, zoals Socrates, Plato, Aristoteles, Epicurus en de Stoïcijnen.
Mijn gedachten, daar onder de douche, met The Beatles en Ray Charles op, gingen naar de Stoïcijnen. Zij stelden dat de wereld te maken had met twee kernregels: fatum (causaliteit/oorzaak-gevolg) en providentia (dei) (voorzienigheid). Volgens hen heeft de god die alles gemaakt heeft, dat gedaan op de best mogelijke manier. In alles is voorzien, maar het is niet perfect, omdat de wetten van oorzaak en gevolg er zijn. Het kwaad in onze wereld is dan ook tweesoortig: er zijn aardbevingen en epidemieën die door fatum voorgeschreven worden (aardbevingen ontstaan noodzakelijk uit de verschuiving van de platen), door de Stoïcijnen kosmisch kwaad genoemd, en er zijn mensen die op de verkeerde manier gebruikmaken van hun verstand; het morele kwaad. Hoe je je verstand gebruikt is namelijk niet vastgelegd in de creatie en ieder mens is vrij om het op zijn of haar manier in te vullen.

Het is diezelfde menselijke rationaliteit die ervoor zorgt dat wij onszelf als onderdeel gaan zien van het geheel. Dat is misschien niet perfect en soms allesbehalve leuk, maar we zijn er allemaal onderdeel van en het is het beste wat er had kunnen zijn. Dus je moet niet zeiken, maar accepteren dat het er is en dat je het mee mag maken. Stoïcijns reageren betekent dan ook niet dat je er geen zier om geeft, je accepteert het noodzakelijke kwaad en ziet alles in het grote geheel!
Geen antwoorden
En zo is de cirkel rond. Ik heb geen antwoord op mijn vragen onder de douche. Ik weet niet hoe alles begonnen is en ik zal het antwoord ook nooit vinden. Om lekker cliché te zijn: misschien is het helemaal niet de bedoeling dat ik dit, net als de rest van de wereld, te weten kom. Wat ik wel kan doen is me erover verwonderen, erover nadenken en het uiteindelijk accepteren. Want dat is filosofie: nadenken over alles, zonder jezelf uiteindelijk te verliezen. Hoe ik het ook went of keer, begin of geen begin: ik stap gewoon weer uit die douche. Op naar de volgende jog.
Beeld: Flickr.com/heyadam en Flickr.com/h.koppdelaney.
Mitchel
Mitchel van der Geest (1989) studeert taal- en cultuurstudies en heeft zich aangemeld voor de researchmaster philosophy aan de Universiteit Utrecht. Naast zijn liefde voor slapen en een videospel op zijn tijd, is muziek belangrijk voor hem. Verwoede pogingen tot gitaarspelen daargelaten, zorgen bepaalde nummers voor gedachtensprongen over dagelijkse dingen in een filosofisch sausje. Voor Nadelunch.com schrijft hij stukken over hoe filosofie in het dagelijks leven terugkomt en hoe dat helemaal niet zo stoffig is als mensen denken. Van Ghandi tot Kant en van mooi weer tot een boterham met kaas, alles is filosofie.

Grappig hoeveel je onder de douche nadenkt! Heb je het ook onder de douche geschreven? ;-)
Met het Higgsdeeltje zijn we weer wat dichter bij de ‘waarheid’ of ‘onwaarheid’ over de ontstaansgeschiedenis van het ‘zijn’. Interessant!
Het heeft me een macbook gekost ;)
Maar het is zeker interessant! Ik ga me maar eens inlezen en kijken wat de wijzen uit het verleden er over te zeggen hebben. Kijken of ik het überhaupt kan snappen…