Je bent hier: Home // Essays, Kopstukken // Vanzelfsprekend? I think not!

Vanzelfsprekend? I think not!

John McDowell schrijft in Mind and World: “Representational content cannot be dualistically set over against the conceptual. That is obviously so, however hospitable we are to the idea that some representational content is non-conceptual.”(1) Aha, denk ik nog bij mezelf. Natuurlijk.

“That is obviously so…”, wat een irritante zin. Wat een arrogante aanname! Het is helemaal niet zo ob-vi-ous! Het is zelfs helemaal níét ob-vi-ous. Sterker nog: laat hij lekker zijn ob-vi-ous ergens steken waar de zon nooit schijnt! Obvious… pff.

Nadenken
Maar dat is logisch

Een paar jaar geleden lukte het allemaal wel. Een socratische dialoog was makkelijk te begrijpen, de theorie van Plato al wat lastiger, maar nog steeds prima te doen. Naarmate ik verder kom in de filosofie, wordt echter ook de stof een stuk moeilijker. Maar in plaats van alles met meer voorbeelden toe te lichten, gaan al die filosofen ervan uit dat ik de gedachtegang van de dames en heren wel begrijp. Frustratie is dan ook het gevolg.

Het begon met logica. Tijdens de colleges werden normale Nederlandse zinnen, zinnen die ik begrijp, omgezet in symbolen. Symbolen die ik niet begrijp. Een voorbeeld:

zin:  “Er is een kapper die precies die personen scheert welke zichzelf niet scheren.”

formule:  “∃x (Kx ∧ ∀y (Sxy ↔ ¬Syy))”(2)

Of de groep dit begreep. Ja, knikte iedereen enthousiast, ja, dit begrepen ze wel. Dit was logisch! Ik verschool me maar achter mijn laptop: ik begreep er de ballen niet van.

Vanzelfsprekend
Hoe verder ik kom, hoe vanzelfsprekender de schrijvers hun theorie vinden. Neem nu het citaat uit de inleiding. Ik zou het u graag uit willen leggen, maar kan het nog steeds niet goed genoeg. Het boek gaat over de verhouding tussen onze geest en de wereld. Wij zien dingen, een tafel bijvoorbeeld, en geven die tafel eigenschappen. Hij heeft een vierkant tafelblad, is van kersenhout, wat rood/bruin is, en als ik mijn knie er tegenaan stoot, dan zal mijn knie eerder meegeven dan de tafel. De tafel, samen met de eigenschappen die we eraan geven, wordt zo een concept. En wij kunnen niet zonder concepten denken. Dat worden dingen zonder eigenschappen, het ding an sich van Kant. Dat kunnen we niet kennen.

Een leuke hersenoefening: stel je een skippybal voor. Haal de de vorm, de kleur en de eigenschappen van het materiaal weg. Zo kom je dicht bij het ding an sich, maar dan is het geen skippybal meer.(3) Het lijkt nutteloos om je hiermee bezig te houden, maar Kant gebruikte het ding an sich om te illustreren hoe het menselijke kenapparaat werkt. Wij moeten alles in categorieën zoals tijd en ruimte plaatsen (Kant geeft er 12). De werkelijkheid is niet kenbaar, de wereld is alleen kenbaar zoals die verschijnt in ons bewustzijn (met categorieën en al). Volgens Kant is het dan ook zo dat niet de werkelijkheid bepaalt wat het resultaat is van onze waarneming, maar onze waarneming bepaalt de werkelijkheid.

Terug naar het boek uit mijn inleiding. Dat wij in concepten denken, dat snap ik, maar dan worden er in zo’n rap tempo zo veel termen op mijn persoontje afgevuurd, dat ik niet eens de rode draad van het argument meer op kan pikken. Ondertussen lees ik echter wel: “Once we take that into account, it becomes even clearer that…”(4) en: “No doubt there is no serious prospect that we might need to reshape the concepts at the outermost edges of the system.”(5) Terwijl ik die laatste zin lees, begint in mijn hoofd Don’t Speak van No Doubt te spelen. Ik kan maar beter stoppen voor vandaag…

The critical reader
Waar filosofen ook van houden, is om een theorie te beginnen en dan, wanneer die uitgelegd is, te komen met ‘The critical reader might have noticed that…”, waarna er een tegenargument komt dat direct weerlegd wordt. Het voelt altijd als een directe aanval op mijn intelligentie. Ik was blijkbaar niet oplettend genoeg, of slim genoeg, om het punt te zien. Het was net als met The Sixth Sense, toen mijn moeder steeds vroeg: “Snap je hem al? En nu?”, waarna het einde voor mij als een complete verrassing kwam. Ook hier was ik blijkbaar niet oplettend genoeg…

Lekker vragen
Toch heb ik een besluit genomen, iets wat ik iedereen kan aanraden. Ga vragen. Vragen, vragen en nog eens vragen. Dat is zo belangrijk! Vragen tot ze je zat zijn en dan nog eens vragen waaróm ze je zat zijn! Want uiteindelijk is het de bedoeling dat jíj er wat van snapt, wat je ook doet. Iemand die je echt wat wil leren, zal altijd dat geduld op kunnen brengen. En laat je niet afschrikken door mensen die iets ob-vi-ous vinden. Zodra je doorvraagt, zal je zien dat die zich achter het woord verschuilen, en dat is de ergste vorm van onwetendheid die er bestaat.


(1) Mcdowell, Mind and world, 3.

(2) Uit de readers voor het vak logica voor filosofen. Auteurs: Hendrik Jan Veenstra, Vincent van Oostrom, Albert Visser en Jesse Mulder.

De ∃ is een existentiële kwantor en staat voor ‘er is een’, de ∀ is een universele kwantor en staat voor ‘voor alle’. Het voorbeeld moet gelezen worden als: er is een X waarvoor geldt: X is een kapper (Kx) en voor alle Y geldt: X scheert Y (Sxy) dan en slechts dan als (↔) Y zichzelf niet scheert (¬Syy). De ¬ is een negatie en staat voor ‘niet’. In mooi Nederlands wordt dat dan: “Er is een kapper die precies die personen scheert welke zichzelf niet scheren.”

(3) Dit is niet helemaal goed, want ik gebruik hier secundaire eigenschappen zoals kleuren, terwijl Kant het over veel fundamentelere categorieën heeft. Het voorbeeld illustreert echter mooi wat men zich voor moet stellen bij een ding an sich; er is niets meer van de skippybal over. Sterker nog, wij kunnen zo helemaal niet denken. De skippybal verdwijnt als het ware.

(4) McDowell, Mind and World, 12.

(5) McDowell, Mind and World, 13.

 

Beeld: Flickr.com/alexbrn en Flickr.com/@boetter.

Facebook Twitter Email Pinterest Tumblr Stumbleupon Linkedin

Mitchel

Mitchel

Mitchel van der Geest (1989) studeert taal- en cultuurstudies en heeft zich aangemeld voor de researchmaster philosophy aan de Universiteit Utrecht. Naast zijn liefde voor slapen en een videospel op zijn tijd, is muziek belangrijk voor hem. Verwoede pogingen tot gitaarspelen daargelaten, zorgen bepaalde nummers voor gedachtensprongen over dagelijkse dingen in een filosofisch sausje. Voor Nadelunch.com schrijft hij stukken over hoe filosofie in het dagelijks leven terugkomt en hoe dat helemaal niet zo stoffig is als mensen denken. Van Ghandi tot Kant en van mooi weer tot een boterham met kaas, alles is filosofie.


Tags: , , , , , , , ,



Gerelateerde artikelen


2 Reacties to " Vanzelfsprekend? I think not! "

  1. Marjolein zegt:

    Leuk stuk! Vreselijk irritant ja, dat soort boeken. Van twee van de vier auteurs van de logica-readers heb ik ook nog les gehad in een ver verleden :)

  2. [...] Kant staat bekend om zijn nadruk op de ratio, schreef ik eerder al. Volgens Kant is er enerzijds een zintuiglijke wereld, de wereld zoals we die kennen en [...]

Laat een reactie achter

Copyright © 2012 Nadelunch.com. Alle rechten voorbehouden.
Ontworpen door Theme Junkie. Mede mogelijk gemaakt door WordPress.