• Home »
  • Brein »
  • Wat is een wetenschappelijke promotie? Antwoord aan de hand van 24 termen

Wat is een wetenschappelijke promotie? Antwoord aan de hand van 24 termen

Een wetenschappelijke promotie? Wat is dat eigenlijk? Misschien ken je iemand die promoveert (een aantal Nadelunch-auteurs bijvoorbeeld) of heb je zelf aspiraties, maar weet je nog niet precies wat het inhoudt. Bij dezen een uitleg aan de hand van 24 termen*.

Promotieproject:
Een groot onderzoek van een x-aantal jaar. De standaard is vier jaar, maar er zijn ook langere en kortere onderzoeken, afhankelijk van het beschikbare budget en (daarmee samenhangend) het aantal fte van de aanstelling.

Promovendus, promovenda, promovendi:
Respectievelijk iemand die een promotieproject doet, de vrouwelijke vorm van de promovendus en de meervoudsvorm van de promovendus.

Junior onderzoeker, assistent-in-opleiding (aio):
Andere benamingen voor hetzelfde beestje.

PhD student, PhD candidate:
Engelstalige benamingen voor datzelfde beestje. Opvallend: in andere landen wordt de promovendus gezien als een student, terwijl hij in Nederland en Vlaanderen als werknemer wordt gezien. PhD staat voor Doctor of Philosophy, hoewel het tegenwoordig niets meer met filosofie te maken heeft.

Buitenpromovendus:
Een promovendus die zijn promotieproject niet uitvoert als werknemer aan de universiteit, maar als werknemer van een niet-universitaire onderzoeksinstelling, vaak niet fulltime en naast een andere baan.

dr., doctor:
De titel die een promovendus krijgt na het afronden van zijn promotieproject en het succesvol verdedigen van zijn proefschrift. Niet te verwarren met dokter (arts) en ook niet met drs. of doctorandus (master).

Promotor, co-promotor:
Een promotor is een hoogleraar die de promovendus en zijn proefschrift begeleidt. Hoogleraren hebben het recht promovendi tot doctor te promoveren. Een co-promotor is een tweede (of derde) begeleider, die niet hoogleraar is en niet beschikt over het recht om iemand tot doctor te promoveren. De band tussen de promovendus en de (co-)promotors is vaak hecht: de (co-)promotor wordt wel gezien als de wetenschappelijke vader of moeder van de promovendus.

Proefschrift, thesis, dissertatie:
Boek(je), het resultaat van het promotieonderzoek. Kan gezien worden als een hele lange scriptie, met de aanleiding voor het onderzoek, een inleiding tot het onderwerp, een beschrijving van de onderzoeksmethoden, de resultaten, een uitgebreide discussie en een niet al te korte conclusie. Verder nog een samenvatting, een lijst van publicaties, het curriculum vitae van de promovendus en – favoriet van vele lezers – een dankwoord.

De taal en de vorm van het proefschrift varieert per vakgebied. De meeste proefschriften worden in het Engels geschreven, hoewel sommige Nederlandstalig zijn – vaak als de Nederlandse taal het onderwerp van studie is. In sommige vakgebieden is het gebruikelijk een origineel boekwerk te schrijven, naast de verplichte wetenschappelijke publicaties (artikelen over deelonderzoeken) die vereist zijn om te promoveren. In andere vakgebieden is het proefschrift een bundeling van de verschenen wetenschappelijke publicaties.

Manuscriptcommissie:
Een commissie van drie vakgenoten die het proefschrift – en dus ook de bekwaamheid van de promovendus – beoordeelt. Na goedkeuring kan het proefschrift gedrukt worden. Om de graad van doctor te bekomen moet de promovendus vervolgens zijn proefschrift tijdens een promotieplechtigheid verdedigen.

Promotieplechtigheid, verdediging:
De ceremonie waarin de promovendus zijn proefschrift in het openbaar verdedigt tegenover vakgenoten en uiteindelijk tot doctor wordt benoemd. De plechtigheid staat bol van de tradities en regels, die per universiteit verschillen. Soms, zoals aan de Radboud Universiteit Nijmegen, wordt er begonnen met een gebed. Meestal houdt de promovendus eerst een lekenpraatje, waarna de officiële verdediging begint. De tijdsduur van de officiële verdediging – 45 minuten of een uur – wordt strikt nageleefd. De pedel (degene die aan de universiteit de academische plechtigheden regelt) beëindigt de verdediging door met de universiteitsstaf op de grond te stampen en “Hora est!” (“Het is tijd!”) te roepen.

Na de verdediging trekt de promotiecommissie zich terug (officieel om te beslissen of de promovendus gepromoveerd wordt). Na het terugkeren wordt de promovendus gepromoveerd tot doctor en vanaf dan ook met doctor aangesproken. Hierna volgt de laudatio en soms nog een afsluitend gebed.

Lekenpraatje:
Een presentatie van tien of vijftien minuten aan het begin van de verdediging, gericht aan het publiek (familie, vrienden en collega’s), waarin de promovendus in lekentaal uitlegt wat hij al die jaren heeft gedaan en waarom hij hen minder vaak kon zien dan hij graag gewild had (omdat hij dus aan dat boekje moest werken).

Promotiecommissie, opponenten:
Een aantal wetenschappers uit hetzelfde onderzoeksgebied als de promovendus, in toga of representatieve kleding, die om de beurt vragen stellen aan de promovendus. De leden van de manuscriptcommissie kunnen ook in de promotiecommissie zitten. De vragen gaan over het proefschrift, het proces dat tot het proefschrift heeft geleid en de implicaties van het proefschrift voor het vakgebied en/of de maatschappij. Afhankelijk van de taal van de promotieplechtigheid worden de leden van de promotiecommissie aangesproken met ‘Hooggeleerde opponens’ (of ‘zeergeleerde’, of ‘geleerde’, afhankelijk van de status) of ‘Honoured Sir/Madam’.

Baret

Paranimfen:
Twee begeleiders van de promovendus tijdens de promotieplechtigheid en het daar aan voorafgaande proces (verspreiding van het proefschrift, organiseren van de receptie, het diner en het promotiefeest). Te vergelijken met de getuigen of ceremoniemeesters bij een huwelijk. Oorspronkelijk konden paranimfen ook inhoudelijk helpen bij een verdediging, door bijvoorbeeld een vraag te beantwoorden of helemaal in te vallen voor de promovendus, maar tegenwoordig heeft de paranimf alleen een ceremoniële rol.

Laudatio:
Lofrede over de kersverse doctor, uitgesproken door de (co-)promotor. Vaak wordt aan de hand van anekdotes verteld over zijn jaren als promovendus. Altijd positief en heerlijk luchtig na een zenuwslopende ceremonie.

Maar waarom?
Nu je weet wat een wetenschappelijke promotie inhoudt, vraag je je misschien af waarom iemand zou willen promoveren. Daarom binnenkort op Nadelunch: promovendi over wat hen drijft.

*Dit is een beschrijving van de Nederlandse promotie. In Vlaanderen worden andere termen en tradities gebruikt, daar doctoreert de doctorandus, bijvoorbeeld.

Beeld: stock.xchng/lusi, stock.xchng/shho en stock.xchng/justasss.

Share

Merel

Merel (1986) is psycholinguïste. Als promovenda onderzoekt ze de beginnende geletterdheid van kleuters en doceert ze academische vaardigheden aan eerste- en tweedejaarsstudenten. Hiervoor studeerde ze Nederlandse Taal en Cultuur en Theater-, Film- en Literatuurwetenschappen in Antwerpen en Cognitieve Neurowetenschappen in Nijmegen. Ze bedrijft wetenschap op pumps, schrijft over taalpathologie en kindertaal, loopt ‘hard’, naait rokken en reist regelmatig met de trein. Hierdoor komt ze vaak taal in het wild tegen, waar ze vervolgens uitgebreid over mijmert: voer voor haar wekelijkse Nadelunch-column. Ook schrijft ze voor Nadelunch over wetenschap en promoveren. Najaar 2013 is Merel visiting scholar aan Yale University.