Wie denkt dat literatuur(wetenschap) puur en alleen voor bètanitwits is, moet zich voor de grap eens vertrouwd maken met de theorieën van de Russische structuralist Vladimir Propp. Hij wist doodordinaire sprookjes om te zetten in ingewikkelde wiskundige formules.
Hoe hij dat deed? Simpel: hij brak de sprookjes in stukjes. Met de losse sprookjeselementen kon hij de verhalen in kwestie ontleden en er een volgorde in ontwaren die hij aanwees als kenmerkend voor het volksverhaal. Hij kwam erachter dat dergelijke verhalen een reeks van 31 functies doorlopen nadat de beginsituatie is geschetst – ze volgen, met andere woorden, allemaal eenzelfde stramien. Zo luiden de laatste tien functies van elk verhaal:
21. De held wordt achtervolgd.
22. De held wordt van de achtervolging gered.
23. De held wordt niet herkend.
24. Een onechte held maakt onrechtmatig aanspraak op iets.
25. De held krijgt een moeilijke opdracht.
26. De opdracht wordt vervuld.
27. De held wordt herkend.
28. De onechte held of tegenstander wordt ontmaskerd.
29. De held krijgt een nieuw uiterlijk.
30. De tegenstander wordt gestraft.
31. De held trouwt en bestijgt de troon.(1)
Voor Propp waren 31 functies echter niet genoeg. Ook de personages wist hij te herleiden tot acht karaktertypen, waaronder de slechterik, de helper, de prinses (of de prijs), haar vader en de held (of het slachtoffer).(2) Uiteindelijk verwerkte hij alle verhaalelementen met behulp van letters en symbolen tot een wiskundige formule. Op die manier kon hij een simpel sprookje weergeven als:
![]()
Deze symbolen vertellen het volgende verhaal: “Een koning (vader van) drie dochters” — “de dochters gaan wandelen” — “blijven laat in de tuin” — “een draak ontvoert ze” — “ze roepen om hulp” — “zoektocht van drie helden” — “gevechten met de draak” — “overwinning” — “redding van de meisjes” — “terugkomst” — “beloning”.(3)
Kortom: het is zo simpel nog niet, literatuurwetenschap. Een sprookje voorlezen voor het slapengaan wordt op deze manier alleen wel heel lastig…
Beeld: Google Books.
___________________
(1) http://changingminds.org/disciplines/storytelling/plots/propp/propp.htm.
(2) Andere karaktertypen zijn: de persoon die de held uitzendt om een opdracht te vervullen, de persoon die de held een (magisch) object geeft waarmee hij de opdracht kan vervullen en de onechte held.
(3) Propp, Vladimir. Theory and History of Folklore. Manchester: Manchester University Press, 1984. p. 172.
Leonie
Leonie Hardeman (1990) heeft haar bachelor taal- en cultuurstudies afgerond met een specialisatie in literatuurwetenschap. Ze wil in 2013 beginnen aan een master in Amsterdam en verzorgt tot die tijd de boekverkoop en publiciteit bij een uitgeverij van cultuurhistorische publicaties. Lezen is haar liefste bezigheid. Daarnaast is ze geïnteresseerd in literaire socialisatie en de intermedialiteit van literatuur — ze vindt het heerlijk de verfilmingen van haar lievelingstitels te bekijken. Voor Nadelunch.com schrijft ze stukken voor de categorie 'Boek' in de hoop meer mensen te kunnen laten genieten van dat wat haar literaire hart sneller doet kloppen.


wat grappig dit :)
Oh, Propp! Ik schreef een essay over een moderne versie van Roodkapje, en heb u-ren “sommetjes” zitten maken om te kijken of moderne sprookjes toch nog een beetje de klassieke, oude volgorde aanhouden. Etc. Propp heb ik daarbij flink vervloekt (ik had nog ergens een – voornamelijk van toepassing op Scandinavische sprookjes – theorie vandaan gehaald, en dat klopte de hele tijd, maar Propp altijd nét niet), maar oh, nu mis ik ‘m toch wel een beetje.
Wel een heel leuk onderwerp voor een essay! Wat kwam er uiteindelijk uit?
Dat het inhoudelijk gezien toch duidelijk afwijkt – lang niet alle punten worden van Propp’s model komen terug, en er is vooral gebrek aan “lastige dingen” zoals uitdagingen en gevechten.
Wat betreft schrijfstijl zie je toch duidelijk dat het een sprookje is (of in elk geval: zou moeten zijn) – denk aan dingen als “Er was eens…” en het getal 3.
Als persoonlijke conclusie schreef ik dat ik ze wel vond lijken – voornamelijk omdat mijzelf de inhoudelijke regels eigenlijk nooit opgevallen zijn, en de stijldingen – die er dus nog steeds zijn – juist wel. :)