Backpacken in Thailand – Beestjes

Een takje, denk ik, een doodnormaal, onschuldig, Thais takje. Ik schud. Er valt geen takje uit mijn haar. Niets aan de hand, Thaise takjes klemmen zich blijkbaar vast. Ik schud nog een keer. Nog steeds geen takje.

We nemen de trein naar Lop Buri. Daar hadden we iets leuks over gezien op Discovery. Iets met heel veel apen. Maar het is ’s nachts, het stadje slaapt en de apen blijkbaar ook. We lopen naar ons hostel. Correctie: Marc en Seth lopen naar het hostel. Ik spring, loop op mijn tenen en ren. De kakkerlakken slapen namelijk niet. Het hostel wordt gerund door een familie met een jongetje van Seth z’n leeftijd en Seth stort zich bij aankomst op de stukken treinbaan, halve speelgoedvliegtuigen en kapotte autootjes die door het hostel verspreid liggen.

Basic is een understatement
We betalen voor een driepersoonskamer zeven euro en daar krijg je dan gratis een slapeloze nacht bij; basic is een understatement. Ik negeer de kamer in kwestie, want er zit iets in mijn haar dat er niet uit wil. Een takje, denk ik, een doodnormaal, onschuldig, Thais takje. Ik schud. Er valt geen takje uit mijn haar. Niets aan de hand, Thaise takjes klemmen zich blijkbaar vast. Ik schud nog een keer. Nog steeds geen takje. De kamer heeft geen spiegel en er is ook niet heel veel licht. Misschien is het takje allang uit mijn haar gevallen en heb ik het gemist.

Kakkerlak

Ik kijk naar de grond. Dat stelt me niet gerust: er ligt van alles en sommige objecten lijken te bewegen. Goed, een staart. Ik pak mijn haar bij elkaar en loop halverwege vast op iets hards van zo’n acht bij twee centimeter. Ik piek, en uiteindelijk valt het dan uit mijn haar. Op mijn been. Het is bruin, heeft voelsprieten, zes poten en blijkt te kunnen vliegen. Seth breidt zijn Thaise woordenschat uit met een scala aan Nederlandse scheldwoorden. We slapen niet heel goed, die nacht. Seth niet omdat het matras aanvoelt als een betonnen vloertje, Marc niet omdat de geluiden van buiten door het golfplaten dak niet gedimd, maar versterkt lijken te worden en ik niet omdat ik het overal voel kriebelen. Shocktherapie werkt duidelijk niet effectief.

Beestjes
We slapen nog maar net wanneer we bruut gewekt worden door een immens kabaal op het dak. Apen! Nog in de veronderstelling dat die vast niet in me zullen klimmen, spring ik er mijn bed voor uit. Tijd voor ontbijt. Mijn karma moet in Lop Buri een dieptepunt bereikt hebben: na zeker tien happen yoghurt met muesli is mijn schaaltje zo leeg dat ik de muesli ook daadwerkelijk zie. Dat wil zeggen: ik zie wat muesli tussen tientallen krioelende minimiertjes liggen. Bij nader inzien voelde ik het ook kriebelen in mijn mond, maar na het kakkerlakincident kriebelt alles. Nu kan je denken: daar zijn hele volksstammen op groot geworden, stel je niet aan. Ik denk dat niet. Als vegetariër sinds mijn negende ben ik me er pijnlijk bewust van dat ik de afgelopen vijf minuten waarschijnlijk meer dieren heb gegeten dan in de rest van mijn leven. Degene die bij de reacties iets achter wil laten over het eten van spinnen in je slaap: dat is een fabeltje, for sure.



Inmiddels ben ik in de veronderstelling dat Lop Buri gedomineerd wordt door insecten. Dat is niet het geval: de echte bazen in dit stadje zijn de apen. We zien er honderden. Op de weg, bovenop de huizen, in de bomen, op de hoogspanningskabels… En naast Seth. Voordat ik met mijn ogen kan knipperen, rent er een vrouw op hem af die met twee stokken en luid geschreeuw de apen wegjaagt. “Finish”, zegt ze tegen Seth en z’n ijsje. En wijzend op mijn oorbellen en zonnebril: “In your bag.” Aapveilig lopen we door naar een prachtige ruïne, die bewoond wordt door meer apen dan ik ooit bij elkaar gezien heb. Koop je een ticket, dan krijg je er meteen een jongetje van een jaar of acht bij, die de apen van je afslaat. Dat is nodig, want Seth is verre van bang. Zielsgelukkig rent hij, de grommende moeders negerend, naar de babyaapjes toe: “Van Seth! Seth hebben! Aapje voor Seth!” Prachtig vindt hij het dan ook als er even later een aapje in mijn jurk klimt. (Ik trok dit, al zeg ik het zelf, vrij goed. Hallo, ik had een kakkerlak in mijn haar gehad, vanaf nu was ik nergens meer bang voor.)

Zo wit!
Wij willen – ondanks de beestenoverlast – geen afscheid nemen van het gemoedelijke stadje, Seth niet van het speelgoed in het hostel. Ter compensatie loop ik een speelgoedwinkel in waar twee vrouwen zodra ze me in het vizier hebben druk beginnen te praten en te wijzen. Ik kijk ze vragend aan. “Normally, so white, so big!” Ze doet haar handen zo ver mogelijk uit elkaar. “You, you not so big. But so white! Very good. Very good.” Wanneer ik later in een supermarkt douchegel wil kopen en er geen douchegel, bodylotion, crème of zeep te koop is waarbij de verpakking niet “A white skin in two weeks!” schreeuwt, begrijp ik pas dat dit echt als een compliment bedoeld was. Dat gaat leuk worden, want Seth geeft nog net geen licht….

 

Beeld: stock.xchng/yenhoon en Hanna.

Share

Hanna

Hanna (1988) zei verjaardagsfeestjes af om haar boek uit te lezen. Ze studeerde taal en communicatie in Amsterdam, volgde vakken over (jeugd)literatuur en werkte daarnaast bij verschillende uitgeverijen. Toen ze na het kopen van haar zesde boekenkast nog steeds niet al haar boeken kwijt kon, besloot ze iets verder te kijken dan de volgende bladzijde. Ze volgde een minor Islam, zag wat meer van de wereld, kreeg een baby en werkt momenteel als webredacteur en journalist voor een medisch vakblad. Voor Nadelunch zal ze gaan schrijven voor de categorieën ’Beeld’, ‘Wetenschap’ en – vooruit – ‘Boek’.