Bij ons in de PRC – Dag huis

Ik ben gek geworden, denk ik, als ik de voordeur achter mij dichttrek. Ik rol mijn koffer naar de auto waarin mijn moeder op mij wacht en slaak een zucht. Ik stap vanavond in het vliegtuig. Naar China. En ik kom voorlopig niet terug.

November 2010. Ik ga in februari 2011 voor 4,5 maand op uitwisseling, weet ik net definitief. En het concept ‘op uitwisseling gaan’, dat was iets wat ik tot nu toe alleen via anderen op waarbenjij.nu was tegengekomen. Verhalen over feestjes, tentamens die ondanks dat toch gehaald moeten worden, trips naar de rimboe en het maken van tientallen internationale vrienden spatten van mijn scherm af. Nu ga ik zelf. Naar de People’s Republic of China en dan de stad Nanjing, om precies te zijn. Als ik vertel waar ik heen ga, snapt niemand dat. Wat moet iemand die Nederlands studeert daar? Waarom China en niet iets hippers als Australië, waar ze je in ieder geval verstaan? Mede hierom vinden veel mensen het stoer dat ik ga, maar ze kunnen zich er weinig bij voorstellen. Dat geeft niet. Dat kan ik ook niet. Misschien daarom al is het ‘t waard om mee te maken. Wat ik weet, is dat ik er Chinees zal leren en in navolging van mijn scriptie onderzoek zal proberen te doen. En dat is prima – hoe mijn tijd er verder wordt ingevuld, laat ik een verrassing zijn.

Op uitwisseling gaan vergt natuurlijk de nodige voorbereidingen. Tussen het schrijven van mijn scriptie (en het daarvoor koffiezetten) door vul ik aanmeldingsformulieren voor de universiteit van Nanjing en een verblijfsplek in, haal ik mijn inentingen, boek ik een ticket en sta ik te blauwbekken in de rij voor de ambassade voor een visum (twee keer). Zo nu en dan verruil ik het schrijven aan mijn scriptie voor een glas wijn in de plaatselijke kroeg, waar iedereen graag wil weten hoe het met de voorbereidingen staat. Het komt steeds dichterbij.

Kaart

Zaterdag 18 februari 2011. Overal in huis liggen spullen. Op tafel liggen mijn vaccinatieboekje en mijn paspoort naast een verfrommelde literatuurlijst, die ik de dag ervoor uit een vastgelopen printer heb moeten trekken. Hier en daar hangt de laatste was te drogen. Over mijn aanrecht wil ik niet eens beginnen. Ik heb ruim twaalf uur geslapen als ik het tafereel aanschouw en ik sta erbij alsof ik in mijn eigen huiskamer gedropt ben. Gisteren heb ik de eerste versie van mijn scriptie ingeleverd. Ik heb het niet gevierd – ik ben bijna met mijn jas nog aan in slaap gevallen op de bank. Koffie, denk ik, eerst koffie. Dan opruimen, en snel ook. “Want morgen vertrek je,” zeg ik hardop. Ik glimlach. Wat gaaf.

Zondag 19 februari 2011. Bijna nergens in huis liggen nog spullen. Mijn telefoon piept en trilt en mijn mailbox ontvangt de laatste mailtjes. Van “veel plezier” tot “schijt je niet ontzettend in je broek?” krijg ik binnen. Vriendinnen bellen, vrienden sms’en, een enkeling twittert snel nog iets. Op mijn tafel ligt een boek over streektalen (klik – vijf sterren!) waar ik tijdens het schrijven van mijn scriptie (over streektalen) nog net niet aan vastgegroeid ben. Het is het laatste wat ik in mijn handbagage stop – straks geef ik het op het vliegveld af aan degene van wie ik het geleend heb. Ik pak mijn spullen en werp een laatste blik op de ruimte waarin ik sta. Mijn vertrouwde huiskamer. Wat laat ik eigenlijk achter? Waar ga ik aan beginnen? Ik ben gek geworden, denk ik, als ik de voordeur achter mij dichttrek.

Zondag 19 februari 2011, 19:30. Rond negen uur vertrekt mijn vliegtuig en ik ben zojuist vrolijk uitgezwaaid. Met paspoort en ticket in de hand straal ik – toch wel – de douane door. Ik ga écht naar China. Straks zit ik in het vliegtuig en kan ik niet meer terug. Dan stijgen we op, kijk ik een film, val ik in slaap en land ik als iedereen in Nederland net op zijn werk zit. Laat het avontuur beginnen! Het enige wat ik nog moet doen, is Chinees geld, yuans, halen. Ik zet mijn ietwat zware tas voor de ABN AMRO-automaat op de grond om mijn portemonnee eruit te halen en rits mijn tas open.

Het boek over streektalen zit er nog in.

Beeld: Flickr.com; 1.

Share

Fleur

Fleur (1986) volgde de opleiding Nederlandse taal en cultuur en studeerde af als taalkundige. Ze doet nu eigenlijk alles wat met taal te maken heeft: schrijven, redigeren, corrigeren en onderzoeken hoe mensen taal (willen) gebruiken. Tevens is ze hoofdredacteur van Nadelunch.com, waar ze wanneer dat kan voor 'Ook dat nog' schrijft, haar reislust loslaat op de rubriek 'Buiten' en columns verzorgt over taal.