Bij ons in de PRC – Leg daar maar neer

Als ik zo’n twee maanden in China zit, heb ik genoeg gezien om aan te kunnen geven wat daar normaal is. Of liever: wat daar normaal is, en in Nederland (absoluut) niet. Over fluimen, pyjama’s en mensenpoep.

Ggg… tff!
Ik merk het voor het eerst écht als ik buiten voor een supermarkt naar een broodje sta te staren dat ik net heb gekocht. Terwijl mijn uitwisselingsvrienden wat te drinken halen, wacht ik op straat. Een man passeert, maakt wat schraapgeluiden, kijkt me even aan en tuft zo een fluim op de weg. Vanaf dan zie en hoor ik het overal. Soms blijft het even bij het schrapen van de keel (tot een plek is bereikt waar de klodder kan worden gelanceerd), soms volgt de fluim meteen na het geschraap. Waarom? Daar gaan verschillende verhalen over rond. Sommigen zeggen dat het de manier is om binnengedrongen stof en viezigheid uit het lichaam te krijgen. Anderen beweren dat ze zo proberen te voorkomen dat kwade geesten zich in het lichaam nestelen. Hoe het ook zij: het is even wennen, als je net een kom noedels naar binnen zit te werken.

Ik eerst!
In Nederland hebben we er een hekel aan, maar in China is het de normaalste zaak van de wereld: voordringen. Jij staat in de rij nog een beetje te twijfelen of je dat pakje kauwgom ook nog zal kopen? Blijf dat lekker doen, dan reken ik mijn rijst eerst af. Hetzelfde zie je in het openbaar vervoer, maar dan nog een tikkie anders: er wordt in de spits standaard geduwd voor een plek in de metro en daar wordt geenszins van opgekeken. Gaat het dan om een zitplek? Niet eens. Gewoon mee kunnen rijden en niet hoeven wachten op de volgende is al fijn, dus daar wordt dan ook, als het moet met ellebogen, voor gestreden. Heel hard duwen is dus toegestaan. Heel hard terugduwen ook.

Metrodrukte
Met je billen boven de prullenbak
In de tweede week van mijn verblijf in China moet ik naar de stad om mijn laptop te laten repareren. Onderweg trekt degene die mij vergezelt mij net op tijd naar zich toe voor ik in een drol stap. “Dank je”, zeg ik nog, denkend dat het om een hondendrol gaat. “Ja, want dit is niet zomaar poep,” reageert mijn studiegenoot, “dit is… ontlasting van mensen. Kleine kinderen, welteverstaan, van wie de ouders geen geld hebben voor luiers. Kijk, ze hebben een opening in hun broek en als ze hun behoefte moeten doen, kan het door dat gat. Zie je, daar heb je het al.” Hij wijst naar een plantsoen waar op dat moment een peuter poept en de moeder er geduldig naast staat te wachten. Mijn studiegenoot vindt mijn open mond en verbaasde blik hilarisch. “Het gebeurt niet altijd op de grond, hoor,” lacht hij, “soms houden ze het kind ook netjes boven een prullenbak.”

Pyjamatijd
Op een dag maak ik een wandeling van de campus naar een park drie kilometer verderop om daar wat te lezen in het zonnetje. Onderweg is het een drukte van jewelste. Terwijl ik oversteek, zie ik aan de overkant van de straat allemaal mensen in hun pyjama rondlopen. Is het zondag? Nee. Is het bijna bedtijd? Nee. Misschien is het comfortabel, misschien hangt er op dat moment geen andere kleding in de kast, maar bovenal: niemand kijkt ervan op, behalve de expat en de uitwisselingsstudent die het voor het eerst zien. De overheid schijnt al een tijdje bezig te zijn met een beleid tegen het dragen van pyjama’s buiten omdat het niet heel cool is, maar vooralsnog trekt niet iedereen zich daar wat van aan.

Kattenoog
Sneeuwwitjes met kattenogen
Waar wij in Nederland bij één zonnestraal met onze rokjes en eeltrupsen op het terras vertoeven om bruin te worden, vormt in China (überhaupt Azië) juist een wit huidje hét ideaal. Dat is immers westers, net als grote ogen. Hoe ze ervoor zorgen dat ze die krijgen? (Zonnebrand)crème met whitener gebruiken en lenzen kopen die je kijkers zo groot maken als die van een Noorse boskat.

Of ik al die Chinese gewoontes niet vreselijk vind? Ik geef toe: in het begin is het wennen. Maar wie ben ik om, in een land waar ik te gast ben, de cultuur af te branden? Het is er ánders – net als dat onze regels en gewoontes dat zijn voor de Chinezen. En soms is dat moeilijk, maar bovenal is het, als je ervoor openstaat, verdomd indrukwekkend.

 

Beeld: Flickr.com/Robert S. Donovan en Flickr.com/cloudzilla.

Share

Fleur

Fleur (1986) volgde de opleiding Nederlandse taal en cultuur en studeerde af als taalkundige. Ze doet nu eigenlijk alles wat met taal te maken heeft: schrijven, redigeren, corrigeren en onderzoeken hoe mensen taal (willen) gebruiken. Tevens is ze hoofdredacteur van Nadelunch.com, waar ze wanneer dat kan voor 'Ook dat nog' schrijft, haar reislust loslaat op de rubriek 'Buiten' en columns verzorgt over taal.