Bij ons in de PRC – Mijn dag kan niet meer stuk

Huur betaald? Check. In het bezit van een collegepas? Yes. Chinees telefoonnummer? Present. Enig idee hoe ik van de campus naar de stad kan en terug? Min of meer. Alles lijkt op orde voor het semester van start gaat. Maar dan.

Het is de dag voordat mijn cursus Chinees begint en ik heb net mijn lunch achter mijn kiezen als ik even op internet wil. Ik heb namelijk ook zojuist mijn lesboeken Chinees opgehaald en de hoofdstuktitels zijn om over naar huis te mailen (hoofdstuk 1: Hoi!, hoofdstuk 2: Het is nu de achtste keer dat je te laat bent; hoofdstuk 3: Alcohol is goed spul). Of ze daar wel internet hebben? Ja. Je kunt niet op elke site, maar een verbinding is ’t belangrijkst. Denk ik droog. Ik plof neer op mijn bureaustoel, zet mijn laptop aan en blader hoofdschuddend door mijn lesboek heen. Na een minuut leg ik ’m gedachteloos opzij om in te loggen. “Eh”, zeg ik. Ik staar een beetje onnozel naar mijn laptop. “Waar is het inlogscherm?”, vraag ik aan het ding. Geen antwoord – zeer verbazend.

Na een paar keer tevergeefs opnieuw opstarten, loop ik naar de kamer van een andere uitwisselingsstudent. Ik klop aan. “Heb jij een oplossing voor laptops die maar half opstarten?” Hij kijkt me verward aan. “Mac?” “Ja,” antwoord ik, “weet jij wat te doen?” “Ik haat Apple.” “Oké.” Even blijft het stil. Een engelenkoor zingt “Aaaawkward!” in mijn hoofd en ik moet moeite doen niet in de lach te schieten. “Start hem even opnieuw op”, zegt mijn studiegenoot dan alsnog. “Al gedaan.” “Dan moeten we even naar de Apple Store.”

Esc-toets
Appeltje eitje?
In de Apple Store is het niet druk, maar de jongens die er werken, doen graag alsof. Je ziet ze denken, nee, hopen: niet. op. mij. aflopen. Ik spreek geen Engels, ik spreek geen Engels, ik spreek g… “Ni hao”, zeg ik, en ik zet mijn tas op de toonbank om mijn laptop eruit te halen. Ze kijken me met grote ogen aan. In ‘steekwoordenengels’ leg ik uit wat er aan de hand is: start niet meer op, oh oh, probleem. “Ahh”, klinkt het hoopvol, “I try.”

Anderhalf uur, een bubble tea en een hoop gefrustreerde blikken – ik noem een taalbarrière – verder, start mijn laptop na wat vooronderzoek en reparatie van de schijf weer normaal op. De Apple-medewerker drukt me op het hart regelmatig te bekijken welke bestanden ik niet meer nodig heb en mijn laptop op te ruimen. Ik kijk een beetje beteuterd naar mijn seizoenen True Blood. “You keep clean, yes?” Yes.

Welkom thuis
Na mijn Apple-avontuur stap ik opgelucht mijn kamer weer binnen. Ik zet mijn rugzak voorzichtig op de grond, druk de lichtschakelaar in en… niks. Ik doe het – tegen beter weten in – nog eens. Niks. Nu ik erover nadenk: het is ook best koud.

“Je units zijn op”, klinkt het na mijn “no light?” (met glimlach) bij de receptie. “You buy new.” Nadat ik 21 nieuwe units voor elektriciteit heb gekocht en heb laten activeren, doe ik een kwartiertje later opgelucht het licht aan. Eerst plassen, dan naar huis mailen.

Als ik heb doorgetrokken en bij de wastafel sta, voel ik plotseling mijn sok nat worden. Verbaasd kijk ik naar de vloer. Mijn toilet lekt.

Beeld: Flickr.com/Wiertz Sébastian.

Share

Fleur

Fleur (1986) volgde de opleiding Nederlandse taal en cultuur en studeerde af als taalkundige. Ze doet nu eigenlijk alles wat met taal te maken heeft: schrijven, redigeren, corrigeren en onderzoeken hoe mensen taal (willen) gebruiken. Tevens is ze hoofdredacteur van Nadelunch.com, waar ze wanneer dat kan voor 'Ook dat nog' schrijft, haar reislust loslaat op de rubriek 'Buiten' en columns verzorgt over taal.