• Home »
  • Blogs »
  • Het roer om: Anoek schrijft een boek – Achter de wolken schijnt de zon

Het roer om: Anoek schrijft een boek – Achter de wolken schijnt de zon

Elke dag denk ik aan mijn verhaal, of in dit geval, het ontbreken van mijn verhaal. Er drijven genoeg gedachtespinsels in mijn hoofd, met hier en daar een flard van iets potentieels, maar het is onmogelijk om erbij te komen.

Zodra ik een idee voor mijn verhaal vast probeer te houden, schiet het weg, als een schichtige vis in een aquarium die wegduikt zodra je op het glas tikt.

Roze olifant
Het verhaal dat ik gewist heb is natuurlijk niet helemaal weg. Wel op de computer, maar in mijn hoofd en in de losse fragmenten die ik hier en daar opschrijf, blijft het nog bestaan. Het was ook meer het verloop van het verhaal dat me niet meer aanstond, dan het idee van het verhaal an sich. Maar hoe dan wel?

Er niet aan denken, het idee even met rust laten, blijkt als de roze olifant in de kamer. Hoe harder je tegen jezelf zegt er niet aan te denken, hoe onmogelijker het wordt.

Het keren van het tij
Na een hele dag in Den Haag te hebben doorgebracht,  zit ik in de trein terug naar Amsterdam. Ik kijk door mijn spiegelbeeld heen het donker in, naar buiten. Het is stil, laat en mijn blik is gefixeerd op de lichtpuntjes van lantaarnpalen die voorbijschieten.

Dan voel ik iets, het begin van een proces, van een idee. Ik durf me nauwelijks te bewegen, bang dat ik het kwijtraak. Ik houd mijn adem in en laat het proces zijn werk doen. De trein rijdt verder en het idee manifesteert zich langzaam in mijn hoofd. Voor zover ik kan zien klopt het, lijkt het een oplossing voor alle eerdere vraagstukken die ik bij mijn verhaal had, is het nieuw en fris en boordevol potentie. Net nu heb ik natuurlijk geen opschrijfboekje bij me en de trein rijdt niet zo snel als ik zou willen. Ongeduldig trommel ik met mijn vingers op de treinstoel en probeer ik met mijn mentale wilskracht de trein harder te laten rijden.

Schrijven
Haastje-repje

Eindelijk stopt de trein met schurende remmen op mijn station en ik ren naar mijn fiets, mensen omzeilend alsof ik meedoe aan een slalomwedstrijd in de bergen van Zwitserland, vlieg naar huis en sprint de trappen op. Buiten adem en met mijn jas nog aan loop ik naar mijn laptop en neem hem mee naar de vensterbank, alwaar ik ga zitten. Ik open het raam zodat de koele lucht mijn gezicht streelt en klap dan mijn laptop open.

Ik heb me half uit mijn jas gewurmd, zodat ik nu met één mouw aan en één mouw uit achter mijn computer zit, maar dat maakt allemaal niets uit: mijn handen jeuken.

Ik open Word en zodra de cursor verschijnt, begin ik te typen. Ik typ de hele avond door, probeer alles op te schrijven wat ik voorbij zag komen, daarnet in de trein. Ik tuimel over woorden en zinnen heen, bang iets te vergeten, met het idee ‘mooi maken komt later wel’.

Als ik moe ben, mijn vingers verkrampt zijn en mijn geest leeg is, stop ik. Ik trek mijn jas helemaal uit, sla mijn document op en ga met een glimlach naar bed.

Dit zou hem weleens kunnen worden.

 

Beeld: Flickr.com/cogdogblog.

Share

Anoek

Anoek (1985) studeerde Spaanse taal en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam, maar hield dat na twee en een half jaar voor gezien. Via verschillende baantjes in het uitgeverswezen kwam zij uiteindelijk terecht bij uitgeverij Prometheus, waar ze op de verkoopafdeling werkte en later redacteur werd van een nieuw fonds, 'Prometheus Young Adult'. Na het lezen van talloze manuscripten, het zien verschijnen van het ene na het andere boek en het ontmoeten van auteurs van haar leeftijd of nog jonger, begon het bij Anoek te kriebelen. Afgelopen zomer heeft ze de stap gezet om te stoppen bij Prometheus en aan haar eigen roman te beginnen. Nu schrijft ze en daarnaast werkt ze bij een leuk café in Amsterdam om geld te verdienen voor de vaste lasten die nog altijd betaald moeten worden. Voor Nadelunch zal ze buitenlandse romans recenseren en houdt ze een blog bij over de avonturen van een beginnend schrijfster.