Leo on the road – Het zevende wereldwonder

Die dag niksen aan het zwembad waarin ik zo veel zin had, viel jammerlijk in het water: het was rotweer in Torrey en Capitol Reef en van een potje zonnebaden was echt geen sprake. Gelukkig was daar Bluff.

Bluff, dat was wat, zo stelden Tripadvisor en mijn reisgids, en dan vooral de Desert Rose Inn – het hotel waarin ik zou overnachten. Daar bleek geen woord van gelogen, want inderdaad was de Desert Rose Inn een soort hemel op aarde. Ik kreeg een cabin die naar warmte en naar hout rook en waar zo veel sfeer hing dat ik er direct verliefd op werd.

Ik vond het bijna jammer dat ik hier maar één nacht sliep

Verder viel er, op koffietent annex souvenirwinkel Comb Ridge Coffee na (heerlijke mangosorbet!), echter weinig te beleven in Bluff. De burrito die ik kreeg voorgeschoteld in het Twin Rocks Café was voorspelbaar en de rest van het dorp leek in een diepe slaap – alleen toeristen toonden zich buiten. Daarom heb ik de rest van mijn avond in Bluff maar zo doorgebracht als ik mijn vrije dag in Torrey wilde besteden: in bikini, en later in een luchtig zomerjurkje, al lezend op de veranda van mijn cabin, met uitzicht op de geleidelijk van kleur veranderende luchten boven me. Dat maakte van Bluff toch nog een soort paradijsje.

De zonsondergang van mijn leven
Na Bluff, bij wijze van een soort superschril contrast, stond het hoogtepunt van mijn vakantie op het programma: de Grand Canyon. Zeggen dat ik zin had in deze onderneming zou een understatement zijn. Via het op en top Amerikaanse Monument Valley belandde ik in toeristenoord Tusayan, vlak bij de South Rim, waar ik overnachtte in een gruwelijk gribushotel waar service en gastvrijheid duidelijk nog niet waren uitgevonden, maar dat als uitvalsbasis prima fungeerde. (Al denk ik dat alles prima zou fungeren als uitvalsbasis van de Grand Canyon, want, hallo: de Grand Canyon!)

De eerste avond wilde ik na mijn avondeten bij de Bright Angel Lodge in het park (prima eten, slechte bediening) alle goed aangeschreven uitzichtpunten bezoeken. Bij het eerste uitzichtpunt, Powell Point, bleef ik echter al steken: vanaf zes uur tot zonsondergang heb ik daar zittend in de zon genoten van de mensen, de geur, de lucht en natuurlijk vooral van het uitzicht. De zonsondergang zelf was spectaculair, de daarop volgende plotselinge duisternis minstens net zo, en toen ik ’s avonds in mijn bed lag, kon ik niet anders dan blijven glimlachen om het moois dat ik gezien had.

Op de South Rim, maar ook een beetje on top of the world

Zoals het een echte toerist betaamt
Maar dat glimlachen duurde niet lang, want om vijf uur ging de wekker: tijd voor de klapper van mijn vakantie. Al in mei had ik een dagvullende toer geboekt waarmee ik in een vliegtuigje over de Grand Canyon zou vliegen, Antelope Canyon zou bezoeken, vanaf Glen Canyon Dam een riviertocht over de Colorado zou maken en tot slot met een bus weer terug naar Tusayan zou rijden. Nu ging het eindelijk gebeuren.

Om 06:30 stapte ik in het vliegtuigje van piloten Mike en Scott, die me over de adembenemende kloof der kloven vlogen. Het was prachtig. Geen pen of camera kan het beschrijven*, dus dat ga ik ook maar niet proberen, maar ik kreeg een flinke brok in mijn keel van al het natuurschoon – dat zegt denk ik wel genoeg.

Uitzicht vanuit het vliegtuig

Zo mooi, zo kleurrijk (ik lijk Jamie Oliver wel met al mijn gebazel over kleur), zo ongelooflijk wijds, zo indrukwekkend, en zo groot! Zo groot! De voice-over vertelde tijdens de vlucht dat de Colorado, die onder ons meanderde, ongeveer 30 miljoen mensen van water voorziet en gemiddeld zo’n 91 meter breed is. Ik dacht toen: ja hoor, voice-over, maak dat de kat wijs – ik zie toch zelf ook wel dat ’ie maar een meter of 10 is. Een paar uur later voer ik echter op een boot over diezelfde Colorado en zag ik dat het misschien best eens waar zou kunnen zijn, dat van die 91 meter. Ik verviel in een gepaste stilte, voor de zoveelste keer totaal onder de indruk van Moeder Natuur. Net als in Antelope Canyon, trouwens, waar licht en rotsen het mooiste schouwspel dat ik ooit heb gezien tevoorschijn toverden. Ik hoef denk ik niet meer te zeggen dat de toer 100% waar voor mijn geld was.

De Grand Canyon. De fucking Grand Canyon. Het zevende wereldwonder. I was there.

Jeetje.
__________________

* John Wesley Powell, de man die de Canyon ooit in kaart heeft gebracht, zei eens: “The wonders of the Grand Canyon cannot be adequately represented in symbols of speech, nor by speech itself. The resources of the graphic art are taxed beyond their powers in attempting to portray its features. Language and illustration combined must fail.”

Share

Leonie

Leonie Hardeman (1990) heeft literatuurwetenschap gestudeerd en werkt bij een kleine uitgeverij. Ze is geïnteresseerd in leesbevordering en leest in haar vrije tijd het liefst jeugdboeken. Voor Nadelunch.com schrijft ze stukken voor de categorie 'Boek' in de hoop meer mensen te kunnen laten genieten van dat wat haar literaire hart sneller doet kloppen.