Leo on the road – Rillend door de woestijn

Mysterieus licht in King’s Canyon

Of Bryce, Zion en Grand Canyon National Park mooier dan Yosemite zullen zijn, dat weet ik nog niet, maar King’s Canyon National Park wint het in ieder geval niet. Niet dat het hier niet adembenemend mooi is, hoor. Want dat is het hier overal.

Toch was ik niet zo onder de indruk van de uitzichten die King’s Canyon me bood als dat ik dat was van de uitzichtpunten in Yosemite. Voelde ik me door de bergweggetjes daar niet zo euforisch als na Glacier Point. En was ik meer weg van de cobb salad die het plaatselijke restaurant op de menukaart had staan, dan van Zumwalt Meadow, dat toch een van de mooiste stukken van het park zou moeten zijn. Hoewel King’s Canyon door meerdere reisgidsen een rustigere (en daarom betere) versie van Yosemite wordt genoemd, zweer ik dus nog bij Yosemite.

Dat betekent overigens niet dat ik het niet naar mijn zin heb gehad in King’s Canyon. Integendeel. De rit ernaartoe was kort en gemakkelijk en mijn verblijf in de John Muir Lodge was perfect: ik had een grote kamer met een bank, een kleine eettafel, een groot bed en een hoop vloerruimte waarop ik al mijn troep kwijt kon. Ik gaf mezelf de tijd en de ruimte om eindelijk eens wat te lezen, genoot van het lekkere eten en het zoete fruit dat overal langs de weg werd verkocht en dronk ook nog eens mijn Eerste Echte Amerikaanse Milkshake. Die heerlijk was. En waarvan ik hoopte dat ze ’m ook in Vegas zouden hebben.

Stomende airco’s en puffende trucks
Want Vegas, daar ben ik vandaag (18 juli) heen gereden: Sin City. En hoe. Vanaf King’s Canyon was het zeven uur rijden, waarvan de laatste vier door de gortdroge Mojave Desert zouden zijn. Op zich zag ik het wel zitten. Richard zou me bijstaan, ik had genoeg water voor noodgevallen en de autoradio deed het prima: ik kon naar hartenlust meezingen met de gecensureerde Top 40 (ik voelde me telkens heel rebels als ik “So what we smoke weed” in plaats van “So what we don’t sleep” zong, en “One more fucking lovesong” in plaats van “One more stupid lovesong”).

Mooi in haar eenvoud: Mojave Desert

Maar ik had niet gerekend op de hitte. De ongelooflijke hitte. Een hitte die ervoor zorgde dat vrachtwagens in slakkengang en met hun alarmlichten aan over de snelweg reden om pech te voorkomen, die maakte dat ik mijn airco niet meer aan durfde te zetten, bang voor oververhitting van de motor (borden langs de weg waarschuwden daarvoor), en die zelfs hier en daar bermbrandjes veroorzaakte – brand! Echte brand! Gewoon, naast me! Af en toe stond er een wit, houten kruis langs de weg, als herinnering aan een verkeersongeval, en op de vluchtstrook lagen continu kapotgereden banden die – zo vermoed ik – de hitte niet meer aankonden en klapten. Ik geef eerlijk toe: het zweet op mijn voorhoofd werd niet alleen door de hitte veroorzaakt. Bij elke hobbel in de weg dacht ik dat een van mijn banden het had begeven en zat ik ondanks het weer te rillen op mijn stoel.

De oase die Vegas heet
Gelukkig verscheen na vier uur broeien in de Nissan ineens, uit het niets, mijn eindpunt: Las Vegas. En vond ik dankzij Richard in één keer mijn hotel, The Platinum. In mijn reispakket stond dat het hotel “heel luxe” was, en dat bleek niets te veel gezegd: mijn koffer werd door een piccolo uit mijn kofferbak gehaald en naar binnen gebracht, Nissie werd door een parkeerjongen naar de garage gereden en mijn kamer… mijn kamer. Zo luxe heb ik het nog nooit gehad. Er zit een keuken in met een grote, Amerikaanse koelkast en een bar, een badkamer met douche én bubbelbad (!), een kleine woonkamer met een bank, bureau en flatscreen, een aparte slaapkamer met een tweede televisie en een airco waar ik bij binnenkomst tien minuten voor heb gestaan en die me helemaal gelukkig maakte. Kortom: een cadeautje na deze lange dag op de weg.

Vanavond ga ik de Strip op en uiteraard een klein gokje wagen. En voordat ik naar bed ga, moet ik natuurlijk dat bubbelbad even uitproberen, zodat ik morgen weer fris en fruitig de auto in kan stappen, op naar Zion National Park. Ik vraag me alleen nog af waar ik nou morgenochtend mijn autosleutels moet hosselen…

Beeld: Leonie.

Share

Leonie

Leonie Hardeman (1990) heeft literatuurwetenschap gestudeerd en werkt bij een kleine uitgeverij. Ze is geïnteresseerd in leesbevordering en leest in haar vrije tijd het liefst jeugdboeken. Voor Nadelunch.com schrijft ze stukken voor de categorie 'Boek' in de hoop meer mensen te kunnen laten genieten van dat wat haar literaire hart sneller doet kloppen.