Met mijn autosleutels is het goedgekomen. Toen ik na het uitchecken naar buiten liep, vroeg de parkeerjongen me om mijn achternaam en twee minuten later was ik weer herenigd met Nissie. Samen met Richard reden we Vegas uit. Oh, Vegas. Wat een stad.
Zoals gezegd ging ik na aankomst in mijn hotel de befaamde Strip op. Ik verwachtte dat ik er weinig aan zou vinden, omdat ik het idee had dat Vegas alleen leuk is als je bezopen bent en in een groot gezelschap verkeert, maar niets bleek minder waar. Natuurlijk had ik me graag met vriendinnen opgetut, om daarna in een of ander fancy casino de hele nacht felgekleurde cocktails te drinken en de kramp in onze benen te dansen, maar ook zonder alcohol en dansjes in het vooruitzicht raakte ik in een feeststemming. Overal was wat te zien, te doen, te drinken en iedereen leek opgetogen. Ik waagde een gokje (won $1,50 op een input van $20,00), liep hier en daar een hotel binnen en ging zo nu en dan gewoon even zitten, om met een grote glimlach op mijn gezicht om me heen te kijken. Wat een stad. Wat een mensen. Wat een sfeer. Ik had niet gedacht dat ik dit zou zeggen, maar ik vond het oprecht fantastisch en heb me voorgenomen ooit weer terug te gaan om een weekend lang alleen maar te feesten.

Een deel van de Strip, met de replica van de Eiffeltoren als icoon van Little Paris
Een kwestie van kleur
Mijn volgende bestemming, Zion National Park, stond wat betreft geluid en amusement in schril contrast met Vegas, maar deed op één vlak niet onder voor Sin City: op dat van kleur. Toen het landschap langs highway 15 begon te veranderen en de boventonen rood en oranje werden in plaats van geel en bruin, maakte mijn hart een sprongetje, en eigenlijk vond ik de weg ernaartoe nog mooier dan het park zelf. Hoewel de voor het park zo typerende zandstenen kliffen er enorm en indrukwekkend zijn, gaven de uitzichten die highway 15 en 9 me verschaften me echt het gevoel dat ik nog nooit zoiets had gezien. De kleuren daar waren nog sprankelender dan in Zion. Benieuwd? Google Street View een stukje langs de route die ik reed en oordeel zelf. Al zijn de kleuren op Street View vaak lang niet zo mooi als in het echt.

Zion: zo rood was het er echt
Toch heb ik ook van Zion met volle teugen genoten. Het dorpje waar ik sliep, Springdale, was kneuterig en barstte van de souvenirwinkels (ik hou van souvenirwinkels), mijn lodge was perfect en het park zelf maakte dat ik nog meer respect kreeg voor Moeder Natuur. Zion is een echt trekkerspark, een lustoord voor fervente wandelaars en bergbeklimmers, en daar baalde ik wel van – het risico om van een berg te vallen en niet meer teruggevonden te worden is in je eentje toch water groter dan met zijn tweeën. Gelukkig was er ook een relatief gemakkelijke tocht, die als eindpunt een uitzicht over de kloof tussen de kliffen beloofde. Die expeditie ging me prima af en gaf me, samen met de autorit die ik door het park heb gemaakt, het idee dat ik, ondanks mijn korte bezoek en gebrek aan letterlijke verdieping, een goeie indruk van het park heb gekregen. Het wordt saai, maar ook Zion was oogverblindend. Al wint Yosemite’s Glacier Point nog steeds.
De tijd vliegt
En nu ben ik ineens al over de helft van mijn reis, heb ik er al ruim 1450 kilometer op zitten en staan er nog maar vijf bestemmingen op het programma – vier zelfs, als je de tweede keer Vegas niet meerekent, waar ik mijn laatste nacht nog een keer in The Platinum zal doorbrengen. Kortom: nog ruim een week om ultiem te genieten. En dat ga ik dan ook maar doen. Morgen (21 juli) rijd ik naar Bryce Canyon, waar ik twee nachten zal blijven, en daarna staat Capitol Reef op de planning, gevolgd door Natural Bridges, een rit door Monument Valley en natuurlijk de Grand Canyon, waar ik met een vliegtuigje overheen ga vliegen. Eens kijken hoeveel moois ik nog tot me kan nemen. Of Amerika me nog meer kan verbazen dan het al gedaan heeft.
Ik vermoed van wel.
Beeld: Leonie.
Leonie
Leonie Hardeman (1990) heeft haar bachelor taal- en cultuurstudies afgerond met een specialisatie in literatuurwetenschap. Ze wil in 2013 beginnen aan een master in Amsterdam en verzorgt tot die tijd de boekverkoop en publiciteit bij een uitgeverij van cultuurhistorische publicaties. Lezen is haar liefste bezigheid. Daarnaast is ze geïnteresseerd in literaire socialisatie en de intermedialiteit van literatuur — ze vindt het heerlijk de verfilmingen van haar lievelingstitels te bekijken. Voor Nadelunch.com schrijft ze stukken voor de categorie 'Boek' in de hoop meer mensen te kunnen laten genieten van dat wat haar literaire hart sneller doet kloppen.


verdorie Leo, wat ben ik trots op je. En dan ook nog eens met een vliegtuigje over Grand Canyon. Geweldig
Ik begin elke post jaloerser op je te worden! Ik vond Amerika eigenlijk nooit een interessante vakantiebestemming, maar jeetje.. door jouw posts wil ik daar nu wel echt graag naartoe.
Leonie, ik vind jou, je reis en deze serie wel ZO leuk! (En stiekem ben ik heeeeeel erg jaloers op je.)
Wat een verhalen weer! Ik zit echt met een big smile je verhalen te lezen, echt genieten! Niet alleen voor jou uiteraard, maar ook voor mij. Je geeft me toch echt een beetje het vakantiegevoel, ondanks dat ik hier achter me computertje in Nederland zit.
En mocht je iemand zoeken om mee los te gaan in Vegas, ik meld me hierbij graag aan :D
Met de Grand Canyon bewaar je het mooiste tot het laatst, als je echt je best doet om er wat van te zien ten minste! Dus niet alleen met de shuttle op en neer, maar hiken. :)
Ik vind alleen al de naam ” Springdale” al zo geweldig. Van die heerlijke toepasselijke namen in ‘t Amerikaans. Heel mooi trouwens hoe je cultuur en natuur weet mee te nemen in zo’n reis ;)!