Bert – Fantasy killers

Dit weekend hebben mijn echtgenote en ik een moeilijke en ondankbare mededeling moeten doen. “Sinterklaas bestaat niet, jongen. Wij doen dat.” De boodschap was iets meer ingekleed en genuanceerd. Maar hoe dan ook, dat maakte zijn gezicht niet minder triest en teleurgesteld.

Herkenning
Vage herinneringen kwamen plots weer boven. Zowel voor mijn echtgenote als voor mezelf. Ook voor ons was het lang geleden een ontnuchtering. En dat is waarschijnlijk zo voor heel wat kinderen. Fantasie moet plaats ruimen voor logica. Want, inderdaad, als je er over nadenkt: hoe kan een stokoude vent op zo’n korte tijd iedereen ‘bedienen’? En hoe komt een paard op een spekglad dak? En als het daar dan wonderbaarlijk is beland. Hoe kan de schimmel dan zijn evenwicht bewaren?  Zodra de puzzelstukjes in elkaar vallen, voel je jezelf stom. Voor mij is de ontnuchtering blijkbaar in mijn geheugen gegrift. Want als puber heb ik er een gedicht over geschreven.

Ik weet nog
dat ik op die dag
gespannen
lang te wroeten lag
enkel naar het dak kon staren
hoopte op glimp
van zwart vel en witte haren

Ik weet nog
dat ik minder sliep
en bloednerveus
de trap afliep
om de oogst te inspecteren
om me ziek te consumeren
terwijl ik om m’n ouders riep

Nu lach ik erom
krijg pakjes zomaar en van hen
wat nu gelabeld koopwaar is
waarbij ik fantasie wat mis
kinderen worden groot
ratio moet er zijn
want alle Sint gaat dood

Vertwijfeld gezicht
Hoewel onze zoon zei dat hij een vermoeden had en tevreden was nu zeker te zijn, vertelde zijn gezicht helemaal wat anders. Het leek wel alsof hij plots uit de kindertijd was getrapt. Het is alsof iemand die niet al te best kan zwemmen en een hekel heeft aan koud water, onverwacht in een zwembad wordt geduwd. Hij moest er even van bekomen. Het moest even doordringen, dat koude water.

Je kon zien dat hij liever aan de kant was blijven staan. Aan de kant waar kinderlijke dromen zijn toegestaan. Op enkele minuten tijd was hij in een andere levensfase beland. In een zwembad waar kleine kinderen niet zijn toegelaten. En je mee moet drijven op een serieuze stroming. Een stroming die in rechte lijn leidt naar volwassenheid. En de Sint kan niet zwemmen. Wist hij dat dan nog niet? Dom!

3094211911_21376762d5_zStilaan tijd
Het is net die ‘bespotting’ die we hem wilden besparen. Hij is nu 10 en, voor zover wij weten, een van de weinigen die het nog niet wisten. Die nog niet in de serieuze stroming was terechtgekomen. Natuurlijk wil je als ouder niet dat er met je kind gelachen zou worden. En je wil evenmin dat hij het van een klasgenoot te weten zou komen. Die zou de mededeling ongetwijfeld heel wat minder voorzichtig en ingekleed gebracht hebben. En dat is ook niet leuk.

Daarnaast speelde ook wel een zekere vorm van opportunisme een rol. Nu hij het weet, nu hij weet dat het speelgoed niet kosteloos vanuit Spanje wordt geleverd, kan ook wel eens gesproken worden over de prijs. Hij krijgt nog altijd iets – het zou anders niet eerlijk zijn, want zijn jongere zusje blijft nog wel even ‘Sint believer’-, maar hij ziet nu wel in dat december vaak een dure maand is. En dat zijn brief (die maakt hij nog opdat zijn zusje geen vragen zou stellen) geen collage moet zijn van het duurste speelgoed. Vroeger kwam het immers uit een bodemloze put, de zak van Sinterklaas.

Binnenkort nieuwe zwemlessen?
De ernstige boodschap moeten we dus nog eens brengen, voor zijn zus. Maar we hebben nu dus al eens kunnen oefenen. En we vermoeden dat onze dochter sneller zal meezwemmen en al zeker niet van de kant geduwd moet worden. Ze is iets nuchterder. Misschien in die mate dat zij zelf haar conclusies zal trekken. Dat zou het voor ons alleszins makkelijker maken. Want het is echt niet leuk om de Sint te moeten ontmaskeren.

Zwarte vegen dan maar?
Tot slot wou ik nog even iets zeggen over de heisa van tegenwoordig rond de helper van de Sint. In het gedicht heb ik het over ‘een glimp van zwart vel’. Toen was dat nog geen probleem, was er geen haan die er naar kraaide. Persoonlijk vind ik het fel overdreven. Er is denk ik niet een kind dat de allusie met racisme maakt. Voor de meeste kinderen is Zwarte Piet de evenwaardige helper van Sinterklaas en geen onderdanige knecht. Met helpen is niks mis.

In eigen land is er een compromis gemaakt: zijn rechterhand verschijnt met roetvegen op het gelaat. En dat is perfect uit te leggen aan een kind. Dat komt immers door de schoorsteen. Wat moet je zeggen als een gele, oranje of blauwe Piet op straat verschijnt? Er is een of ander giftig chemisch product verbrand? Mensen die het er echt moeilijk mee hebben, zijn jammer genoeg hun kindertijd vergeten, denk ik. De paashaas is toch je reinste seksisme. Hoe kan een haas eieren leggen? Vervang dat beest eens door het Paaskonijn! Waarom is de Sint trouwens blank en heeft hij geen getaande huidskleur? Want oorspronkelijk komt hij uit Myra (Turkije).

Beeld: Flickr / Mike

Share

Bert van de Velde

Bert ('78) heeft godsdienstwetenschappen gestudeerd in Antwerpen. Lesgeven was gepland, maar is moeilijk gebleken. Halverwege zijn studie heeft hij de diagnose m.s. gekregen. Momenteel rolt hij door het leven. Hij krijgt een invaliditeitsuitkering en veel liefde van zijn echtgenote. Hij heeft haar leren kennen via internet. Samen hebben ze twee kinderen. Een vrouw en kinderen had hij ooit opgegeven. Soms geeft hij lezingen over religie en aanverwanten. Schrijven is zijn uitlaatklep, mogelijk dankzij spraakherkenning. In zijn boekenkast staan twee boekjes van zijn hand, uitgegeven in eigen beheer. Een kinderboek volgt. Iedere week post een Vlaamse internetkrant een column van hem.