Bert – Zorgen voor zorg

De verleiding is verontrustend groot om te besparen op zorg. En het is ook verontrustend dat heel wat mensen er volmondig mee akkoord gaan. Het niet meer dan logisch en vanzelfsprekend vinden. Maar is het dat wel? Vroeg of laat heeft iedereen zorg nodig.

Humanitaire crisis
Wie deze woorden leest, denkt misschien spontaan aan landen uit de derde wereld. Maar vergis u niet. Het Rode Kruis spreekt over een humanitaire crisis in Britse ziekenhuizen. De ziekenhuizen zijn deze winter overbevolkt. Heel wat patiënten die fysiek in orde zijn, kunnen het ziekenhuis niet verlaten omdat ze thuis niet de juiste steun en zorg krijgen. Het gevolg is dat heel wat ziekenhuisbedden die nodig zijn voor nieuwe patiënten, bezet blijven. Er zijn al mensen overleden, wachtend in de gang van de spoeddienst. De oorzaak zijn de zware besparingen op de National Health Service (NHS). Er moet dringend meer geld gespendeerd worden aan gezondheidszorg en nazorg.

De schuldigen van de crisis? De huidige en vorige cregeringen, aldus het Rode Kruis. Die hebben immers zwaar bespaard op de National Health Service. De overheid moet dringend meer geld spenderen aan gezondheidszorg en nazorg, klinkt het.

Maar in feite maakt het helemaal niet uit wie of wat de schuldige is. Wat wel uitmaakt is dat het gebeurt. Dat ze het hebben laten gebeuren. Dat mensen, daarom niet eens ernstig ziek, sterven in bed. Het rijke westen? Vooral rijk aan kortzichtigheid en onverschilligheid.

En dan vraag ik me af: gaan we dezelfde kant op?

10563576634_0eb2b25bbf_zEigen ondervinding
Onlangs ben ik een tijdje opgenomen in het Nationaal MS centrum te Melsbroek om te revalideren. Om te observeren, te luisteren en te leren. Ik heb gezien en gehoord dat de verpleging almaar meer moet doen met minder personeel, minder middelen en tijd. Ze renden de hele tijd, van de ene kamer naar de andere. Geroepen door irritante belsignalen.

Naast hun verzorgende taak, zijn ze al te vaak bezig met papierwerk en administratie. Zo goed als elke handeling moet verantwoord worden en in een verslag gegoten. Ik was – denk ik – een makkelijke patiënt. Maar er zijn zeker mensen met minder geduld en weinig begrip.

Op de gang waar ik lag, waren twee tilliften, ook wel stalen verpleegsters genoemd, aanwezig. En die dingen komen vaak van pas. Twee van die liften voor meer dan 30 kamers, de meeste tweepersoonskamers. Dus wanneer iemand van het verplegend personeel de pech had dat de hulpmiddelen beide bezet waren, waren ze zelf stalen verpleegsters. Ik meen dat ik soms een rug kon horen kraken. En die rug moet soms zijn werk doen tot hij 67 is.

En dan vraag ik me af: waar in de Wetstraat is de voeling met de realiteit?

Persoonlijke noot
Het leven van een chronisch zieke is als een puzzel. Dag in dag uit proberen zo goed mogelijk de puzzelstukken te verzamelen en in elkaar te passen. Er zijn mensen die helpen bij het maken van die puzzel, gelukkig maar, want alleen lukt het niet altijd. Er zijn helaas ook mensen die puzzelstukken aanreiken die niet passen. En die mensen zijn er in de huidige ‘ieder- voor- zich’-maatschappij meer en meer.

Velen worden Oost-Indisch doof als je hulp vraagt. Zieke mensen of mensen met beperking zijn te vermijden, dan gaan de oogkleppen op. En wat de laatste jaren meer dan vroeger lijkt te gelden: deze groep van mensen is economisch oninteressant, zijn een last voor de maatschappij. Ik krijg een hoge invaliditeitsuitkering van de overheid. Wanneer ik dat vertel, zijn er mensen die, soms zelfs luidop, hun mening geven. “En wij maar werken en bijdragen!”

Een hoge uitkering voor hoge kosten. Want ziek zijn is behoorlijk duur . Om een vaag idee te geven: ik slik 16 pillen per dag. Die uitkering zou ik liever niet krijgen. Liever lesgeven en mijn diploma gebruiken. Liever zolen dan banden verslijten.

Tot slot
Om te hopen op hoop:
The darker the night, the brighter the stars.

Beeld: Flickr / United Workers

Share

Bert ('78) heeft godsdienstwetenschappen gestudeerd in Antwerpen. Lesgeven was gepland, maar is moeilijk gebleken. Halverwege zijn studie heeft hij de diagnose m.s. gekregen. Momenteel rolt hij door het leven. Hij krijgt een invaliditeitsuitkering en veel liefde van zijn echtgenote. Hij heeft haar leren kennen via internet. Samen hebben ze twee kinderen. Een vrouw en kinderen had hij ooit opgegeven. Soms geeft hij lezingen over religie en aanverwanten. Schrijven is zijn uitlaatklep, mogelijk dankzij spraakherkenning. In zijn boekenkast staan twee boekjes van zijn hand, uitgegeven in eigen beheer. Een kinderboek volgt. Iedere week post een Vlaamse internetkrant een column van hem.