Bij tijd en wijle – Denk jij nou nooit: spreek nou eens gewoon Nederlands?

“Hoe denk jij over het Limburgs? En de zachte g? Ik hoorde laatst trouwens iets geks. Iemand vroeg: ‘Heb je ook je kaartje bij?’ in plaats van: ‘Heb je ook je kaartje bij je?’ Wat vind jij daar nou van?”

Ik krijg ze als neerlandica regelmatig. Vragen over andermans taalgebruik. Of ik even mijn mening wil geven over alles wat iemand ongewoon in de oren klinkt. “Als iemand zegt: ‘Ik had een acht op Engels’, keur jij dat dan goed?” En: “Als je iemand in een van de Limburgse dialecten hoort praten, denk je dan nooit: spreek nou eens gewoon Nederlands!”

Nee. Dat denk ik niet.

Zeeuwse biertjes en Brabantse liedjes
Drents, Twents, Stellingwerfs of iets anders Nedersaksisch, Brabants, Zeeuws, Limburgs, iets West-Fries’, vul zelf aan: ik hoor het graag. Al helemaal als de gebruiker het met trots spreekt. Dat je dus luid je Zeeuwse biertje in een Zeeuwse kroeg in het Zeeuws bestelt, ondanks dat een groepje toeristen op weg naar Neeltje Jans naar je staat te knikken en grapjes maakt over een woordenboek Zeeuws-Nederlands. Een petitie tekenen omdat je vindt dat je streektaal beter beschermd mag worden. Een liedje opnemen in het Brabants en dat dit dan op een verzopen dialectfestival ten gehore wordt gebracht – honderden Brabantse armen gaan omhoog.

Wat nou, spraakgebrek?
Ook mooi: dialectbijeenkomsten en streektaalconferenties. Zeeland meets Groningen en Brabant praat met Drenthe, zal ik maar zeggen. Waar ze het dan over hebben? Hoe het ermee staat. In welke situaties wordt er bijvoorbeeld Twents gesproken? Alleen als je met je vrienden in die kroeg in Harbrinkhoek staat of bij je ouders aan een koffie en een sprits zit, of is er ook behoefte aan streektaal in de zorg? Dat je je een beetje op je gemak voelt als je niet vertrouwd thuis bent, maar in een ziekenhuis in de streek ligt. Nou ja, over die dingen wordt dan gesproken. En ik sta, happend aan een arretjescake, te kijken en te luisteren en ik vind het prachtig, die vastberadenheid om iets met de taal die je gebruikt te doen. Erover na te denken. Soms worden er grappen gemaakt, soms is het serieus, maar er is, zo lijkt het, altijd die trots. Dat idee van: wat nou, spraakgebrek? Hoe bedoel je, achterlijk boerentaaltje? Dit spreek ik, dus dit ben ik, en daar schaam ik me niet voor.

Mijn idee.

 

Beeld: Flickr.com/Enokson.

Share

Fleur

Fleur (1986) volgde de opleiding Nederlandse taal en cultuur en studeerde af als taalkundige. Ze doet nu eigenlijk alles wat met taal te maken heeft: schrijven, redigeren, corrigeren en onderzoeken hoe mensen taal (willen) gebruiken. Tevens is ze hoofdredacteur van Nadelunch.com, waar ze wanneer dat kan voor 'Ook dat nog' schrijft, haar reislust loslaat op de rubriek 'Buiten' en columns verzorgt over taal.