Carrie on – De jongen met de telefoon

Jongen met telefoon

“Ik sta er versteld van, wat er allemaal goed gaat,” zei ik tegen meneer F. We hingen op de weide bij de Alphatent en we keken naar mensen. Mijn moeder was een paar maanden geleden overleden, maar ik had toch besloten naar Lowlands te gaan met mijn verkering.

“Nee, echt… Het is echt opvallend, hoe mensen elkaar net ontwijken, zelfs als ze elkaar niet kunnen zien.”
Alles wijst er soms op dat de punker het voorbijkomende hippiemeisje per ongeluk een elleboogstoot zal gaan geven, maar het gebeurt net niet. Het is echt centimeterwerk. In het verkeer is dat ook vaak zo; op drukke kruisingen zie je talrijke bijna-ongelukken, maar echt mis gaat het zelden. Er is blijkbaar een cruciaal moment waarop je net een andere beweging maakt dan gepland, dat je net het gevaar ontwijkt. Soms gaat het bewust, vaak onbewust.

Zulke cruciale punten heb je ook in gesprekken; je ontwijkt net de zwakke punten van de ander door het over een andere boeg te gooien. Dat kan heel drastisch gaan, maar ook heel subtiel. Ook in het intermenselijk verkeer is het eigenlijk een wonder dat er zo veel goed gaat, als je ziet hoe we allemaal rondlopen met ons verdriet en onze woedes en makken. Mensen zetten op een cruciaal moment blijkbaar altijd dat stapje opzij. En je hebt altijd een keuze hoe je omgaat met wat de ander doet.

Telefoontje spelen
Later stonden we bij een andere tent. Er kwam een jongen met een ouderwetse telefoon. Hij speelde met de telefoon en de andere festivalbezoekers. Het was ontzettend grappig om hem naar grote, getatoeëerde mannen toe te zien lopen met de mededeling: “Het is voor jou.” Nog mooier was om te zien, dat de voorbijgangers vaak meteen meegingen in het toneelstuk. De meesten praatten geanimeerd met de imaginaire persoon aan de andere kant van de lijn. In een klein cruciaal moment zag je hen beslissen wat ze zouden doen, dat het oké was, dat het grappig was.

Ook ik kwam aan de beurt, de jongen overhandigde me de telefoonhoorn. “Het is je moeder,” zei hij.

De tijd vertraagde even.

Mijn hart kromp ineen. Al was het maar, omdat ik haar zo vaak belde. We waren vreselijke beppen. En omdat ik vaak aan bellen dacht, soms al met de telefoon in mijn handen stond zelfs, om me dan met een mokerslag te realiseren dat het niet meer kon. Dat het nooit meer zou kunnen.

Gewoon een stapje opzij
Ik besloot dat ik niet meeging in het toneelstuk. De jongen kon er ook niets aan doen dat mijn moeder toevallig net een paar maanden geleden overleed. Dus ik zei: “Dat geloof ik niet, jullie hebben vast geen lijntje met de hemel. Ik denk dat het zijn moeder is.” Ik wees op meneer F., die meteen een geanimeerd gesprek met de hoorn voerde.

Op het cruciale moment besloot ik niet boos of verdrietig te worden, maar gewoon een stapje opzij te doen. Opdat niemand zich zou stoten.

Share

Carrie

Carrie (33) is docent op een universiteit en is getrouwd met F. Ze houdt van een goed verhaal, festivals, roadtrips, het opvangen van een zin van een voorbijganger, kroegen en solo koffiedrinken. Als NDL-columniste neemt ze zich voor over een breed scala van thema's – ‘communicatie, leven en omgang’ – te schrijven.