Carrie on – Een burgertrut in een gele trui

Burgerlijk. Niemand wil het zijn. Toch is het, op zekere hoogte, onvermijdelijk. Dat ik veel minder hot en happening ben dan mijn kamergenoot, dacht ik zeker te weten. Toch wilde hij dit empirisch onderzoeken.

Hippe vogel
Mijn kamergenoot op het werk is een enorm hippe vogel. Zo, door deze zin te schrijven bewijs ik meteen dat ik dat niet ben. Hebben we dat maar gehad. Maar goed, hij draagt de hipste plimsolls, net dat goede bloesje en hij gaat naar huiskamerconcerten van bands die ooit heel groot worden. En dat alles doet hij op de juiste manier. Hij doseert het, hij overdrijft niet. Hij doet het niet om hip te zijn. Dan ben je het pas echt, volgens mij.

Burgerlijkheid
Laatst hadden we een gesprek over burgerlijkheid. We hadden het erover, dat je aan bepaalde burgerdingen niet ontkomt. Bij verkering horen schoonouders, als je vijf dagen werkt doe je vaak op zaterdag je boodschappen en de Ikea is ook redelijk onontkoombaar. Helemaal niet erg, besloten we. “Toch weet ik zeker dat ik burgerlijker ben dan jij”, vertrouwde ik hem toe. Maar ja, we werken op een universiteit. Dus uiteraard moest deze hypothese meteen empirisch getoetst worden. Zo doen we dat.

Bumaschaal
Burgerlijkheid is moeilijk te definiëren. Dat het iets is met caravans, schoonouders en bungalowparken, wisten we wel. Maar veel verder kwamen we ook niet. Voordat ik het wist, hadden we de bumaschaal in het leven geroepen. Een simpel tabelletje, met aan de linkerkant zijn voornaam en aan de rechterkant de mijne. Zo maakten we de definitie on the go. Als we iets burgerlijk vonden, werden er bumapunten uitgedeeld. Zo ben ik veelvoudig tante, wat zorgde voor één punt per kind. Gelukkig had hij bij zijn schoonouders een vloertje gelegd dat weekend. Stonden we meteen quitte.

Caravan

Strijd
Het werd een tijdverdrijf dat veel spannender zou blijken dan het EK Voetbal. Wie de ander betrapte op een burgerlijke actie, maakte een schrijfgebaar in de lucht, alsof je punten bijschreef op de schaal. Andere collega’s raakten ook betrokken, gingen nadenken over hun bumapunten. Dit alles enorm tongue-in-cheek natuurlijk, maar dat had u waarschijnlijk al opgepikt.

Zege
De gele trui droeg ik vaak. En in de loop van de weken gebeurde wat ik al vermoed had: ik stond aan kop in het klassement. Ik was de Eddy Mercx van onze Tour. Ik liet mijn kamergenoot ver achter me. Maar de ultieme zege kwam toen ik onthulde dat ik een riempje had gekocht voor mijn kat. Mijn kamergenoot keek me aan, zuchtte eens diep en zei: “Carrie, zullen we de bumaschaal maar gewoon opheffen?”

Burgertrut
Het gaat er natuurlijk niet om wat anderen ervan vinden. Stel dat je graag een caravan wilt, maar het niet doet omdat “ze” anders zeggen dat je een burgertrut bent? Dat zou pas ultiem treurig zijn, vind ik. Dus ik schaam me niet voor mijn overwinning. Ik ben erg gelukkig met mijn leven, dus ook met mijn tante-zijn, mijn trouwring en de riem voor mijn kat. En daar gaat het om. En niet om schoenen. Nou ja, niet alleen om schoenen dan.

 

Beeld: stock.xchng/ColinBroug.

Share

Carrie

Carrie (33) is docent op een universiteit en is getrouwd met F. Ze houdt van een goed verhaal, festivals, roadtrips, het opvangen van een zin van een voorbijganger, kroegen en solo koffiedrinken. Als NDL-columniste neemt ze zich voor over een breed scala van thema's – ‘communicatie, leven en omgang’ – te schrijven.