Carrie on – Een witte kat in het nauw

Op een prachtige zomerdag liep ik van mijn trein naar mijn werk. “Mevrouw, is deze kat toevallig van u?”, riep ik. Resoluut keerde de mevrouw haar stuur. Ik had besloten één ding te doen voor de witte poes in de boom op mijn route.

Appelwangen
Het was een mevrouw met appelwangetjes, zag ik nu ze dichterbij was. Ik moest meteen aan mijn juf op de kleuterschool denken. “Nee, nee,” zei de mevrouw “die kat ken ik niet.” De poes begon nu nog meer te miauwen; ze leek precies te weten hoe je een beroep op mensen deed. We hadden het er een poosje over, hoe zielig het was voor de kat en hoe graag we iets wilden doen. Het was echter zo’n hoge boom dat niemand erin durfde te klimmen. “Miew”, zei de poes.

Bovenbuurvrouw
“Weet jij van wie die kat is, Greet?”, riep de-mevrouw-met-de-appelwangen naar een mevrouw met haar dat ooit blond was geweest. Greet had een vaag idee. Niet in de straat waar we nu waren, maar een zijstraat, vermoedde ze. Vervolgens kwam er een mevrouw bij, die eruitzag alsof ze al eeuwen heel moe was. “De poes is van mijn bovenbuurvrouw,” meldde ze, “maar die is op vakantie. Er zit wel een man in haar huis om op de kat te passen.”

Kijk, nu kwamen we ergens.

“Daar zal je hem hebben”, zei de vermoeide vrouw. Nu kwam er een man met een lange snor bij staan. Greet wist: “Je moet de kat in ieder geval 24 uur laten zitten, zegt mijn dierenarts altijd. Vaak komen ze ’s nachts zelf naar beneden.” Toch zou er die middag nog geprobeerd worden om de poes uit haar hachelijke situatie te bevrijden.

Witte kat
Saamhorigheid
Omdat ik zag dat ik niet veel meer kon uitrichten en ik bovendien nu wist dat er voor de kat werd gezorgd, besloot ik verder te lopen naar mijn werk. Ik was helemaal zonnig geworden van deze plotse saamhorigheid. Toch leuk dat mensen – als het erop aankomt – zich gezamenlijk druk maken om een kat. Het komt wel goed met Nederland, bedacht ik me.

Agent
De volgende morgen nam ik weer de route die over die straat leidt. Het duurde niet lang of ik zag de poes weer, precies op de plek waar ze gisteren gezeten had. Ik stond even stil om te kijken, toen er een agent aankwam. Ik deed mijn burgerplicht en vertelde hem wat ik wist. “Mie”, zei de poes.

De vermoeide mevrouw gaf ook weer acte de présence. “Heeft u gebeld?”, vroeg de agent. “Nee, ik heb niet gebeld.” Er kwam een nieuwe buurvrouw bij. Greet en de-mevrouw-met-de-appelwangen schitterden door afwezigheid. We bespraken de feiten. De ladder had geen soelaas mogen bieden. Niemand kon de poes helpen.

Brandweer
“Ik ga de brandweer erbij halen”, zei de agent, en hij sprak wat woorden in zijn telefoon. “Op welk nummer woont de kat?”, vroeg hij aan de vermoeide vrouw. “Op nummer zesentachtig”, antwoordde ze. “En komt de melding van u?”, vroeg hij daarop. De vermoeide vrouw zag er nog afgepeigerder uit dan eerst. “Nee, helemaal niet”, schreeuwde ze, “ik heb geen zin om een rekening van de brandweer te krijgen.” “Miew”, zei de poes.
”Die mensen moeten het zelf maar uitzoeken!”, zei de andere buurvrouw en ze sloot haar deur met een knal.

Toen ik die middag terugliep naar de trein, was de boom leeg.

Beeld: Carrie.

Share

Carrie

Carrie (33) is docent op een universiteit en is getrouwd met F. Ze houdt van een goed verhaal, festivals, roadtrips, het opvangen van een zin van een voorbijganger, kroegen en solo koffiedrinken. Als NDL-columniste neemt ze zich voor over een breed scala van thema's – ‘communicatie, leven en omgang’ – te schrijven.