• Home »
  • Columns »
  • De mensen die je tegenkomt in de wachtkamer van een GGZ-instelling (lezerscolumn)

De mensen die je tegenkomt in de wachtkamer van een GGZ-instelling (lezerscolumn)

Een beetje nerveus stap ik het gebouw binnen. De vooroordelen over mensen met psychische aandoeningen heb ik vaak genoeg gehoord. Het zijn ofwel aanstellers die te lui zijn om hun eigen problemen op te lossen, ofwel idioten die je ieder moment kunnen vermoorden.

Terwijl ik naar boven loop, probeer ik mezelf gerust te stellen: op de afdeling jeugd kan het toch niet zo erg zijn? Als ik de klapdeuren door ben, zie ik in de wachtkamer alleen een man die er vrij normaal uitziet. Ik schat hem in de dertig. Hij wordt al kaal, maar ziet er gezond uit. “Goedemiddag”, zeg ik. Hij knikt vriendelijk terug. Niet veel later komt er een klein, blond meisje binnen, samen met een vrouw die waarschijnlijk therapeut is. “Papa, papa, kijk eens wat ik gemaakt heb!” Ze geeft een tekening aan haar vader. “Dit ben jij.” De therapeut meldt aan de vader van het meisje dat alles goed is gegaan en dat ze pas over een paar maanden terug hoeft te komen. “Weet u of ze daar al een afspraak voor heeft staan? Anders kunt u die beter nu maken.” “Nee, mijn ex-vrouw weet dat waarschijnlijk”, antwoordt de vader. Het meisje rent rondjes en vraagt: “Aahhh, wanneer mag ik weer terugkomen? Ik vind tekenen met u zo leuk.” Ik moet glimlachen om de onschuld van dit meisje.

Wachtkamer
De eerste indruk was een meevaller. De ergste persoon die ik daar die dag tegenkwam, was de vrouw met wie ik een intakegesprek voerde: een enorme trut die mij er om de drie minuten aan herinnerde dat ik nog wel een paar maandjes moest wachten voor ik geholpen kon worden. Later zie ik andere mensen, gebroken mensen. Meisjes die naar de grond kijken, zuchtende moeders die hun kind maar laten schreeuwen omdat het toch niet ophoudt. Ik hoor woede en angst. ‘Ze (therapeut) heeft me verdomme alweer gebeld, terwijl ik haar al honderd keer heb gezegd dat ik niet kan komen omdat mijn moeder dan de tering uit me slaat!” schreeuwt een meisje met donkere kleren en haar arm in een mitella. En ik ontmoet Thomas, een oudere jongen, die zonder schaamte vertelt dat hij ADD heeft en hier komt voor een medicatiecontrole en me vervolgens een kauwgompje aanbiedt.

Maar ik zie vooral veel doodnormale mensen, mensen die niet zouden opvallen in een groep. Jong, oud, knap, stil, druk, donker, licht. We zijn geen monsters, niet gek of lui. We hebben alleen een beetje hulp nodig om ons leven op de rails te krijgen, da’s alles. En het knappe is: we hebben de kracht om toe te geven dat we niet alles alleen kunnen.

Zelf ergens over aan het dromen/voor aan het pleiten/op aan het schijten? En dat wil je delen? Ook jij kan hier staan. Mail Fleur je lezerscolumn op redactie@nadelunch.com. Let op: alleen inzendingen onder een echte naam worden behandeld. Uiteraard hoeft die naam niet per se onderaan je artikel te staan.


Beeld: stock.xchng/kwinton.

Share

Redactie

De Nadelunch.com-redactie bestaat uit een team van veelzijdige auteurs die werken aan aansprekende artikelen die niet vanzelfsprekend zijn. Kennismaken? Dat kan hier.