“Collega’s,” las ik van het weekend in de krant, “zijn je vrienden van 9 tot 5.” Nu ben ik sinds deze week weer een aantal dagen per week in een kantoor. Met collega’s. En dat bevalt goed.
Collega’s om je heen, en iedere werkloze of zelfstandige zal dat beamen, is prettig van tijd tot tijd. Ze zijn een bijzonder effectief wapen tegen eenzaamheid, ze kunnen je voorzien van kritiek en feedback – en het zijn collega’s die ervoor zorgen dat je na verloop van tijd totale afzondering weer enorm kunt waarderen.
Verwassen pyjama
Maar vrienden? Die vraag kan ik eigenlijk pas goed beantwoorden als ik bij benadering omschrijf wat vrienden zijn voor mij. Mijn vrienden zijn de mensen die mij wel eens zien zonder make-up. De mensen voor wie ik wèl de deur open doe als de bel onverwachts gaat terwijl ik in mijn verwassen pyjama sta te stofzuigen. De mensen bij wie ik me niet geneer te praten over lichamelijke ongemakken. Er zijn niet heel veel van die mensen. Ik denk dat ze op twee handen te tellen zijn.
Na twee dagen op mijn kantoor heb ik met iedereen kennis gemaakt, gelachen, verteld over mijn dooie vader en zijn autootje dat ik erfde en dat onlangs niet door de laatste keuring kwam, kortom: er is wat lief en leed gedeeld, we hebben een begin gemaakt met die ‘vriendschap van 9 tot 5’.
Blinde darm
En toen zat ik maandag aan de lunchtafel. Van de andere kant van de kamer ving ik een gesprek op dat duidelijk ook door anderen gehoord mocht worden. Het ging over de blinde darm van de spreker die operatief verwijderd was en de complicaties die daar kennelijk mee gemoeid waren. Ik luisterde, kortom, naar een verhaal over pus, wondvocht en ontlasting.
Van vrienden kan ik dergelijke verhalen prima hebben – die moeten tenslotte ook naar mij luisteren, en daarbij vind ik ze lief en zelden vies. Ik ben bovendien geen preuts meisje – ik heb een sterke maag en als ik aangeschoten ben roep ik dingen als “je mag van mij op de rand van mijn bord schijten, als je maar niet spettert.”
Kokhalsreflex
Overigens, maar dit terzijde, voel ik wel altijd iets wat nog het beste te omschrijven is als ‘mild afkeurende verwondering’ wanneer mensen praten over wondvocht, korstvorming of witte vloed: het zijn van die woorden die ontzettend onschuldig lijken, maar ondertussen vele malen harder op mijn voorstellingsvermogen en bijbehorende kokhalsreflex inwerken dan ostentatieve grofheden als kontneuken of baffen.
Maar van vrienden pik ik alles. Dit gesprek echter, deze hinderlaag van omfloerste smerigheden waar ik tijdens mijn lunch onherroepelijk in verstrikt raakte, ontnam me alle lust nog iets in mijn mond te stoppen. En hier heb ik vervolgens een conclusie aan verbonden.
Na twee dagen kantoor kan ik jullie meedelen, lieve lezers (als jullie er nog zijn na deze viezewoordenlingo): collega’s zijn geen vrienden. Voor collega’s trek ik, te allen tijde, de lijn bij het vermelden van een buikgriep (waarbij niet meer mag worden gezegd dan alleen dat woord: buikgriep). Ook tussen 9 en 5.
Beeld: Flickr.com/su-lin.
Floortje
Floortje van Aken (1984) studeerde Russische letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en volgde aansluitend een opleiding tot tolk Russisch aan het Instituut voor Tolken en Vertalers te Utrecht. Momenteel verkent zij de wereld als freelance tolk, tekstschrijver en vertaler. In een maandelijkse column op Nadelunch schrijft zij over bijzonder alledaagse zaken.

