Bij tijd en wijle – Ik weet het niet!

Het kan minuten duren. Uren. Weken. Maanden. Jaren, zelfs. Kenmerken: een blanco document, een cursor die niet veel doet en een rood hoofd. Diagnose: niet weten wat te schrijven. En morgen ook niet. En de dag daarna…

Al vijf keer heb je aanstalten gemaakt om te gaan tikken en net zo vaak heb je je laptop toch maar dichtgeklapt. Een deadline is in zicht, sterker nog: deze is al vrij goed te zien, maar het werkt niet. Wat niet? Het schrijven niet. Er is niks. Geen onderwerp. Geen manier om, als er dan toch een onderwerp is, er meer dan drie zinnen aan te wijden. Dan heb ik een verkeerd onderwerp, denk je, dus dan maar liever wachten op inspiratie. En je wacht. En je denkt. Volgende dag weer een dag. Volgende week weer een week. Volgende maand…

Er zijn mensen die zeggen dat je altijd iets kunt produceren, ook al voel je dat niet zo. Zij beweren dat je moet gaan zitten en gewoon alles moet opschrijven wat er in je opkomt. Later zou je het dan altijd nog tot een geheel kunnen maken, maar je schrijft, in ieder geval.

Een leeg Word-document en het horen van zo’n drammerig stemmetje dat ‘schrijf nou ie-hiets’ hoont, veroorzaakt bij mij een soort ‘tijdbomgevoel’ (Word: tijdbromgevoel?). Driftig (en wanhopig) ga ik dan op zoek naar onderwerpen. De hond van de slager? (Mijn slager heeft echt een hond.) Nee, want ik heb op geen enkele manier een band met het beest, behalve dat we in dezelfde straat wonen. Wellicht is het een briljant dier dat mensen regelmatig een liesbreuk van het lachen bezorgt, maar laten we wel wezen: ik ben daar nooit bij. Op deze drie regels voor de hond van mijn slager na, zal ik het onderwerp niet aansnijden. Straks leest mijn slager het ook en dan klopt er iets niet en dan hoor ik dat natuurlijk terug als ik voor, weet ik veel, kerst een keer een rollade kom halen.

PapierpropTafelkleden en een muisvrij land
Nog even nadenken dus. Misschien iets over mijn nieuwe tafelkleed? Ik zou graag willen zeggen dat ik er eentje, of nee, wat zeg ik, een aantal had. Met Kerstmis een rode en met Pasen een gele en beide kleden zou ik dan elk jaar met respectievelijk konijnenbout en matses bevuilen. Dan zou ik verder nog een grijze hebben voor als er gasten komen, want dat staat zo lekker keurig, en daarom zou ik juist dit tafelkleed niet bevuilen. Nooit. Mijn gasten zouden dit zeker wel doen. Met mijn huisgemaakte tomatensoep of een slok Chardonnay of iets anders waarvan zij hebben aangegeven er trek in te hebben. Daarover gesproken: ik zou het ook kunnen hebben over hoe ik kook, maar ik kan er kort over zijn: jij kunt het beter dan ik. Als ik een tafelkleed had, zouden mijn vrienden dat in plaats van zichzelf lastigvallen met mijn Japanse rosbiefrolletjes.

Moeilijk, moeilijk, moeilijk. Naast voor tafelkleden interesseer ik mij ook voor bloggen, papieren parapluutjes in ijsbekers, het zelf maken van koffie (kan jij ook beter dan ik) en menselijk doen en laten. En dan in het bijzonder dat van mijzelf. Dat geeft ook altijd stof tot nadenken en het leukst is het dan als je lezers daarbij betrekt. “Jongens, ik raak altijd zo in de war van mensen die de ene keer groetjes en de andere keer liefs onder e-mails zetten. Hebben jullie dat ook?” of: “Ik kan er maar niet mee stoppen het woordje dus te gebruiken als ik zenuwachtig ben; tips graag!” en: “Ik wil graag een politieke partij oprichten voor een muisvrij land.” Deze laatste opvatting gooi ik overigens niet graag in de groep – er zijn altijd mensen die muizen ‘gezellig’ vinden. Over dat woord én die mensen moeten we het ook nog een keer hebben. Alhoewel, dan wordt het misschien zo’n zeikstuk en als het geen zeikstuk wordt, dan wordt er wel over gezeken. Dan krijg je weer reacties: wat heb je tegen mensen die ‘gezellig’ zeggen en anders oordeel je even niet en zeg je zelf niet dingen die anderen stom vinden, laatst op de verjaardag van Karel zei ik ‘gezellig’ en toen zei je er niks van, ik zal nog eens iets zeggen in je bijzijn.

Misschien hebben die mensen wel gelijk, die zeggen dat je gewoon moet beginnen met tikken en later nog kunt zien waar het heengaat. Mogelijk krijg je dan een onzinstuk, maar ook onzin wil nog weleens gewaardeerd worden, onder het mom a little nonsense now and then is cherished by the wisest men.

Vooruit.

Beeld: Stock.xchng; 1.

Share

Fleur

Fleur (1986) volgde de opleiding Nederlandse taal en cultuur en studeerde af als taalkundige. Ze doet nu eigenlijk alles wat met taal te maken heeft: schrijven, redigeren, corrigeren en onderzoeken hoe mensen taal (willen) gebruiken. Tevens is ze hoofdredacteur van Nadelunch.com, waar ze wanneer dat kan voor 'Ook dat nog' schrijft, haar reislust loslaat op de rubriek 'Buiten' en columns verzorgt over taal.