Inge – De promotie van S.

S. promoveert vandaag en ik ga naar zijn verdediging luisteren. Met zijn twee paranimfen komt S. de zaal binnen. Hij draagt een goed pak, maar verder ziet hij eruit zoals altijd.

Jong en nonchalant, met bescheiden stoppels. Niet stoffig ofzo. Ook niet alsof hij nu iedere dag vijf boeken leest. Wel heel erg nerveus, dat wel. Maar vind je het gek? Een vijfenveertig minuten durende kwelling staat hem te wachten. En dat in een veel te kleine zaal met een gebrek aan frisse lucht en een psychotisch aantal achttiende-eeuwse portretten. Ik check nog even of mijn telefoon uitstaat.

De commissie komt binnen en iedereen staat op. Nu gaat het beginnen. Ik ben plaatsvervangend zenuwachtig. Dat heb ik verdorie altijd in dit soort situaties. Een man met een baard sommeert ons te gaan zitten. Een andere man begint te praten en mijn gedachten dwalen af. Wat zal ik aantrekken als ik ooit mag promoveren? Ik besluit dat het een vrolijk jurkje moet worden, maar realiseer me dat ik het proefschrift dan wel in de zomer moet verdedigen. En als het op een druilerige dinsdag in mei al zo warm is in dit zaaltje… God, wat is het hier heet! Misschien toch in de herfst dan.

Baret

Ik hoor S. praten over zijn methodology en hoe graag ik ook mijn aandacht erbij houd, mijn onderzoeksvoorstel dringt door tot mijn gedachten. Ja, dat stuk over methoden moet echt beter. Ga ik straks thuis doen of misschien morgen, want dan ben ik een dag vrij. Ik vraag me af wat die professoren en doctoren tegenover S. nu allemaal denken. Zouden zij hun aandacht er wel bij kunnen houden? Het is maar vijfenveertig minuten, dat moet je als doctor vast kunnen. Hoe lang zou zo’n verdediging eigenlijk duren als de vragen van de commissieleden werden beperkt tot de daadwerkelijke vraag? Dat die professoren trouwens niet wegsmelten in hun toga’s!

Hora est
De ene na de andere vraag wordt gesteld. S. geeft keurig antwoord en soms wordt er zelfs gelachen. Persoonlijk vind ik de tradities wat zwaar. Past wel een beetje bij de herfstpromotie die ik voor ogen heb. Misschien toch maar in Duitsland reageren op een promotieplek. Dat past ook in het plaatje. Plotseling zwaait de deur naast mij open: “Hora est!” schreeuwt de man met de baard. Het is tijd. De commissie verlaat de zaal en mensen beginnen druk te praten. Naast mij vraagt iemand of het nu een vrouw is of een vrouwelijke achttiende-eeuwse man-met-pruik op dat portret aan mijn linkerhand. Zijn gedachten waren duidelijk ook afgedwaald.

Als de commissie terugkeert, wordt S. benoemd tot doctor. Welverdiend. Niet dat ik dat kan beoordelen overigens, maar het is zo. Ik wil eigenlijk applaudisseren, maar dat is blijkbaar niet de bedoeling. Ik vind het akelig stil na zijn benoeming. Het uitblijven van applaus doet een beetje af aan de functie ‘publiek’ en zeker aan zijn prestatie. S. verlaat de zaal met de commissie. Stilletjes. Wel heel erg trots. Maar wat wil je ook? Hij is nu doctor! Wat zou er door hem heen gaan nu, trouwens? Hoe zou ik me… Ach Inge, hou toch op! Bewijs eerst maar eens dat je het in je hebt om er überhaupt aan te mogen beginnen.

Beeld: stock.xchng; 1.

Share

Inge

Inge (1985) studeerde African Studies aan de Universiteit van Leiden, waarbinnen zij zich specialiseerde in onzekerheid, risico's en spiritualiteit in Nigeria. Daarnaast studeerde zij af in de Nederlandse taalkunde (bachelor). Tijdens haar studie leerde zij twee Afrikaanse talen, waaronder Swahili, en reisde zij voor werk en onderzoek menigmaal voor langere tijd naar verschillende landen in West- en Oost-Afrika. Momenteel werkt Inge als projectleider op de universiteit. In oktober 2012 begint ze aan haar promotietraject. Voor Nadelunch.com schrijft zij hierover een column. Daarnaast schrijft Inge voor 'Wetenschap' over onderwerpen op het snijvlak van de sociale wetenschappen en geesteswetenschappen en zal ze voor 'Buiten' lezers regelmatig ongewone reissuggesties doen.