Suus – Schop jezelf uit de snoozemodus

OogEen aantal weken ben ik nu weer in Nederland. Ruim een maand, en alweer helemaal gesetteld. Mijn studentenkamer ziet er voor het grootste gedeelte uit alsof ik nooit ben weggeweest (nou ja, het is er wat netter en minder stoffig) en de afgelopen dagen liep ik rond op de uni alsof ik het laatste halfjaar niet anders heb gedaan. Tegelijkertijd gaat er geen dag voorbij zonder dat ik word herinnerd aan mijn uitwisseling.

Dit gebeurt natuurlijk wanneer ik een blik werp op de foto van de Taipei 101 op m’n prikbord of als een vriendinnetje vraagt hoe is het is om terug te zijn. Maar er is ook wat anders. Ik merk namelijk steeds dat mijn vertrouwde omgeving me triggert om de dingen te doen die ik altijd deed en te denken hoe ik vroeger dacht. Het grappige is dat hoewel de impuls om dat dan ook daadwerkelijk te doen er is, het evengoed mogelijk is om er geen gehoor aan te geven. Omdat ik inmiddels ook nieuwe gewoonten heb gekregen.

Omgeving: stimulerend
Mijn conclusie is dat je omgeving een ontzettend stimulerende (of: ontmoedigende) werking kan hebben op je dagelijkse leven. Ik denk daarom dat het interessant is om die omgeving bewust te veranderen, zelfs al zie je daar niet direct reden toe. Ik merkte in Taiwan al wat dat voor gevolgen had. Doordat ik niet de dingen kon doen die ik altijd had gedaan – omdat ze simpelweg niet voor handen waren – werd ik gedwongen nieuwe wegen te bewandelen. Zo had ik altijd een hekel aan lange stukken lopen als het ook anders kon. Ik vond het maar saai en bovendien bespaarde ik met fietsen een boel tijd. Maar in Taiwan had ik geen fiets en de bus vanaf de campus ging zo sporadisch dat wandelen naar de night market net zo snel was. En hoewel ik in de eerste maanden dat pad van ruim twintig minuten veelvuldig vervloekte, ging ik het na verloop van tijd waarderen om ‘s avonds na het eten een wandeling naar huis te maken. Ik herinner me zelfs dat ik het pad voor de laatste keer liep en me realiseerde dat ik de inmiddels vertrouwde route ging missen. Wie had dat gedacht?

Een ander voorbeeld: in Nederland had ik altijd de gewoonte om stipt om twaalf uur te lunchen. Sterker nog, ik had er een gruwelijke hekel aan als ik college had en dus moest wachten tot half een. Zodra het twaalf uur was, ging er een soort innerlijke alarmbel rinkelen (voedsel, nu!) en kon ik me amper meer concentreren op wat ik aan het doen was. Eigenlijk erg irritant en beperkend, maar ik vond het normaal. In Taiwan kreeg ik zo’n ander leefritme dat twaalf uur op een gegeven moment vaker de tijd van m’n ontbijt was. Zo verdween de alarmbel vanzelf, tot ik afgelopen vrijdag voor het eerst weer in Nijmegen was. ‘Lunchtijd!’, piepte mijn brein automatisch. Interessant. Maar hé, constateerde ik met een glimlach, ik heb eigenlijk nog helemaal geen trek. Dus ik negeerde het oude drammende hersenpaadje en ging door met waar ik mee bezig was.

Obscure winkeltjes
Nou is het natuurlijk niet voor iedereen realistisch om er ‘even’ een paar maanden tussenuit te gaan naar de andere kant van de wereld. Anderzijds is het volgens mij ook te makkelijk om schouderophalend te zeggen dat je leven ‘nu eenmaal zo is’. Zelfs al heb je een fulltime baan of een drukke studie, met een beetje creatief denken kunnen kleine veranderingen ervoor zorgen dat je ingesleten hersenpaadjes op de proef worden gesteld. Als je je omgeving letterlijk verandert, schop je jezelf uit je comfort zone. Je automatismen en ingesleten gewoonten werken niet meer en dat schudt je wakker.

Zet bijvoorbeeld de spiegel die je altijd checkt voor je de deur uitgaat eens aan de andere kant van de kamer. Of sterker nog, ga schuiven met meubels en verander de indeling van je huis. Begeef je eens op plekken waar je nooit bent geweest. Wandel eens op een vrije middag door je eigen stad en ga naar binnen bij dat kleine obscure winkeltje dat er van buiten weinig veelbelovend uitziet – wie weet wat je voor schatten ontdekt. Sla eens bewust je opmaakritueel over en merk gedurende de dag hoe je daar op reageert. Meld je aan voor een cursus, zodat je op plekken komt en mensen ontmoet die anders aan je voorbij waren gegaan.

Concreet: als je merkt dat je ergens weerstand Stad/luchttegen voelt of je vertelt jezelf steeds dat het niet mogelijk is (‘ik wil niet naar buiten voor een avondwandeling; ik heb vandaag al genoeg gedaan’ / ‘naar de sportschool gaan heeft geen zin als ik er niet minstens een uur doorbreng, dus vandaag heb ik geen tijd’ / ‘ik kan echt niet een avond alleen doorbrengen, want dat is saai’), doe het dan eens juist wel. Negen van de tien keer is het namelijk niet waar. Je zult ervan versteld staan hoe je ongemerkt gevangen raakt in een net van gewoontes – en van de mogelijkheden die ontstaan als je oude mechanismen leert op te merken en los te laten.

Op de eerste avond dat ik weer in Nijmegen was besloot ik mijn fiets te laten staan. Met muziek in m’n oren liep ik de twintig minuten naar de supermarkt. En waar ik dat voorheen zo vervelend vond, dacht ik nu steeds maar: wat prachtig, zo’n Hollandse winteravond. Het was koud, maar de lucht voelde fris in m’n longen en de hemel was donkerblauw met een rode gloed. Count your blessings, beloofde ik mezelf toen. Want er is altijd zo veel te zien – je moet alleen wel je ogen openhouden.

Beeld: Susanne.

Share

Susanne

Suus (1991) studeerde geschiedenis en politicologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Tijdens haar laatste studiejaar zet ze de puntjes op de i met een master Politiek en Parlement (Politieke Geschiedenis). Niet om zelf 'de politiek in' te gaan, maar om ons systeem te onderzoeken en erover te schrijven. Dat doet ze al een beetje als student-assistent bij het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis. Als ze niet op de universiteit rondloopt, staat Suus graag in de keuken voor/met vrienden. Daarnaast speelt ze viool en houdt ze van wandelen in de natuur. Op Nadelunch.com schrijft ze over wat ze zoal in de wereld tegenkomt. Meer weten? Kijk op Suushi.nl.