Suus – Verbinding verbroken

Stiekem wist ik het wel hoor, dat ik een beetje een internetjunkie ben. Maar toen ik van de zomer in Zweden vier dagen zonder internetverbinding zat, werd ik toch mooi met m’n neus op de feiten gedrukt.

Je herinnert het je misschien bijna niet meer, maar vroeger als mensen op vakantie gingen, dan betekende dat dat ze écht weg gingen. Op de basisschool was de eerste dag na de grote vakantie altijd de leukste van het jaar (nou ja, behalve Sinterklaas). Dan zag je immers al je vriendjes en vriendinnetjes weer, die je soms wel zes weken had moeten missen. Maar ook toen ik puber was, was er op de Franse camping echt geen WiFi – ja, misschien ergens in een zaaltje één computer voor gemeenschappelijk gebruik. Nu is dat wel anders. Hóé anders, dat werd mij deze zomer pijnlijk duidelijk. Ik was namelijk in Zweden en had geen internet, ja echt, géén internet. Dus niet ‘geen laptop, maar wel een telefoon’, of ‘een extreem langzame WiFi-verbinding die het alleen maar af en toe doet’, of ‘een paar uur geen Whatsapp omdat de server platligt’. Nee, echt. Geen internet, zo’n 72 uur lang.

Drama queen
Nu denk je misschien: oh Suusie, jij drama queen, je kunt toch wel een paar dagen zonder bereikbaarheid? Nou, dat zei ik aanvankelijk ook tegen mezelf, hoor. Het was die zaterdagnacht hard aan het onweren en dus trok ik de conclusie dat vast ergens de bliksem was ingeslagen. Kan gebeuren, dacht ik, het wordt vast morgen opgelost. Dus ik draaide me om en ging rustig slapen.

Maar de volgende dag bleek de schade wat groter dan verwacht. Niet alleen de buren hadden hetzelfde probleem; na rondvraag bleek dat er in de wijde omtrek geen werkende verbinding te bekennen was. En dan was het ook nog eens zondag. Een telefoontje met de telecomaanbieder bracht slecht nieuws: “Vandaag wordt er niet gewerkt. Daarna zal het probleem binnen drie dagen worden opgelost.” Drie dagen! Oh jee.

Internet

Muurtjes
Goed, “deal with it, Suusie”, zei ik dus tegen mezelf. En de eerste twee dagen was het voornamelijk gewoon een beetje jammer en saai, zo op het Zweedse platteland zonder enig gehoor van de wereld daarbuiten. Des te meer omdat ik, op het moment dat de verbinding werd verbroken door de bliksem, me juist een beetje begon te vervelen in de middle of nowhere. Op een gegeven moment zijn de boeken uit en de spelletjes gespeeld, en wil ik gewoon even surfen. Of iets opzoeken. Of een vriendinnetje Whatsapp’en.

Want dat was het vooral: dat je al die kleine dingetjes niet kunt doen. En ik kwam erachter dat voor veel van de dingen op mijn ‘wat-kan-ik-doen-als-ik-me-verveel-lijst’ óók internet nodig is. Een lange mail sturen. Die ene film kijken. Mijn website updaten. Dat gave recept van Nettelie proberen. Vakantiefoto’s op Facebook zetten. Zoeken naar de beste juicer. Een baantje vinden. Ja, op den duur werd het best irritant – ik liep steeds tegen muurtjes aan.

Vervelender waren de cravings. Ik betrapte mezelf er al snel op: toch steeds de pagina verversen, wanhopig wachten op een berichtje dat toch niet zou komen. Uit ellende zette ik op den duur mijn telefoon maar uit. Ook betrapte ik mezelf op gekke gedachtecirkeltjes. Zo lag ik een avond op de kamer van mijn broertje te lezen, terwijl hij een computerspel speelde. “Hee”, wilde ik telkens zeggen als ik een blik wierp op zijn beeldscherm. “Jij hebt ook een computer! Mag ik anders hier even mijn mail checken? Oh, wacht…”

Middle of nowhere
Vasten?

Maar toen na drie dagen zelfs mijn moeder – die slechts één vriend op Facebook heeft (mij) en dus echt niet elk uur haar pagina hoeft te checken – haar beklag deed, realiseerde ik dat het misschien toch niet alleen aan mij lag. We zijn met z’n allen zo gewend geraakt aan internet! Tegelijkertijd opende het mijn ogen. Wat een onzin eigenlijk, dat ik niet eens makkelijk een dagje zonder verbinding kan.

Ik geef toe: toen internet het op woensdag weer deed, was ik blij en opgelucht. Maar wat grappig was, is dat ik helemaal niet de neiging had om heel Facebook bij te lezen. Het zal wel, dacht ik, en ik liet het voor wat het was. En eerlijk is eerlijk, zó veel mailtjes zaten er niet in mijn inbox (lees: geen). Met andere woorden: die continue checks van mij, dat kan best eens wat minder. En ik besloot: eigenlijk zou ik af en toe een dagje moeten ‘vasten’. Even alle stekkers eruit en mijn telefoon ook met rust laten. Om af te kicken en me te realiseren dat het eigenlijk helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Maar bovenal omdat het eigenlijk best lekker rustig was vroeger, die drie weken afgezonderd op de Franse camping. Dat was immers pas écht even helemaal weg.

 

Beeld: stock.xchng/hugosly en Flickr.com/Flavia_FF.

Share

Susanne

Suus (1991) studeerde geschiedenis en politicologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Tijdens haar laatste studiejaar zet ze de puntjes op de i met een master Politiek en Parlement (Politieke Geschiedenis). Niet om zelf 'de politiek in' te gaan, maar om ons systeem te onderzoeken en erover te schrijven. Dat doet ze al een beetje als student-assistent bij het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis. Als ze niet op de universiteit rondloopt, staat Suus graag in de keuken voor/met vrienden. Daarnaast speelt ze viool en houdt ze van wandelen in de natuur. Op Nadelunch.com schrijft ze over wat ze zoal in de wereld tegenkomt. Meer weten? Kijk op Suushi.nl.